ChatPoetry

Ik moet het gedicht voor die bundel over diversiteit nog maken en denk aan een villanelle, zodat er in elk geval een vorm is waarin ik de woorden kan gieten. Of ik maak me het nog makkelijker en laat ChatGPT een gedicht schrijven. Dus logde ik in en gaf als opdracht: ‘schrijf een gedicht, maak poëzie over diversiteit, de andere mens’, met onderstaande als resultaat.

De andere mens is zo verschillend van mij,
Maar toch zijn we allemaal mens,
Met onze eigen verhalen en geschiedenissen,
Onze eigen hoop en dromen
.

Diversiteit is wat ons bindt,
Het maakt ons rijk en sterk,
Laten we elkaar respecteren
En elkaars waarden en cultuur eren.

Laten we elkaar begrijpen
En elkaar steunen in tijden van nood
Laten we hand in hand samenwerken
En een betere wereld creëren.

Laten we samenkomen als één,
Met onze verschillen als onze kracht,
Laten we diversiteit omarmen,
En een betere toekomst voor iedereen maken.

Natuurlijk heb ik het lef niet om dit te gebruiken, want het is bar slecht, maar divers is het wel, een gedicht dat je niet zelf maakt.

Verwijzingen

Op buienradar zagen we een gaatje zonder regen zodat we met de auto (gebruiken we zelden) naar Weesp reden, om te zien hoe de vlag er wat betreft nieuwbouw voor staat en om er rond te lopen op een koude januaridag. Eenmaal daar regende het pijpenstelen zodat we ons toekomstige thuis weer verlieten. Op de bouwplaats was wel een zandkuil ontstaan, wat meer is dan de onontgonnen vlakte van twee maanden eerder.

Die ochtend waren we naar Foam (eerder die week stond ik lang in de wacht bij Museumkaart om mijn kaart te reactiveren) voor de tentoonstelling van Paul Kooiker. Hoewel mode het onderwerp is, of juist daardoor, waren we aangenaam verrast. Er zaten veel verwijzingen in en toch oogde de fotografie origineel, soms ronduit grappig. Als je in Amsterdam bent en tijd hebt …

Ik kreeg bericht van de uitgever van crU dat hij stopt met uitgeven. Mijn bundel komt daar dus niet uit. Ik ben daar niet treurig om. Na herlezing en nog eens lezen, vind ik de bundel beter in opzet dan in uitvoering. Misschien dat ik er zelf iets van maak. Ik geef tenslotte ook uit.

Laat mij spoorslags gaan

We zouden naar het NDSM-terrein lopen waar iets cultureels was, maar omdat we er toch langsliepen gingen we even de Bijenkorf in, omdat Roos wilde kijken naar sokken in de uitverkoop. We kwamen langs de stand van Dior en daar zag Roos plots het parfum dat ze graag wilde ruiken: Oud Ispahan Mitzah (een van de iconische geuren van La Collection Privée). We zochten er naar in andere steden, in het buitenland, maar steeds zei men dat je het enkel in Parijs kon kopen. En nu zowaar in Amsterdam.

Ik zei de verkoopster dat ik de naam kende van een gedicht. Nou, zei ze blij, u bent de eerste die dat zegt. Waarna ze zei dat ze Fransen die dit parfum kochten, wilde uitleggen dat er in Nederland een mooi gedicht over was, maar dat kenden ze niet. We kwamen ook te weten dat Parijzenaars de voorkeur gaven aan het meer doorsnee Bois D’Argent. Of Roos nog wat samples wilde, ja graag, waarna ze tot haar eigen verrassing een uur lang in de make-up ging. Ondertussen stond ik daar maar, trés cool, zodat mensen mij als verkoper van Dior zagen en me van alles vroegen. Een dame wilde een parfum in haar gezicht spuiten, waarna ik zei dat ze het ook als mondwater kon gebruiken, wat de twee mannen bij haar erg grappig vonden. De NDSM hebben we niet gered. De sokken zijn wel gekocht, met vijftig procent korting.

Het gedicht van Nicolaas van Eyck

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: “Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!” –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

“Waarom,” zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
“Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?”

Glimlachend antwoordt hij: “Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.”

Divers? Moi? Parbleu!

