We merken al langer dat we ouder worden. Het frisse is eraf. Natuurlijk sporten we er hard tegenin, maar zonder fanatisme. Gaat het even niet, dan sporten we net zo gemakkelijk niet. Morgen geen bodycombat. We lazen dat je griep met rust moet bestrijden, dus doen we dat. Een wandeling om aan te sterken; meer zit er niet in.

WhatsApp en ik zijn geen goede combinatie. Broer Robbert had me begin maart geappt of het een beetje ging, zo na het overlijden van vader. Die app las ik vandaag. Ik dacht een gesprek weg te gooien, maar blijkbaar archiveer je alle conversatie. Idem op werk, waar mensen me appen, waar ik vraag om te bellen. Ik merk al langer dat ik ouder word.

Ik hoorde iemand praten over territoriaal metabolisme, dacht aan een verzinsel, maar het blijkt te bestaan. Iets met de stedelijke balans van materialen- en energiestromen.

Morgenavond ga ik naar Trentemøller in Paradiso. Hij is van 1972.

Het zegt genoeg (over mij) dat een Oekraïense president mij op 1572 moet wijzen, het jaar dat Nederland ontstond. Ik weet te weinig over de vaderlandse geschiedenis. Ik zou er boeken over moeten lezen, maar besloot uit gemakzucht een aflevering van ‘Het Verhaal van Nederland’ te kijken, wat nog geen tien minuten duurde, zodat ik alsnog niet wijzer werd. Op de middelbare school was het ook geen thema, waar we wel veel leerden over Indonesië, ook al vermoed ik dat die lessen niet het hele verhaal vertelden.

Het woord verhaal ben ik inmiddels beu.

Roos en ik hebben griep, dag drie nu. Het is dat we een griepprik hebben gehad, anders waren we er slechter aan toe. Roos deed voor de zekerheid nog een coronatest, waarvan de uitslag negatief bleef. Oef.

Ik lees een boek over de Donbas, wat het beeld van deze regio niet verbetert. Daar heerst een soort wetteloosheid, met maffia, omhooggevallen president-schurken en milities die wreedheden begaan. In 2014 al (eerder?) noemden de pro-Russische separatisten de regering van Oekraïne fascistisch. De ‘denazificering’ van Poetin lijkt een logisch vervolg.

De bodycombat-instructrice appte net dat ze positief testte en dat ik moest opletten omdat ik twee keer naast haar op het podium stond, dus dichtbij. Uit voorzorg ga ik toch niet naar Den Haag om te werken in de newsroom.

Vorige week donderdag was heel het team in Rotterdam, voor de kwartaalafsluiting. Het was leerzaam, leuk ook, maar aan werken kom je niet toe. Wat dat betreft is thuiswerken veel efficiënter. Ik wilde de trein instappen, mistte mijn portemonnee, ging terug naar de werkplek om mijn portemonnee in de jas van een collega te vinden (waar ik hem zelf had ingedaan omdat die jas ook groen was).

De belangstelling voor de nieuwbouw in Weesp was overweldigend, stond in de mail. We staan op de reservelijst, wat zo vaag is als wat. Hoe lang is die lijst, op welke plek staan we, hoe laag? Krijgen Weespers voorrang? We leggen ons erbij neer dat dit niet gaat lukken.

We gingen naar Huis Marseille en waren niet erg onder de indruk van Charlotte Dumas en de paarden die ze fotografeerde. Zeldzaam saai, steriel. Huis Marseille heeft werk van haar gekocht en dan ben je het aan jezelf verplicht zo’n fotografe groot te maken.

Intussen hebben we vier van zes terrasdeuren geschuurd, klaar voor een hoognodige lik verf. De tandarts zei bij mijn halfjaarlijkse controle dat alles in orde was en dat ze het niet van mij moest hebben om op vakantie te kunnen. En ach, je praat wat, je lacht wat en intussen is er nog steeds oorlog in Oekraïne.

