Productie draaien?

Ontmoette op mijn “vaste werkplek in Rotterdam (ik ben vaker in Den Haag) een collega die ik door corona twee jaar niet had gezien. Het gaat hem goed. Hij zei dat hij met anderen sprak dat dat thuiswerken prima bevalt maar dat ie het mist om aardige collega’s te spreken, waarbij hij mij noemde, wat ik dan maar voor waar aannam en ik vind hem ook aardig dus dat scheelt. Ik was naar Rotterdam voor mijn stagiair die een presentatie gaf over zijn scriptie. Het was mijn eerste stagiair. Maandag een gesprek met de volgende. Ik leer ervan.

Vandaag deed ik weinig. Op de weg terug, met een weer tegenvallende prestatie van de NS, dacht ik aanvankelijk aan een verloren dag, want nauwelijks iets opgeleverd, maar “iets maken”, productief zijn, is maar het halve kantoorwerk. Relaties onderhouden is minstens zo belangrijk. Ik sprak oude bekenden en ontmoette nieuwe collega’s zodat het al met al een zinvolle dag werd. Opmerkelijk: als ik mijn naam noem zie je mensen denken dat ze hem eerder hoorden. Of het een waarschuwing is of een goed teken laat ik in het midden.

Todesgedichten

Wil opnieuw beginnen aan ‘Naakt en bewogen’ van Gert de Jager (net uit) en las intussen zijn (net uit) ‘Yo! De doodsgedichten van 36 zenmonniken’. Beide uitgegeven bij Gaia Chapbooks. Yo is hallo in het Japans, maar dan informeel. In de eerste van zijn vijf inleidingen op het fenomeen doodsgedichten en de taal die er achter steekt en de geschiedenis daar achter die doordesemd is van Chinese cultuur, staat: op de drempel van de dood werd een monnik geacht zijn definitieve inzicht in de vorm van een gedicht onder woorden te brengen.

Denk je clichématig aan het Verre Oosten (zijn wij voor hen het Verre Westen?) dan denk je aan mystiek, verhevenheid, maar daarvoor “waarschuwt” De Jager de lezer al, dat de gedichten in een boeddhistische traditie staan die van al het aardse een illusie maakt. Wat mij in de poëzie treft, is het schijnbare ontbreken van meesterschap. In de westerse traditie wordt meesterschap onderstreept door een meesterwerk, maar daarvan lijkt hier geen sprake. De gedichten zijn ontnuchterend, kaal, soms zelfs een tikkie banaal, wat ik heerlijk vind. Ze doen modern aan. Besef dan dat deze gedichten dateren van bijvoorbeeld 1278, 1458 of 1837.

Dokyo Etan (1721)

Hier in de schaduw van de dood
komt mijn laatste woord niet vanzelf.
Dus ik hou het maar bij ‘vanzelfsprekend’
en verder helemaal niets.


Om mijn eigen banaliteit kan ik niet heen. Ik fietste gisteren een geweldige ronde (op 227 stukken sneller dan eerdere ritten) maar kwam aan het einde heel knullig ten val, omdat ik moest omkeren op een smal pad. Mijn pols is nu licht gekneusd, evenals mijn ego. Verder liet ik de eerste uurtjes van hun ontmoeting aan Roos en haar vriendinnen, zodat ik de film The Northman zag. Veel wraakgeweld, veel epos en wat mij betreft vrij authentiek. Ik zag Vikings en Valhalla en zo’n beetje elke Vikingfilm die er is, dus vind ik mijzelf een kenner.

Treinterreur

“Please remember your luggage”, zei de conducteur op de weg terug. En een man zei tegen zijn reisgenote dat hij graag wilde leren gedichten te declameren. Dat was de goede NS. Vanmorgen zat ze tegen. Voor ik om 05.45 naar Station Zuid ging, keek ik op de app voor bijzonderheden. Niets. Op het station bleek de trein naar Den Haag echter niet te rijden. Ik de app in of er dan vanuit Centraal… ja. Geen belemmeringen. Dus terug in de metro naar Centraal. En daar toch borden dat er geen treinen naar Den Haag. Zwaar de pee in liep ik naar huis, bedacht dat ik via Utrecht kon, ging terug naar Centraal om via de Domstad toch naar de Hofstad. Om 05.45 uur vertrokken, om 08.45 uur gearriveerd.