Donderdag ging ik voor een interview naar Maastricht. Een retourtreinreis van 4,5 uur die ik melancholiek onderging, zonder te weten waarom. Ik kwam voor een interview over wat de politie doet tegen kunst- en antiekcriminaliteit. Het werd een goed en onderhoud gesprek. Achteraf was ik blij niet voor Teams te hebben gekozen, wat me meer en meer tegenstaat. Teams vind ik tegennatuurlijk vergaderen.

Ik mag een gedicht leveren voor een bundel over diversiteit, met Splinter Chabot als gastredacteur en onder auspiciën van XSAGA: “een live communicatiebureau dat betekenisvolle ervaringen creëert”. Geen idee hoe ze bij mij kwamen, want als dichter ben ik al jaren uit beeld en in de inclusiehoek zul je me zelden zien. Ik antwoordde verrast dat ik als oudere, witte, heteroseksuele dichter natuurlijk graag een bijdrage lever.

We kijken uit naar Parijs, waar Roos en ik ons tienjarig huwelijk vieren en twintig jaar samen zijn. Gelukkig samen zijn.

In Weesp nichts neues.

Iemand plannen?

Verrassend genoeg hield ik het vol tot na twaalven, waar ik doorgaans om 22.00 uur al knikkebol. Maar het was dan ook oud en nieuw en die transitie wil je meemaken. Al is het om 2022 achter te laten: het jaar waarin vader overleed en de pijntjes van het ouder worden doorzetten. Een jaar vooral zonder overtuiging, van veel automatismen. In maart pas namen we afscheid van de beperkingen rond corona, maar volledig vrij voelde het nooit.

2022 was ook een jaar van de keuze te verhuizen naar Weesp, waar we over anderhalf jaar een nieuwbouwappartement mogen betrekken. Ik sprak er vanmorgen over met mijn broer (beste wensen, beste wensen terug) die zijn Vinexwijk in Purmerend beu is (gisteren vanwege het vele vuurwerk).

Ik belde nog met mijn zus, voor de beste wensen en om te vragen wanneer mijn zwager met pensioen mag. Nog zes dagen werken, zei ze en dan verlaat hij het korps officieel per 26 januari, op zijn verjaardag. Hoewel we allebei voor de politie werk(t)en, hebben onze paden elkaar nooit gekruist.

Gemene deler in die gesprekjes: niemand maakt plannen. We zijn door al die crises voorzichtig geworden.

Milder, niet mak

Onder de FB-post ‘Du darfst Weihnachten nur etwas machen, was mit dem ersten Buchstaben deines Vornamens beginnt’ zette mijn allerbeste neef Carsten ‘Christ sein’, wat ik passend vond voor hem en voor Kerstmis. Ik kwam niet verder dan ‘Maul halten’, omdat ik het afgelopen jaar te vaak mijn zegje had gedaan. Op het werk natuurlijk. Ik gaf repliek waar dat nodig was, om vaak te merken dat ik er alleen voor stond. Collega’s belden me soms later dat ze het goed vonden dat ik er wat van zei, maar waarom zeg je het zelf niet, dacht ik? Het nieuwe politiemagazine is gestoeld op archetypen, waaronder de rebel. Bij de eerste opzet had een groep mijn foto bij dat archetype geplakt, wat ik niet eervol vond. Mark de neezegger, de querulant.

Maar er gloort licht in mijn profiel. Er waren jaargesprekken waarvoor je ‘feedback’ moest halen van minstens drie collega’s. De tendens in die antwoorden was dat ik milder was geworden. Tegelijk was er wens om niet mak te worden. Tegenspraak blijft nodig, zeker in het communicatievak waar consensus alles vlak slaat.

Er is de afgelopen maand het nodige gebeurd, maar zelden iets om over te schrijven. We kwamen er wel achter dat de horeca het spontane heeft uitgebannen. Uit eten zonder reservering kan niet meer, ondervonden we tijdens een weekendje weg. Met het oog op Parijs februari (onder andere om ons tienjarig huwelijk te vieren) kiezen we voor de laffe zekerheid van reserveren.

Gisteren schandalig lekker gegeten: Tournedos Rossini met spinazie en aardappelkroketjes. Er bij een lekkere spätburgunder. In januari trek ik de alcohollicentie volledig in.