Het was zomaar een etentje met de familie, op uitnodiging van schoonzus Monique die uit Flachau was gekomen. We gingen in Bussum naar restaurant Bregje, waarvan er meerdere blijken te zijn. Er hingen zwart-witfoto’s aan de muur, waarvan Luca Deutinger en ik al vroeg vermoedden dat dat Bregjes waren. Of ex-serveersters. Het werd allemaal reuze gezellig. We waren omringd door blonde Bregjes, zoals onze serveerster blond was, met een knotje. De jongeman die ons ook bediende, liep over van enthousiasme voor zijn vak. Of het gesmaakt had, vroeg hij, en ik zei prima, wat hij waanzinnig vond. En mijn bestelling cola eerder was super. Grappig: bij het afrekenen mompelde hij iets van tien menuutjes, wat mijn schoonzus begreep als tien minuutjes, wat ze niet kon plaatsen zodat de jongen wat narrig werd.

Tijdens het eten hadden we het voorzichtig over politiek. Er was gestemd, er was niet gestemd en Sigrid Kaag kon geen goed doen. “Vreselijk mens. Zo stijf.” En ik vond dat sterk overdreven, alsof alle politici een joviale Rutte moeten zijn.

Intussen spraken Roos en ik – verrassing – over de inschrijving voor nieuwbouw in Weesp. De deadline is overmorgen dus we staan laag op de lijst. Vrijdag horen we of het lukt, maar het lijkt me stug dat we in aanmerking komen. Maar Weesp is plots een optie, waar we die nooit hadden. Grappig: we zouden Amsterdam niet verlaten. Vanaf 24 maart is Weesp het zevende stadsdeel van de hoofdstad.

Ik verwacht snel een melding van WordPress dat ik goed bezig ben, met drie blogs achter elkaar. Mijn leven is spannend.

De krantenbezorger had geen NRC geleverd, maar de Volkskrant, maar in halfslaap had ik dat niet door. Vanmorgen zei ik tegen Roos dat ze bij NRC blijkbaar een nieuwe vormgeving hadden doorgevoerd, met nieuwe columnisten, tot ik plots de titel zag. Fuck. En ik dacht direct aan het lied van Joop Visser ‘de Volkskrant is een kutkrant‘. Ik kom maar niet door die rommelopmaak heen. Ook heeft de krant mijns inziens een rellerig toontje, waarvan ik genoeg voorbeelden vind.

Ik luisterde gisteren in de auto op weg naar de wasstraat Radio 1, waar de 69-jarige Mat Herben werd vrijgelaten om Pim Fortuyn te bewieroken. Dit jaar is het twintig jaar geleden dat Pim werd vermoord. Pim heeft nooit verkeerde dingen gezegd, beweerde Herben, en sowieso zijn zijn woorden altijd uit context gehaald. De schuld lag vertrouwd op links. Linkse mensen, zei Herben, zijn per definitie onverdraagzaam jegens andersdenkenden, woorden in die trant.

Herben leest kranten diagonaal, zei hij ook, maar in dat kruislings lezen zit geen Volkskrant, vermoed ik.

Ik ben al enige tijd epic slice owner voor Nieuws 3.0 en sinds gisteren blijkbaar ook placeholder voor ons content management systeem. Niet dat ik baas ben of zo, maar ik mag meepraten over wat er wordt bedacht en gemaakt voor intranet. Een baasje was ik natuurlijk altijd al.

Dat werd me gisteren – toen ik weer op kantoor was – lachend verteld, nadat ik veel aandacht vroeg (maar op een goede manier). Ik schoof spontaan aan bij enkele collega’s die een nieuwe bladformule bedenken; we gaan van twee bladen naar één. Leuke sessie en hoognodig. Onze bladen staan al een tijdje stil. ’s Avonds was ik doodop, vooral van mijzelf.

Ik dacht naïef dat het op vrijdag rustig zou zijn bij de autowasstraat, om het Saharazand af te spoelen. Gekkenhuis. Ook bestaat het bedrijf 26 jaar en geeft het 26 eurocent korting op benzine. Het was hamsteren a la corona (maar ik had voldoende benzine).

Flink eind gefietst en eerder deze week ‘Visjes’ gekocht van Joost Oomen, waarvan ik dacht dat het een poëziebundel zou zijn, maar het is een reisverslag. Ik vorder in ‘Vervoersbewijzen’ van Tijl Nuyts. Bevalt me.