Omdat alle kantoren die middag bezet waren ging ik in Teams op mijn Smartphone voor een korte briefing aan de koffietafel zitten. Tot ik ruw werd onderbroken door twee personal assistants, dat dat zo toch niet kon en ik of als de wiedeweerga. Ik kreeg potdomme een standje. Waarom hebben PA’s het ego dat ze hebben?

Roos sprak met de financieel adviseur en stuurde al wat documenten. Was ik 57 geweest, dan was financieren een stuk moeilijker geworden, blijkt nu. Maar ik ben 56. Jong genoeg om een appartement te kopen.

Doe niet zo lullig

Nadat de penis jarenlang niet te zien was op tv, brengen betaalzenders hem steeds vaker in beeld. Publiciste Linda Duits vindt dat maar niets. ‘Het effect van een slappe lul is anders dan dat van een parmantige tiet. Het is komisch en kolderiek, eerder aandoenlijk dan opwindend.’ Pardon? Is mannelijk naakt minder prettig om te zien dan het vrouwelijke?

Vrolijker nieuws: we willen het nieuwbouwappartement in Weesp graag kopen. Oplevering (mits zeventig procent van de appartementen is verkocht) wordt najaar 2024. Gisteren waren we op gesprek. Het eerste wat de makelaar wilde weten is waarom we een plek aan de Prinsengracht willen verruilen. Typisch makelaar, besef je, dat alles draait om locatie. We sputterden iets van rust en meer groen en dat ik de Amsterdammers niet meer zo leuk vind. Maar dat is sowieso iets van de Randstad zei ze verstandig.

Over twee weken tekenen we voor koop, waarna we twee maanden hebben om de financiering rond te krijgen. Dat is een voor ons nieuw verhaal van overwaarde, overbruggingskredieten en extra maandlasten. Gelukkig is er sinds gisteren een heel behoorlijke politie-cao, dus ach… we rooien het wel.

De Hofdame zegt toch welkom

Ik hoorde Roos toevallig antwoordden dat we nog belangstelling hebben, maar ja, in wat? Weesp bleek snel. Er is in de Hofdame alsnog een plek opengevallen en wij maken zowaar kans. Vrijdag volgt een gesprek. Ik had er geen enkel vertrouwen in toen we op de reservelijst kwamen, maar kansen keren. Na een wederzijds ja volgen meer gesprekken, met hypotheekverstrekkers, makelaars en ander volk. Het hoort erbij.

Het weekje rust zit erop, voor mij vrijdag al, toen mijn piket begon. Ik lag vannacht wakker van een artikel dat woensdag klaar moet zijn, bleek volgens de briefing die ik vandaag kreeg. In overleg met de eindredacteur een nieuwe datum afgesproken. Volgende week mag ik een collega spreken over haar onderzoek naar journalistieke vrijheid binnen de politie. Dan kom je direct op het verschil tussen journalistiek en bedrijfsjournalistiek.

Omdat ik heel het weekend paraat stond en het werk voor vandaag was gedaan, ging ik een rondje fietsen. Ik ben dit jaar de 1000 kilometer gepasseerd.

Oranjefront

Natuur in Nederland is begrensd door prikkeldraad en verbodsborden, bleek tijdens onze wandeling naar de Posbank, die we niet mochten betreden. Je denkt dan dat de bewegwijzering ten minste goed is, je kunt het pad immers niet af, maar helaas. Na de Posbank nog tijd voor Doesburg, op aanraden van Ton. Een charmant stadje met te veel bakkers die zich voorbereiden op Koningsdag. Zelfs de AH had vier vitrines vol oranje tompoucen en soesjes. We aten een broodje bij zo’n bakkerij waar een man haastig binnenliep of ze oranje poezen hadden. Morgen wel zei de verkoopster. Op de parkeerplaats liet een bejaarde een reutelende scheet.