Goulashsoep

In de stationsrestauratie kwam een groep senioren binnen, van wie één stel aan een andere tafel ging zitten. De zaal zat vol, te vol voor de serveerster die duidelijk gestrest was. Ze kon het niet belopen en kon ook bar weinig bieden. Er was goulashsoep, geen aardappelsoep, maakte ze het oudere stel duidelijk, waarna de man dat maar bestelde. Zijn vrouw vroeg of er nog iets anders te eten was (dat was er wel, worst met patat bijvoorbeeld) maar de serveerster zei – nu iets harder – nee en dat ook de goulashsoep op was. De man at de soep op, zonder zijn vrouw ook maar iets aan te bieden. Ik gaf de serveerster later een fooitje, voor het eten dat wij wel kregen en misschien om de dag wat dragelijker te maken.

Krentenbol?

Vanochtend vroeg, zeer vroeg sprak Hassan mij aan in de metro naar Station Zuid. Ik weet dat hij Hassan heet omdat hij mij eerder benaderde. Hij zei toen wat hij vandaag zei, dat ie dacht dat ik een moslim ben, gezien mijn grijze baard. En of ik wat geld voor hem had. Sorry, nee, ik heb al jaren geen contant geld op zak. Ik kon hem wel twee krentenbollen geven, waarvan hij grootmoedig zei dat ik er gerust één mocht houden.

Voetbal?

Ik verwacht het van Facebook en Instagram om te vragen waar ik aan denk, waarbij ik eerst reclame krijg te zien zodat mijn gedachten al gestuurd zijn. Tot mijn verbazing gebeurt het nu ook bij WordPress. Steeds als ik een blog schrijf, open ik een leeg veld. Dit keer echter stond er: hoe denk je over vlees eten? En potdomme, ik dacht er ongewild aan.

Ik zag tot nu toe enkel flitsen van het WK voetbal. Hele wedstrijden trek ik niet, want het interesseert me niet. Ik constateer wel dat de zogenoemde Oranjegekte uitblijft, wat niet komt door het voetbal van Nederland zelf, maar vooral doordat het WK nu is, midden in de feestdagen, zodat bedrijven het commercieel niet kunnen uitbuiten. Niet zoals in de zomer.

Op het nieuws komt Van Gaal af en toe voorbij; een vervelende man bij wie ik een Cruijff-complex vermoed. Een onbegrepen genie. Helaas heeft Van Gaal de onhebbelijkheid om succes aan zichzelf toe te schrijven en verlies aan de ander.

Ik ga straks naar het Rijksmuseum, naar de tentoonstelling Onderkruipsels.

Model staan

De dame in Paradiso die mij een smerig, lauw biertje schonk (na 1 slok was ik klaar) sprak zo hees dat ik vroeg of het zwaar was geweest de avond ervoor, waarna ze me zei dat ze zo geboren was, wat ik me moeilijk kon voorstellen.

Ik was in Paradiso bij de Beurs van Bijzondere Uitgevers, waarvan ik dacht: kleine uitgevers, kleine beurs, maar het bleek toch een grote te zijn. Bij Haes Producties kocht ik Het hart van Natsume Soseki, wat de uitgever aanprees als een eerste aanzet tussen Japanse lyriek en moderne literatuur. En bij de stand van de Gerrit Rietveld Academie kocht ik het bundeltje JongHwan in Berlin: een fotoverslag van JongHwan Jeong van een weekje vertoeven in de Duitse hoofdstad.

De Rietvelders stonden verkeerd, bij de ingang, zodat ze als organisatoren werden gezien, en dus of ze ook broodjes verkochten en waar de beurs begon en kan ik mijn jas ergens kwijt? Een dame van 75 kwam vertellen dat ze ooit model zat voor kunstenaars van de academie, maar dat ze haar maar lastig vonden. Ik zei haar dat model staan ook op haar 75ste nog kon, waarna ze misschien dacht – of hoopte – dat ik ook van de academie en dat ik haar vroeg om…

Natuurlijk kwam ik er vooral voor een weerzien met Nanne Nauta en Gert de Jager (vertegenwoordiger namens Gaia Chapbooks van Ton van ’t Hof) van wie ik de bundel In Memoriam van Herman Gorter kreeg, waarbij hij een inleiding schreef. Bij de stand van uitgeverij crU zette Nanne mijn Witte Verzen nog even voorop in de uitverkoopbak, waarna hij er zowaar één verkocht en ik de bundel (echt lang geleden) van een opdracht mocht voorzien. Ja, dan voel je je een dichter.