In 2016 zei Nederland in een referendum – stevig beïnvloed door populisten – nee tegen een associatieverdrag met Oekraïne. Het verdrag zou de politieke en economische samenwerking met dat land makkelijker maken. Juncker, destijds voorzitter van de Europese Commissie hoopte van harte dat Nederlanders geen nee zouden zeggen “om redenen die niets met het verdrag zelf te maken hebben.” We hebben onze Euroscepsis sindsdien afgeschud.

Ik heb vandaag gestemd, omdat het kon. Het werd een gespleten keuze, op links voor stadsdeel centrum omdat er binnen de grachtengordel erg veel rechtse kiezers zijn. Voor heel Amsterdam stemde ik weer rechts omdat de linkerflank Amsterdam al jaren bestuurt. Wat ook scheelt… ik hoef de tv-debatten niet te volgen.

Wat rest

Gedurende de coronacrisis leken er twee noodlijdende groepen te zijn: de zorg die nodig ontlast moest worden en de horeca die een noodtap nodig had wilde het overleven. Van de twee zag ik in de Stemwijzer Amsterdam nog veel horeca terug, over terrasuitbreiding en ruimere openingstijden. De horecalobby is sterk. Een Stemwijzer is een gemakzuchtige oplossing, dus las ik verkorte versies van partijprogramma’s en dat hielp… een beetje.

In Amsterdam duiken stickers op straatnaamborden op, met this street stands with Ukraine: do you? Ik sprak ervoor met twee dames die ook klaarstonden voor de les bodycombat. Nee, ze vonden die openlijke steun mooi, wat ik ook vind, maar niet opgelegd door anderen. Een van hen was de dag ervoor naar de manifestatie op De Dam gegaan. Mooi, zei ik. En dat het toch apart was dat we na twee jaar corona – als toppunt van de geïndividualiseerde maatschappij – plots gemeenschapszin beleefden, ook al is de aanleiding verschrikkelijk. En dat vonden ze wel mooi gezegd, waarna we gingen sporten.

Ik was me er de tiende maart zeer bewust van dat mijn vader een maand geleden overleed. De uitvaartonderneming zal zijn as inmiddels hebben verstrooid, in Heerhugowaard waar hij is gecremeerd. Ik weet niet veel over Heerhugowaard. Het lijkt me een rustig dorp, zeer geschikt voor asresten.

Plots zat ik een #metoo-discussie. De redactie had de dag ervoor een artikel geplaatst over eremedailles, uitgereikt aan politiemensen. De foto erbij was van een dame die de medaille opspelde bij haar partner. Toch zag een collega dat anders. Hij – en veel vrouwelijke collega’s namens wie hij sprak – zagen een clichébeeld, van een vrouw in adoratie van een man. Ik antwoordde wat ik zag en daar werd fel op gereageerd, of ik de klager voor de gek hield en dat ik de klacht niet serieus nam. Heel die dag verwachtte ik een mail voor een gesprekje met de klachtencoördinator. Het zijn hypergevoelige tijden.

Over Oekraïne kan ik niets zeggen, omdat niet te bevatten is wat daar gebeurt. Vanmorgen hadden we een koffieafspraak met ‘zwager’ Theo Deutinger en dochter Luca die in Amsterdam woont. Theo woont in Oostenrijk. Hij gaf geregeld les aan een universiteit in Moskou en dat is vanzelfsprekend voorbij. Hij voorspelt dat Moldavië in Russische handen valt en ook Kaliningrad dat tussen Navo-landen Litouwen en Polen ligt. De Russen zouden via Wit-Rusland een corridor naar dit geïsoleerde stuk Rusland willen. Als dat gebeurt, blijft een Derde Wereldoorlog niet uit. Over Rusland kan ik niets zeggen, omdat niet te bevatten is wat daar gebeurt.

Het is bijna een maand geleden dat mijn vader stierf. Ik ben blij dat hij van deze waanzin niets heeft meegekregen.

Misschien begon het bij Rien Poortvliet, die het ‘Leven en werken van de Kabouter’ tekende. Of dan toch zeker bij kabouter Wesley. Van alle wezens is de kabouter mijn favoriet. In de poëzie welteverstaan. Olaf Risee schreef er ooit over, maar dat gedicht kan ik niet vinden. Die van Thomas Möhlmann vond ik wel, in zijn ‘In het bos’.