Afgesloten

We zijn op park Beekhuizen nabij Velp. Een natuurkamp (nee, geen naturisten), midden in het bos. Heerlijk. Geen tv, geen laptop (mee). Wel lekker eten en drinken en lezen. John Ashbery blijft onnavolgbaar goed. Nog wel eerst even over de grens geweest om boodschappen te doen in Kaufland. Morgen wandelen naar de Posbank.

We hebben een korte vakantie in het vooruitzicht, een midweekje op een natuurpark nabij Arnhem. In de vakantieaanloop ergerde ik me op het werk vrijwel constant, wat soms aan mij lag, vaker aan de ander. Zoals onbekende collega’s die meenden dat ik hun probleem moest oplossen en meer van dat soort dingen. Nog tien jaar, als het lukt om op mijn 66ste met pensioen te gaan.

Het is goed om een week weg te zijn. Helaas heb ik volgende weekeinde piket. Museum Kuppersmühle staat op het programma en vooruit… Arnhem.

Tol betalen in ’t tolhuis

Print is op sterven na dood, impliceerde de bladendokter. Alleen voor de zomervakantie zien publiekstijdschriften een piek. We hadden de dokter over om te praten over de toekomst van onze twee bladen die naar één gaan. En om te praten over wat de toekomst wel brengt, wat hoofdzakelijk online is, en waar ik mij op het werk op richt. De toekomst is ook personaliseren, content steeds meer richten op de individuele afnemer. Prosumer vind ik een grappig woord.

’s Ochtends was er nog een uurtje praten over onbewust of bewust gedrag, wat geen verrassing bood, evenmin dat je buiten je eigen scope moet schrijven.

Op zaterdag trof ik dichtersvrienden Gert, Nanne en Ton voor een lunch in de Tolhuistuin in Amsterdam Noord. We gaven boeken weg (de boekenweek was immers begonnen), bespraken onze afstand tot het literaire circuit, onze kijk erop en we vroegen naar elkaars welbevinden. Het was zeer genoeglijk. Wonder! ik hield mijn pak droog, ondanks de wiebelige serveerster die de drank aan onze tafel verzorgde.

Na vijf kwartier Trentemøller verliet ik Paradiso. Ik voelde me niet lekker, moest ook weer wennen aan veel mensen om me heen en het optreden beviel me matig, wat niet lag aan de band die stevig van leer trok. Maar de zangeres stond op echo overdrive en de hoofdmuzikant liet het na om contact te maken zijn publiek en de setlist ging van idioot stevig naar gapend traag. Neemt niet weg dat ik graag luister naar Trentemøller.

De griep is er bijna uit. Ook bij Roos, die morgen weer naar haar werk kan.

We merken al langer dat we ouder worden. Het frisse is eraf. Natuurlijk sporten we er hard tegenin, maar zonder fanatisme. Gaat het even niet, dan sporten we net zo gemakkelijk niet. Morgen geen bodycombat. We lazen dat je griep met rust moet bestrijden, dus doen we dat. Een wandeling om aan te sterken; meer zit er niet in.

WhatsApp en ik zijn geen goede combinatie. Broer Robbert had me begin maart geappt of het een beetje ging, zo na het overlijden van vader. Die app las ik vandaag. Ik dacht een gesprek weg te gooien, maar blijkbaar archiveer je alle conversatie. Idem op werk, waar mensen me appen, waar ik vraag om te bellen. Ik merk al langer dat ik ouder word.

Ik hoorde iemand praten over territoriaal metabolisme, dacht aan een verzinsel, maar het blijkt te bestaan. Iets met de stedelijke balans van materialen- en energiestromen.

Morgenavond ga ik naar Trentemøller in Paradiso. Hij is van 1972.

Het zegt genoeg (over mij) dat een Oekraïense president mij op 1572 moet wijzen, het jaar dat Nederland ontstond. Ik weet te weinig over de vaderlandse geschiedenis. Ik zou er boeken over moeten lezen, maar besloot uit gemakzucht een aflevering van ‘Het Verhaal van Nederland’ te kijken, wat nog geen tien minuten duurde, zodat ik alsnog niet wijzer werd. Op de middelbare school was het ook geen thema, waar we wel veel leerden over Indonesië, ook al vermoed ik dat die lessen niet het hele verhaal vertelden.

Het woord verhaal ben ik inmiddels beu.