De weg is niet van mij

De gebruikerstest werd steeds uitgesteld, tot uitstel niet meer mogelijk was en ik het dagje Den Helder met mijn dichter-vrienden moest uitstellen om aan de test mee te doen. Die verliep prima, maar gaandeweg werd het een gesprek over wel of niet doorgaan met dit nieuwe content management systeem. Het nieuwe cms – voor slechts één onderdeel van de site – biedt handigheidjes, maar dat is voor de gebruikers niet voldoende om het bestaande systeem te vervangen. De projectleider houdt nog vast aan live gaan in het eerste kwartaal 2023. De werkgroep waarin ik zit, ziet twee cms’en voor één site niet zitten. Typisch politie is dat het systeem al is gekocht, zonder inbreng van de gebruikers. Maar misschien is dat een euvel dat meerdere ICT-projecten rijksbreed raakt.

De nieuwsbrief voor De Hofdame in Weesp repte over moeilijkheden met het plaatsen van de damwanden, waardoor ons appartement niet tweede maar derde kwartaal 2024 wordt opgeleverd, wat de oorspronkelijke planning was. Maar misschien valt er onderweg wat te winnen, gaan dingen onverwacht voorspoedig en wordt het toch tweede kwartaal.

Japan opnieuw bezoeken was al jaren het plan. Vorige week besloten we plots er dan maar werk van te maken, voor het derde kwartaal 2023, in de herfst, wat na april-mei de beste tijd is voor een bezoek.

Gisteren stonden we voor een verkeerslicht, voor twee fietsende Italianen, van wie de vrouw plots naar links trok, mijn weg blokkerend, wat niet zo erg is, maar de auto’s trokken op en voor je het weet lig je er onder. Ik riep geschrokken: ‘Jezus, kijk uit! waarna het Italiaanse vriendje mij in het Engels uitfoeterde voor alles en nog wat. En dat ik disrespectful was en dat de weg niet van mij was. Ik bleef verbazend kalm. Bedacht dat mijn Nederlandse uitroep blijkbaar als vloek werd opgevat. Dat hij belde en fietste tegelijk vond ik meer storend. In Weesp gaan we daar nauwelijks last meer van hebben. Kan het a.u.b. toch sneller?

Oordeel vellen

Of we een cijfer konden geven, zei een vrij felle, louter Engelssprekende dame, bij het verlaten van de IDFA-film Antonia Antonia. Gaat je geen donder aan dacht ik. Ik moet het even laten bezinken. Ik vroeg als afleidingsmanoeuvre of ze misschien Nederlands sprak, wat ze niet deed, waarna ze bleef aandringen. De aardige documentaire over een jongedame die kunstenares wil worden, kreeg van lieverlee een zeven (hoogste waardering) om er maar vanaf te zijn.

Je ziet het de laatste jaren veel, dat je overal direct op moet reageren, een cijfer moet geven voor de geleverde dienst. Het gebeurt bij online aankopen, de sportschool, musea, toiletbezoek. Het is dolgedraaide marketing, alsnog proberen de tendenzen van een doelgroep te begrijpen, dus doe ik er liever niet aan mee. O ja, er zijn nog die bejaarden die namens de NS willen weten met welke kaart je reist. Vroeger sputterden ze bij een nee nog tegen, dat het anoniem was en dat het maar om de kaart ging. Dat verzetje gunnen ze me niet meer. Ze lopen nu met een klikker langs de rijen, koppen tellen.

Mijn schoonvader is verhuisd van Bussum naar Kortehoef. De familie heeft al twee keer grondig huisgehouden en vandaag een derde keer en ik mocht mee voor het zware werk. Ik kan dat goed: dingen weggooien. Waar anderen sentimentele waarde zien, zie ik troep. Het hielp enorm toen we vader Van der Schaaf moesten verhuizen naar het verzorgingstehuis. Gisteren, 12 november, zou hij 89 jaar zijn geworden. Maar vandaag hield de schoonfamilie me handig weg van het selectieproces, zodat elk voorwerp door de ballotage ging. Nu ja, dan maar sjouwen en niets vragen. Kan ik ook heel goed.