Er worden geen vragen gesteld geen suggesties
gewekt, er wordt niet geveegd maar gestreeld


eerst worden stammen van bomen gescheiden

dan bladeren van scherven, pluisjes van stof

de eenvoudige gebaren boezemen iets in
waar het klaar is, lijkt nog niets begonnen

intussen vertrokken de sprokkelaars vanzelf
boog het zoekteam zich boven een vennetje
te ver voorover en leunden de overblijvers
tegen takken die er niet meer waren

mocht wie nu nog rest de behoefte voelen
zich tegen deze schoonmaak te verzetten
hij stuit op manshoge kabouters en woelt.


Recent is daar Tijl Nuyts bijgekomen, met Weerde (17:53)

En dan, geheel onverwacht,
net wanneer het moet gebeuren

stapt bij wijze van intermezzo
een troep tuinkabouters op.

Ik schuif de bossen maretak opzij, kijk toe
hoe ze passagiers proppen met chloroform
in de mond duwen, lome lichamen in kruiwagens
laden, dingen doen met puntmutsen.

Er heerst een kanariegele stilte.

Bij de volgende halter stappen ze af,
helpen onderweg een gesluierde dame
met een kinderwagen. ‘Merci, c’est gentil.’

Wanneer na de zoem van de deuren
de trein zich uit stilstand hijst, de snelheid opdrijft,
zie ik nog net hoe de kabouters de lichamen openen,
hoe de zoektocht naar edelstenen begint.

De eerste werkdag na het rouwverlof beviel matig. Er was een werkoverleg waarin duidelijk werd dat je niet kunt vertrouwen op langlopende afspraken en ik werd ‘meegenomen’ in een project om informatie uniform te maken (goed streven) wat in de praktijk neerkomt op een systeem erbij en heel veel dubbel werk. Ik lag er wakker van.

Ik was al murw door het opiniestuk van Kiza Magendane over musea. Die moeten verregaand gedekoloniseerd worden, want ze vertegenwoordigen nu enkel denksystemen die de hetero witte man als standaard plaatst. Ik kan niet zeggen dat dat niet klopt of dat niets moet veranderen (kom maar op met die verbetering), maar gek genoeg zie ik de witte vrouw als standaard. Maar dat zeggen, is niet woke. Dat schrijvende ontging het mij volledig dat 21 februari de internationale moedertaaldag was.

Ik keek vannacht – ik kon zoals gezegd niet slapen – naar talkshow M, naar het deel met Joost Oomen en ik werd er vrolijk van. Hij ging naar een eiland om vissen te vangen met zijn poëzie. Iconisch beeld: Joost met snorkel in het water, gedichten voordragend aan de visjes.

Een campagne van SIRE moet Nederlanders aanmoedigen om meer over de dood te praten, want dat doen “we” te weinig. De dood is bij ons geen taboe, als ik afga op de openhartige gesprekken van de laatste week. We gaan het onderwerp niet uit de weg, ook al valt het altijd zwaar om verlies te erkennen. Rituelen kunnen helpen, hoewel ik niet weet of een woning uitruimen als ritueel telt. Maar vandaag deden we precies dat.

Vader was de laatste vijftien jaar drie keer verhuisd, twee jaar geleden voor het laatst. Vandaag hadden we het relatief makkelijk. Eén lading naar het afvalpunt volstond. Enkele dierbare spullen gingen naar ons, de handige spullen naar de kleinkinderen.

Ik vind een bezoek aan een afvalpunt gek genoeg leuk. Je moet vaak langs een paar paarse krokodillen, afvalmedewerkers die het goed menen, maar daarna mag je lekker smijten en kapot gooien. Het leek of ik dat nodig had. Vrijdag is de uitvaart. In besloten kring. U zult me er niet over horen.

Gisteravond, rond kwart voor negen, is vader gestorven; kalm en stil, zei mijn broer Robbert toen hij me belde. Hij en zus Marjon zijn tot het einde bij hem gebleven. Ze vroegen me of ik hem nog wilde zien, voordat de begrafenisondernemer hem zou meenemen, wat niet nodig was. Ik heb hem twee dagen op zijn slechtst gezien en daar voegt een laatste blik niets aan toe. Ook had ik al een stevige neut op hem gedronken en dan nog in de auto stappen is onverantwoord. Om te horen dat hij nu echt dood is, viel opnieuw zwaar.