Roos en ik hebben griep, dag drie nu. Het is dat we een griepprik hebben gehad, anders waren we er slechter aan toe. Roos deed voor de zekerheid nog een coronatest, waarvan de uitslag negatief bleef. Oef.

Ik lees een boek over de Donbas, wat het beeld van deze regio niet verbetert. Daar heerst een soort wetteloosheid, met maffia, omhooggevallen president-schurken en milities die wreedheden begaan. In 2014 al (eerder?) noemden de pro-Russische separatisten de regering van Oekraïne fascistisch. De ‘denazificering’ van Poetin lijkt een logisch vervolg.

De bodycombat-instructrice appte net dat ze positief testte en dat ik moest opletten omdat ik twee keer naast haar op het podium stond, dus dichtbij. Uit voorzorg ga ik toch niet naar Den Haag om te werken in de newsroom.

Vorige week donderdag was heel het team in Rotterdam, voor de kwartaalafsluiting. Het was leerzaam, leuk ook, maar aan werken kom je niet toe. Wat dat betreft is thuiswerken veel efficiënter. Ik wilde de trein instappen, mistte mijn portemonnee, ging terug naar de werkplek om mijn portemonnee in de jas van een collega te vinden (waar ik hem zelf had ingedaan omdat die jas ook groen was).

De belangstelling voor de nieuwbouw in Weesp was overweldigend, stond in de mail. We staan op de reservelijst, wat zo vaag is als wat. Hoe lang is die lijst, op welke plek staan we, hoe laag? Krijgen Weespers voorrang? We leggen ons erbij neer dat dit niet gaat lukken.

We gingen naar Huis Marseille en waren niet erg onder de indruk van Charlotte Dumas en de paarden die ze fotografeerde. Zeldzaam saai, steriel. Huis Marseille heeft werk van haar gekocht en dan ben je het aan jezelf verplicht zo’n fotografe groot te maken.

Intussen hebben we vier van zes terrasdeuren geschuurd, klaar voor een hoognodige lik verf. De tandarts zei bij mijn halfjaarlijkse controle dat alles in orde was en dat ze het niet van mij moest hebben om op vakantie te kunnen. En ach, je praat wat, je lacht wat en intussen is er nog steeds oorlog in Oekraïne.

Het was zomaar een etentje met de familie, op uitnodiging van schoonzus Monique die uit Flachau was gekomen. We gingen in Bussum naar restaurant Bregje, waarvan er meerdere blijken te zijn. Er hingen zwart-witfoto’s aan de muur, waarvan Luca Deutinger en ik al vroeg vermoedden dat dat Bregjes waren. Of ex-serveersters. Het werd allemaal reuze gezellig. We waren omringd door blonde Bregjes, zoals onze serveerster blond was, met een knotje. De jongeman die ons ook bediende, liep over van enthousiasme voor zijn vak. Of het gesmaakt had, vroeg hij, en ik zei prima, wat hij waanzinnig vond. En mijn bestelling cola eerder was super. Grappig: bij het afrekenen mompelde hij iets van tien menuutjes, wat mijn schoonzus begreep als tien minuutjes, wat ze niet kon plaatsen zodat de jongen wat narrig werd.

Tijdens het eten hadden we het voorzichtig over politiek. Er was gestemd, er was niet gestemd en Sigrid Kaag kon geen goed doen. “Vreselijk mens. Zo stijf.” En ik vond dat sterk overdreven, alsof alle politici een joviale Rutte moeten zijn.

Intussen spraken Roos en ik – verrassing – over de inschrijving voor nieuwbouw in Weesp. De deadline is overmorgen dus we staan laag op de lijst. Vrijdag horen we of het lukt, maar het lijkt me stug dat we in aanmerking komen. Maar Weesp is plots een optie, waar we die nooit hadden. Grappig: we zouden Amsterdam niet verlaten. Vanaf 24 maart is Weesp het zevende stadsdeel van de hoofdstad.

Ik verwacht snel een melding van WordPress dat ik goed bezig ben, met drie blogs achter elkaar. Mijn leven is spannend.