Ik heb mijn bundel weliswaar klaar, maar ben nog niet tevreden. Op inhoud kan het sterker (minder praten, meer zeggen) en ik vind de titel niet passen. Gelukkig zei de uitgever dat ook hij niet direct aan de slag kan, want de vormgever is verliefd en meer reden voor uitstel heeft een mens niet nodig.

Schreef ik al dat ik mijn Twitter-account heb opgezegd? Nanne Nauta riep daar op Facebook toe op vanwege Elon Musk, wat ik een goede reden vond om het toch al niet gebruikte account definitief op te zeggen.

Ik las over de midterms morgen in de Verenigde Staten, dat als de Republikeinen winnen – en daar ziet het naar uit – dat het snel over is met de bewapening van Oekraïne. Wat dat betekent voor de oorlog valt niet te overzien. Of durft Europa eindelijk naar voren te stappen? En wat dat betreft, wat doet Duitsland, dat zo omzichtig handelt?

Bij de LidL verkochten ze zowaar Morgon, een cru de beaujolais, die we direct soldaat maakten. Een aanrader, voor 7,99 euro.

Voor ons bezoek aan het Groote Museum (de nieuwste aanwinst van Artis) wilden we lunchen bij De Plantage, waar het ramvol zat. Op de app stond dat er nog plek was voor twee, om 13.15 uur, dus om 13.10 uur vonden we het niet nodig alsnog te reserveren. Maar we kregen te horen dat er geen plek was. Dus naar de hamburgertent ertegenover. Ik heb het niet zo op Nederlandse horeca. De kwaliteit is vaak goed, maar de prijzen zijn te hoog. Voor twee hamburgers, twee cola en één friet betaalden we veertig euro. Ik kan de vergelijking met Spanje niet maken, want daar woon ik niet, maar het mag Spaanser, eerlijker zou ik zeggen.

Vandaag opnieuw naar bodycombat gegaan, door de enorme spierpijn heen gesport, maar de hamstring rechts voelde niet lekker. Maar ik dacht, de enige slechte workout is de workout die je niet doet, waarna ik niet snel een Nederlands alternatief vond voor dat Engelse woord.

Heb hard gewerkt aan een nieuwe opzet voor de bundel Onder de slaapboom, wat van lieverlee iets volledig nieuws werd, met als werktitel Geluid van Vrouwenvel. Het is een stream of consciousness, één lang prozastuk, of beter, proëzie. Ik strooi er haiku door, die geen haiku zijn, wat mij dan weer enorm pleziert.

Godverde…

Vanmiddag kwam ik erachter dat ik gisteren mijn portemonnee bij Amsterdam Amstel heb verloren; het moet daar wel, want ik heb nog de treinreis uitgecheckt. Dus direct alles geblokkeerd en nieuw aangevraagd: bankpassen, rijbewijs, creditcard, mijn ov-kaart van het werk. Naast dat het erg onhandig is, kost het me onnodig geld, met de kosten voor de nieuwe passen, rijbewijs et cetera. Ook had ik op mijn privé-OV-kaart recent 70 euro gezet. Een voordeeltje: mijn rijbewijs wordt net tien jaar verlengd.

Vanmorgen sinds een halfjaar weer aan bodycombat gedaan, wat redelijk ging. Hoeken (de boksbeweging) ging niet fijn, door mijn frozen rechterschouder. Maar die ontdooit, zonder fysiotherapie.

Woensdag was ik naar Almere voor een interview. Ik had het online kunnen doen, maar wilde mijn oude stad zien, zonder enige heimwee. Het waaide hard, wat de stad geen goed deed. Het oogde als vanouds kaal en verlaten. Almere verandert niet, dacht ik, er komt enkel stad bij.

Naschrift: de portemonnee is terecht. Zat in een andere jas waarin ik wel zocht maar niet goed. Sukkel ben ik. Een grote.