Ik ben ontzettend moe, wat vermoedelijk voor heel de familie geldt. Zou je dat trouwens tegen hem zeggen: ik ben moe, dan antwoordde hij: ik ben pa. Dat is hij en blijft hij. Theo (Taeke) van der Schaaf, geboren op 12 november 1933, vader van een dochter en twee zonen, echtgenoot van Nan (Jannetje) Ahaus.

De laatste dagen van vader

Of meneer kwam sjoelen, wilde de dame van het verzorgingshuis weten, niet wetende dat mijn vader op sterven ligt. Ze schrok toen ze hem zag en nam lief afscheid. Dat doen meer mensen in het tehuis. Woensdag had de arts ons gemaand te komen, want zijn laatste uren waren aangebroken. Toen ik die dag vertrok nam ik afscheid, in het volle besef dat hij de nacht niet zou overleven. Maar hij was er vanmorgen nog en toen ik vanmiddag vertrok zei ik tot morgen.

De voortekenen kwamen drie weken geleden, toen de huisarts een familiegesprek wilde. Die uitslag bleek minder slecht dan gedacht, maar toch heeft het verval zich doorgezet; de laatste weken in versnelde pas. Hij ligt in bed, in de houding waarin de verzorging hem legt en hij krijgt morfine tegen de pijn. De doodssluier ligt al dagen over hem. We praten tegen hem, in de hoop dat hij het hoort, of ten minste beseft dat er mensen bij hem zijn. We wachten op het einde.

De Nieuwe Ploeg

Op Wikipedia zocht ik naar hedendaagse kunststromingen en kwam nog op het onafhankelijk realisme, wat realisten zijn die hun werk verkopen onafhankelijk van het gangbare kunstcircuit; wat individualistisch is en dus per definitie geen stroming kan zijn.

Ik schrijf dit omdat ik een boek kocht over De Ploeg, een vereniging kunstenaars uit de jaren 1945-55, wier werk mij aanspreekt. En ik dacht aan Ton van ’t Hof die (zo ik er oog op heb) in die traditie schildert, weliswaar op een iPad, maar toch. En ik dacht aan De Nieuwe Ploeg, maar verenigingszin is tanende, of verandert op zijn minst van vorm. Zou een nieuwe kunststroming helpen om de sociale cohesie in ons land te versterken?

Vandaag zijn Roos en ik negen jaar getrouwd, wat we gisteren vierden in restaurant Rijssel, omdat dat vandaag in dat restaurant niet meer kon. Volgeboekt voor drie weken. We gaan nog naar Het Stedelijk, voor onder meer Hito Steyerl. Hito Steyerl is uniek, schrijft het museum, omdat ze in haar werkpraktijk haar welverdiende erkenning en eigen machtsstatus gebruikt om de status quo te doorbreken. Zou ze ooit ergens onderdeel van kunnen zijn?

Een suprematistisch ontbijtbordje

Ook bij tentoonstellingen moet je de kleine letters lezen, merkten we bij ons bezoek aan de Hermitage Amsterdam. We verwachtten veel van de tentoonstelling Russische avant-garde | Revolutie in de kunst, verwachtten De Grote Meesters. Maar we kregen enkel porselein, waarvan de Hermitage ons overtuigde dat dat toch de voornaamste kunstuiting was sinds de revolutie. Best leuk hoor, een suprematistisch ontbijtbordje, maar dan ook graag het eierdopje. Ik zag nog een fout in een begeleidende tekst, waar ze sovchozen bedoelden, maar kolchozen schreven.

In de museumwinkel vond (en kocht) ik Bezette Stad van Paul van Ostaijen. Van Ostaijen schreef de gedichten in de zomer van 1920 toen hij in Berlijnse ballingschap verbleef. De gedichten in de bundel staan in het teken van de Duitse bezetting van de stad Antwerpen. Zo. Nu bent u bij. Het is tenslotte gedichtenweek.

Roos dacht aan een kwartiertje luisteren naar Nanne Nauta die in de Nieuwe Boekhandel het alternatieve poëzieweekgeschenk van Sven Staelens presenteerde en nog wat eigen werk. Daarna konden we kuieren in een buurt waar we nooit komen (Bos en Lommer). Het werden twee uren poëzie, met Sasja Janssen, Annemieke Gerrist (gastoptredens van Peter Prins, Kamiel Choi en een dichteres wier naam ik vergat, maar Gerrist voorspelde snel een bundel) en tot slot Gershwin Bonevacia, die zijn stadsdichterschap Amsterdam net had overgedragen. Had ik werk en mijn bril meegenomen dan was ik naar voren gestapt. Nu ja. De boekenverkopende organisator bedoelde het allemaal goed, maar was een beetje hinderlijk aanwezig. Nu ja.