De krantenbezorger had geen NRC geleverd, maar de Volkskrant, maar in halfslaap had ik dat niet door. Vanmorgen zei ik tegen Roos dat ze bij NRC blijkbaar een nieuwe vormgeving hadden doorgevoerd, met nieuwe columnisten, tot ik plots de titel zag. Fuck. En ik dacht direct aan het lied van Joop Visser ‘de Volkskrant is een kutkrant‘. Ik kom maar niet door die rommelopmaak heen. Ook heeft de krant mijns inziens een rellerig toontje, waarvan ik genoeg voorbeelden vind.

Ik luisterde gisteren in de auto op weg naar de wasstraat Radio 1, waar de 69-jarige Mat Herben werd vrijgelaten om Pim Fortuyn te bewieroken. Dit jaar is het twintig jaar geleden dat Pim werd vermoord. Pim heeft nooit verkeerde dingen gezegd, beweerde Herben, en sowieso zijn zijn woorden altijd uit context gehaald. De schuld lag vertrouwd op links. Linkse mensen, zei Herben, zijn per definitie onverdraagzaam jegens andersdenkenden, woorden in die trant.

Herben leest kranten diagonaal, zei hij ook, maar in dat kruislings lezen zit geen Volkskrant, vermoed ik.

Ik ben al enige tijd epic slice owner voor Nieuws 3.0 en sinds gisteren blijkbaar ook placeholder voor ons content management systeem. Niet dat ik baas ben of zo, maar ik mag meepraten over wat er wordt bedacht en gemaakt voor intranet. Een baasje was ik natuurlijk altijd al.

Dat werd me gisteren – toen ik weer op kantoor was – lachend verteld, nadat ik veel aandacht vroeg (maar op een goede manier). Ik schoof spontaan aan bij enkele collega’s die een nieuwe bladformule bedenken; we gaan van twee bladen naar één. Leuke sessie en hoognodig. Onze bladen staan al een tijdje stil. ’s Avonds was ik doodop, vooral van mijzelf.

Ik dacht naïef dat het op vrijdag rustig zou zijn bij de autowasstraat, om het Saharazand af te spoelen. Gekkenhuis. Ook bestaat het bedrijf 26 jaar en geeft het 26 eurocent korting op benzine. Het was hamsteren a la corona (maar ik had voldoende benzine).

Flink eind gefietst en eerder deze week ‘Visjes’ gekocht van Joost Oomen, waarvan ik dacht dat het een poëziebundel zou zijn, maar het is een reisverslag. Ik vorder in ‘Vervoersbewijzen’ van Tijl Nuyts. Bevalt me.

In 2016 zei Nederland in een referendum – stevig beïnvloed door populisten – nee tegen een associatieverdrag met Oekraïne. Het verdrag zou de politieke en economische samenwerking met dat land makkelijker maken. Juncker, destijds voorzitter van de Europese Commissie hoopte van harte dat Nederlanders geen nee zouden zeggen “om redenen die niets met het verdrag zelf te maken hebben.” We hebben onze Euroscepsis sindsdien afgeschud.

Ik heb vandaag gestemd, omdat het kon. Het werd een gespleten keuze, op links voor stadsdeel centrum omdat er binnen de grachtengordel erg veel rechtse kiezers zijn. Voor heel Amsterdam stemde ik weer rechts omdat de linkerflank Amsterdam al jaren bestuurt. Wat ook scheelt… ik hoef de tv-debatten niet te volgen.

Wat rest

Gedurende de coronacrisis leken er twee noodlijdende groepen te zijn: de zorg die nodig ontlast moest worden en de horeca die een noodtap nodig had wilde het overleven. Van de twee zag ik in de Stemwijzer Amsterdam nog veel horeca terug, over terrasuitbreiding en ruimere openingstijden. De horecalobby is sterk. Een Stemwijzer is een gemakzuchtige oplossing, dus las ik verkorte versies van partijprogramma’s en dat hielp… een beetje.