Snipverkouden

Soms zit ik mijzelf flink in de weg, zoals maandag toen ik bars reageerde op een normaal verzoek van een collega. Ze belde dat dat niet kon en ze had gelijk, dus excuses. Waarom ik zo reageerde? Geen idee. Misschien opgekropte ergernis, dat ik vind dat het op het werk nog niet naar behoren loopt. De rest van de week was ik voorbeeldig (denk ik). Ik deed in elk geval mijn best om voor alles open te staan, wat lukte.

Gisteren lekker gefietst, wat ik moest vandaag bekopen. Niet zozeer qua conditie, maar ik ben nu snipverkouden. Heel de dag watten in het hoofd en misschien wel dozijnen zakdoekjes vol gesnoten. Gatver.

Ik ben nooit bang voor emoties, merkte ik weer bij de Netflix-miniserie From Scratch. Wat begon als een cliché-romkom werd een goed drama, waarbij de mannelijke hoofdpersoon kanker kreeg en stierf. Of ik het ziek zijn herkende, of dat de dood van mijn vader in februari meespeelde .. wie zal het zeggen, maar het was grienen, een brok in de keel. En veel zakdoeken.

Ik heb de productie van mijn bundel Onder de slaapboom even stilgelegd. Het kan scherper in beeld, evenwichtiger in opbouw, dus terug naar de tekentafel. De basis is gelukkig goed.

Mijn kat is dood

Ik was me in sportschool aan het omkleden, sprak kort met een bekende die lekker had gesport, toen een jonge jongen tegen mij zei: ‘Mijn kat is dood. Hij is gestorven in de armen van mijn moeder. We hebben hem heel heel vaak geaaid en toen opeens deed ie zo,’ waarna hij nadeed dat hij verstijfde. De kat was pas dertien jaar, zei hij nog, wat heel jong was. Ik vroeg hem of hij een nieuwe kat wilde, maar dat wist hij nog niet. Ik ging verder met omkleden. Plots weer de jongen. ‘Mijn kat is dood. Hij is gestorven in de armen van moeder…’ Ik zag toen pas dat zijn ogen wat naar binnen stonden.

Op de weg naar buiten sprak ik enkele andere bekenden van bodycombat. Ik deed ze uit de doeken waarom ik een halfjaar uit de running was (frozen shoulder, fietsongeluk) en dat ik het volgende week weer probeer. Goed zo. Het is chaos op links (in de zaal), zeiden ze grappend. Sinds jij daar niet meer staat, weet niemand zijn plek.

In NRC ziet oud-crisisdiplomaat Robert Serry dat Rusland de oorlog in Oekraïne niet kan winnen, maar ook niet mag verliezen. De vraag is ook: kan Oekraïne winnen? Serry: ‘Wat als Oekraïne […] weliswaar een groot deel van zijn doelstellingen heeft bereikt, maar herovering van alle bezette gebieden te grote verdere schade en pijnlijke verliezen met zich meebrengt? Wat als bijvoorbeeld herovering van de al sinds 2014 bezette gebieden in het oostelijke Donbas gebied te grote offers vraagt?’


Professioneel

Woensdag kreeg Roos de vierde coronaprik en ik mocht hem gisteren halen. En die duvelse GGD was snel, want vandaag al stond ie in de corona-app. Ook professioneel: het advies van de lijstenmaker voor het schilderij dat we vorige week kochten. Bij het verwijderen (deed ze handig) van de lelijke, te grote lijst kwam de naam van de schilder tevoorschijn: Ter Reehorst. Het kan Carel Hubertus ‘John’ ter Reehorst zijn, geboren te Amsterdam 1901 en overleden in 1985, of zijn vader Wim ter Reehorst. We vermoeden de eerste, zonder te weten waarom.

De nieuwe lijst kost evenveel als het schilderij, maar ach, een kniesoor.

We wilden naar Amsterdam Noord, neuzen bij Van Dijk en Ko, maar botsten op het Amsterdam Dance Event, dat ons de weg blokkeerde met een kaal ogende parade en met feestgangers die massaal Het IJ wilde oversteken. Dan maar door naar het Houthavenveer, dachten we slim, maar ook daar een sliert. Gezien de geestdodende beats, begrepen we de nood aan geestverruimende middelen.