Ik heb een nieuwe bundel gereed: Telenovela, wat mooi samenvalt met die poëzieweek, hoewel hij pas daarna verschijnt. Opnieuw, zoals bij Songbook, heb ik niet goed opgelet op het formaat, zodat ie groot uitvalt, zo groot als Songbook, maar het past bij de opzet.

Dat we uit Amsterdam kwamen én Duits spraken, dat vond de gastvrouwe van Kunsthaus NRW in Kornelimünster heel wat. En ze meende het, benadrukte ze. Aan het eind van onze rondgang moesten we natuurlijk weer een praatje maken. (Wij zijn tenslotte Nette Leute.) Bij het vertrek, in de deuropening, fluisterde ze ‘Tot Ziens’. So sagt man das doch auf Holländisch?

We waren de afgelopen dagen in Euverem bij Gulpen, dus niet in (tweede alternatief) Parijs en niet in Flachau (eerste alternatief) voor het lustrum van minus20degree. We kwamen voor het Ludwig Forum in Aken en om te wandelen door Limburg, wat we door de regen toch niet deden zodat we opnieuw naar Duitsland gingen, naar Kornelimünster. We gingen ook even langs het Drielandenpunt, waar we nooit waren, want wat heb je daar te zoeken?

Het vertrek was onrustig, door onze vaders. Mijn schoonvader gaat verhuizen, deelde hij plots mee, wat voor enig rumoer in de familie zorgde. Bij mijn vader had de huisarts ‘iets’ in zijn bloed gevonden, zodat er een gesprek met de familie plaatsvond. We vreesden erge ziektes, maar de uitkomst dat hij aan bloedarmoede lijdt was bekend. Hij eet veel te weinig, zei de huisarts tegen mijn broer en zwager die bij het gesprek waren, dus krijgt hij bijvoeding. Of hij dat toelaat, is de vraag; hoezeer hij dat – vel over been – nodig heeft.

Was vrijdag bij vader op bezoek, die net begon aan zijn bingomiddag, maar bezoekers waren niet welkom, werd me vriendelijk verteld. Groepslessen boeken mocht plots weer – we dachten dat enkel individueel sporten was toegestaan – dus die zaterdag een sportles geboekt en heel de zondag daar onder moeten lijden. Gisteren weer een les en dit keer bleef de pijn weg.

Ik zat niet heel aandachtig naar Ozark te kijken, dus ging ik van pure meligheid foto’s maken van de tv, om preciezer te zijn, van scenes met ondertiteling. Dat lukte wonderwel, hoewel met lage kwaliteit. Ik ga er iets van maken, een boek of bundel, met de werktitel Telenovela. Er zijn nog heel veel meer foto’s nodig, maar er zit een absurde verhaallijn in.

Parijs was ons doel, volgende week – elk jaar vaste prik – maar corona zit toch tegen. De besmettingen in de Franse hoofdstad lopen hoog op en daar komt de plicht bij om binnen en buiten de mondkap te dragen. Nu kiezen we voor Gulpen en niet alleen om Gulpen waar we kunnen wandelen, maar vooral om Aken, met het Ludwig Museum en Kunsthaus NRW Kornelimünster en supermarkten vol Duitse wijnen en bieren en holadijee, we pakken er een currywürstchen bij.

Binnenkort gaan de sportscholen open, goddank. Nog niet voor groepslessen, maar dat komt. Intussen fiets ik wanneer ik kan, wat steevast eindigt met een modderfiets. Daarom toch maar eens een mobiele reiniger gekocht.

Ik wijs u steeds op tv die u ‘moet’ zien en niet op boeken die u moet lezen, wat slecht is want tv is zo fantasieloos, maar ik adviseer stug door en wijs u op de Tranen van Tito. Voor mij een mooi vervolg op het boek Bloed en Honing dat ik deze zomer las. Nu ja, toch een boekadvies.