In Amsterdam duiken stickers op straatnaamborden op, met this street stands with Ukraine: do you? Ik sprak ervoor met twee dames die ook klaarstonden voor de les bodycombat. Nee, ze vonden die openlijke steun mooi, wat ik ook vind, maar niet opgelegd door anderen. Een van hen was de dag ervoor naar de manifestatie op De Dam gegaan. Mooi, zei ik. En dat het toch apart was dat we na twee jaar corona – als toppunt van de geïndividualiseerde maatschappij – plots gemeenschapszin beleefden, ook al is de aanleiding verschrikkelijk. En dat vonden ze wel mooi gezegd, waarna we gingen sporten.

Ik was me er de tiende maart zeer bewust van dat mijn vader een maand geleden overleed. De uitvaartonderneming zal zijn as inmiddels hebben verstrooid, in Heerhugowaard waar hij is gecremeerd. Ik weet niet veel over Heerhugowaard. Het lijkt me een rustig dorp, zeer geschikt voor asresten.

Plots zat ik een #metoo-discussie. De redactie had de dag ervoor een artikel geplaatst over eremedailles, uitgereikt aan politiemensen. De foto erbij was van een dame die de medaille opspelde bij haar partner. Toch zag een collega dat anders. Hij – en veel vrouwelijke collega’s namens wie hij sprak – zagen een clichébeeld, van een vrouw in adoratie van een man. Ik antwoordde wat ik zag en daar werd fel op gereageerd, of ik de klager voor de gek hield en dat ik de klacht niet serieus nam. Heel die dag verwachtte ik een mail voor een gesprekje met de klachtencoördinator. Het zijn hypergevoelige tijden.

Over Oekraïne kan ik niets zeggen, omdat niet te bevatten is wat daar gebeurt. Vanmorgen hadden we een koffieafspraak met ‘zwager’ Theo Deutinger en dochter Luca die in Amsterdam woont. Theo woont in Oostenrijk. Hij gaf geregeld les aan een universiteit in Moskou en dat is vanzelfsprekend voorbij. Hij voorspelt dat Moldavië in Russische handen valt en ook Kaliningrad dat tussen Navo-landen Litouwen en Polen ligt. De Russen zouden via Wit-Rusland een corridor naar dit geïsoleerde stuk Rusland willen. Als dat gebeurt, blijft een Derde Wereldoorlog niet uit. Over Rusland kan ik niets zeggen, omdat niet te bevatten is wat daar gebeurt.

Het is bijna een maand geleden dat mijn vader stierf. Ik ben blij dat hij van deze waanzin niets heeft meegekregen.

Misschien begon het bij Rien Poortvliet, die het ‘Leven en werken van de Kabouter’ tekende. Of dan toch zeker bij kabouter Wesley. Van alle wezens is de kabouter mijn favoriet. In de poëzie welteverstaan. Olaf Risee schreef er ooit over, maar dat gedicht kan ik niet vinden. Die van Thomas Möhlmann vond ik wel, in zijn ‘In het bos’.

Er worden geen vragen gesteld geen suggesties
gewekt, er wordt niet geveegd maar gestreeld


eerst worden stammen van bomen gescheiden

dan bladeren van scherven, pluisjes van stof

de eenvoudige gebaren boezemen iets in
waar het klaar is, lijkt nog niets begonnen

intussen vertrokken de sprokkelaars vanzelf
boog het zoekteam zich boven een vennetje
te ver voorover en leunden de overblijvers
tegen takken die er niet meer waren

mocht wie nu nog rest de behoefte voelen
zich tegen deze schoonmaak te verzetten
hij stuit op manshoge kabouters en woelt.


Recent is daar Tijl Nuyts bijgekomen, met Weerde (17:53)

En dan, geheel onverwacht,
net wanneer het moet gebeuren

stapt bij wijze van intermezzo
een troep tuinkabouters op.

Ik schuif de bossen maretak opzij, kijk toe
hoe ze passagiers proppen met chloroform
in de mond duwen, lome lichamen in kruiwagens
laden, dingen doen met puntmutsen.

Er heerst een kanariegele stilte.

Bij de volgende halter stappen ze af,
helpen onderweg een gesluierde dame
met een kinderwagen. ‘Merci, c’est gentil.’

Wanneer na de zoem van de deuren
de trein zich uit stilstand hijst, de snelheid opdrijft,
zie ik nog net hoe de kabouters de lichamen openen,
hoe de zoektocht naar edelstenen begint.