Voor mij volstond Ukase van John Asbery, in A Worldly Country

Ukase
And as you were indulging in the thesaurus,
or, more precisely, being indulged,
the word-rabbits came hippity-hopping along.
Soon it was dusk. The weary river passed
to ask you the same song over again; the birds
(who knew it all by now) were silent;
and it was time to mold the analytical
to the time-sensitive. That is,
to say that it had happened and we were
no worse for it. Indeed, the sky
and nearby barns seemed about to chime
as we were getting our stuff together, ready
to leave, as always, though not quite decided
what tributes to accept, if night should bring any.

What a chump! Excuse me …
It is to the wind and the windflowers I address these
afterthoughts, if they can be dignified
as such. And I digress, too,
in the gloaming where all can be finessed
as we are incurably, undeniably aging,
only I can’t tell what that feels like–
It’s so true! Not when, but if.
But we’ll know it before it happens–we’ll
recognize us from the way we look at each other,
not from any urgent movement forward
or anything like that.

Vooral het laatste deel van de tweede strofe spreekt me aan. In een wat amateuristische vertaling wordt het dit:

En ook ik dwaal af,
in de schemering waar alles kan worden verfijnd
omdat we ongeneeslijk, onmiskenbaar ouder worden,
alleen kan ik niet zeggen hoe dat voelt–
Het is zo waar! Niet wanneer, maar als.
Maar we zullen het weten voordat het gebeurt–we zullen
elkaar herkennen aan de manier waarop we naar elkaar kijken,
niet van een dringende beweging voorwaarts
of iets dergelijks.

Eerste avondmaal

Ik ging in het bedrijfsrestaurant aan het lange eind van een tafel zitten, waar enkele collega’s zaten. Ze zeiden dat het niet nodig om daar zo alleen te zitten, en of ik Jezus was. Ik snapte dat niet goed, maar moest snel aan het werk en grapte dat het toch maar mijn laatste avondmaal was. En alles leuk en aardig, maar hoe zat het met dat eerste avondmaal? Zouden alle discipelen er bij zijn geweest? Wie niet? Was het een potluck dinner waarbij iedereen zelf wat moest meenemen? Ja, Jezus had je er graag bij. Die kon immers water in wijn veranderen. Maar ook dan… wat kreeg je in het glas? Een stevige Italiaan? Een fletse uit Israël?

Ik kreeg voor de vakantie van Luca Deutinger een poëziebundeltje met de titel 23, naar wat ik begrijp het huisnummer is waar Luca en haar vriendin de dichteres Daniella Verschuur in Berlijn woonden. Ik ben niet heel goed in beoordelen of iemand goed is (ik zie wel snel wat erg slecht is) en het bundeltje in corps vier is haast niet te lezen en het bevat enkele zetfouten, maar het geluid dat Daniella laat horen is krachtig, samengebald en ze is rijk in haar taal. Luca maakte er schetsen bij, wat het geheel uniek maakt; er zijn maar zes exemplaren. En ik heb er één.

Bomen

Ik was een beetje gerustgesteld toen ik las dat Poetin geen conflict wil met de NAVO, wat zou leiden tot een wereldwijde ramp. Maar Oekraïne heeft daar niets aan. En ik begrijp dat dergelijke uitspraken horen bij een informatieoorlog die al jaren duurt, niet pas acht maanden.

De eerste week na de vakantie heb ik goed doorstaan. Mag een interview doen met de Nationale ombudsman, maar tijd vinden – een halfuurtje maar – is lastig.

In de tram werd een oudere heer boos op de conductrice. Hij schreeuwde dat ze hem niet voor de gek moest houden en besloot met ‘troela’. Lang niet gehoord. Evenals het woord stokebrand, dat gold voor de Bosnische president Milorad Dodik.

Gisteren een schilderij gekocht. Een Scandinavisch ogend winterlandschap met bomen. We hadden hem eerder gezien (in een zaak waar ze kunstbloemen verkopen) maar aarzelden. Bij binnenkomst bleek het schilderij groter dan gedacht. Wel gaan we de lijst vervangen. ‘We hebben blijkbaar iets met bomen,’ merkte Roos later op, doelend op twee eerder aangeschafte werken.

Begin vorige week de laatste handtekeningen gezet voor ons appartement in Weesp. Nu is het wachten. Mensen die het voor het eerst horen, begrijpen niet dat we van de Prinsengracht vertrekken. Dat je zo’n plek verlaat…