Ik maakte een foto van café De Baron in De Pijp toen een vrouw haar fiets neerzette en zei: mooi café hè, waarna we aan de praat raakten. Ze bleek de eigenaar. En ja, ze zou het ook deze coronaperiode wel redden, zei ze, en avondverkoop zou welkom zijn, ‘maar ik wil het de verslaafden niet makkelijker maken. Er is hier heel opvang en dat is goed, maar je moet die mensen niet aan de drank helpen. Er wordt niet op gehandhaafd, dus blijf ik dicht.’

De Pijp komt niet van zijn ware aard af, ondanks alle hipsters en aanverwanten.

De fotocursus ging inderdaad online, wat me niet beviel. Niet omdat het me op voorhand niet beviel, maar het liep niet; de verbinding, het gesprek over, de uitleg… Morgen weer een online sessie.

Vanmiddag besloot ik toch naar de bundelpresentatie van Astrid Lampe te gaan, die in Perdu haar bundel Tulpenwodka presenteerde. Het werd een vrolijk weerzien met Nanne en met Bas Geerts. Na afloop spraken Nanne en ik met een dame die Nanne kent uit het dichterscircuit in Utrecht. Ik was plots weer dichter en moest (vond ik) verstandige dingen zeggen over post-flarf en merkte dat ik dat niet meer kon. En ik dicht evenmin. In de poëzie vervaagt de naam Van der Schaaf, waar ie al bleek was. Nog even en ik ben mijzelf.

Natuurlijk ligt de fotocursus drie weken stil, of ze komen met een oplossing – ik vermoed in Teams – wat me matig zal bevallen. Maar vooruit. Afgelopen donderdag een dag (het kon veilig werd ons verzekerd, maar afstand houden ho maar) op kantoor, met het team om te praten over volgend jaar, wat ons dwarszit en wat we dan wel willen. Ik kreeg voor mijn werk voor de site een gratificatie, wat een aangename verrassing was op een al geslaagde dag. Onder redacteuren is het fijn toeven.

Ik sprak al eerder over het dichtersclubje dat ik deel met Nanne, Ton en Gert, allen met pensioen dus zeeën van tijd voor creativiteit. Ton schildert vooral, Nanne geeft (fraaie bundels) uit en Gert blijft verrassen met nieuw werk. Ik las een gedicht uit zijn nieuwste bundel (werktitel Naakt en bewogen) en raakte echt ontroerd. Potdomme. Het zal toch niet de decembermaand zijn? Ik ontvankelijk voor…

Gisteren werd ik voorgesteld aan de witbalans en sindsdien is mijn leven een stuk moeilijker geworden. Voortaan moet ik bepalen wat de weersomstandigheden zijn en welk kleurfilter, wat witbalans is, daar bij hoort. Alsof het al niet moeilijk genoeg is met RAM en manuele bediening en welke iso-waarde met welk diafragma.

Vader is weer gevallen en heeft een nacht op de grond in zijn woonkamertje gelegen; niets gebroken, wel flink gekneusd. Zwager Rins heeft hem heel de middag langs onderzoeken gezeuld, wat een Hercules-taak moet zijn geweest. Het voelt alsof vader aan zijn laatste dagen is begonnen, hoewel hij soms weerbarstig is. Als hij iets mankeert zegt ie steevast dat als hij er over veertig jaar nog last van heeft, hij een wereldwonder is. Dat zei hij al rond zijn zestigste, dus hij zit ruim over de helft van die belofte.

De opdracht voor deze keer: een of twee foto’s met een bevroren beweging en een of twee met bewegingsonscherpte. Dit keer ging het me beter af en pakte ik onbedoeld de vorige opdracht met scherpte-diepte nog mee.

Moest hard lachen on het nieuws dat niet gevaccineerden bij een demonstratie in Oostenrijk een paraplu meenamen, omdat de overheid vanuit helikopters hen met een desinfectiemiddel tegen het coronavirus zouden besproeien.

Las de column van Flora Rusman (NRC) die filosoof Hans Radder aanhaalde die in de Volkskrant betoogde dat ongevaccineerden geen vrijheid is afgepakt. Integendeel, dankzij de gevaccineerden hebben ze juist hun oude vrijheden (gedeeltelijk) terug.

Maakte met Roos gisteren, juist omdat het weer zo druilerig was, een mooie wandeling rondom Marken. Had medelijden met de fanfareleden die wachtten op de komst van Sinterklaas.

De verjaardag van vader (88) moest gevierd, wat traditiegetrouw met de familie gebeurt met een etentje. Dit keer niet bij een all you can eat-Chinees, maar bij La Cubanita (bijna zelfde concept). We zouden om 18.00 uur beginnen, wat door de covid-maatregelen 17.00 uur werd. Ik zat naast zwager Rins die het korps (tenzij ze een goed aanbod doen) over een jaar verlaat. Tegenover mij zat ook neef Kjeld die ik nooit uitgebreid sprak. Een aardige gozer die zijn roeping (personal coach) heeft gevonden. Eigenlijk rooien al mijn neven en nichten het wel, constateerde ik die avond. Het gaat de familie goed, behalve vader, die weinig van het diner meekreeg en erg moe was. Mijn zus Marjon vertelde nog dat hij erg is afgevallen, wat je ook voelt als je hem aanraakt. Skin and bones. En het was al niet veel.

Straks naar de fotocursus. Om de diagfragmaopdracht te bespreken. Bijgaand een van de foto’s die ik maakte. Of ie voldoet aan de opdracht hoor ik nog.

Vriend Ton blogde dat voor hem de periode van gedichten voortbrengen voorbij is. ‘Anderen doen het nu beter. Ieder zijn beurt.’ Ik hoop dat de muze kruipt waar ze niet gaan kan en hem toch eens op gedichten brengt. Maar misschien is een pas op de plaats, voor hoe lang ook, een goed besluit. Ik sta ook al een poos droog, hoewel mijn laatste bundel dateert van vorig jaar. Er zit even niets in het vat, maar de poëzie opgeven doe ik niet. Het komt wel.

Toen ik een paar weken geleden neef Carsten ontmoette, vertelde hij dat hij een thriller heeft geschreven, die inmiddels twee weken uit is. Met terechte trots schreef hij op Facebook: Unglaublich … mein Roman CLUB DEAL jetzt schon auf Amazon-Rang: Nr. 1 in “Thriller über Wirtschaftskriminalität” und Nr. 2 in “Finanz-Thriller”.

Zo zie je maar. Die gekke muze.

Ben nu vooral bezig met fotografie. De lessen worden technischer en ik worstel mee. Ik moet nog de omslag maken van begrijpen hoe diafragma, sluitertijd en filmgevoeligheid (allemaal instellingen) samenkomen en vooral bij welk beeld. Nog zes lessen te gaan.

Heb vanochtend de gebitsdrieweekse afgerond (noodkroon, mondhygiëniste en vandaag de definitieve kroon).

De veruit grappigste tv sinds tijden kwam van Tom Waes die op reis door Nederland in Sidhadorp was beland, een wijk in Lelystad, waar beoefenaars van transcendente meditatie yogisch vliegen. Zijn begeleidster zei dat ze kon leviteren, waarbij je denkt dat mensen gehurkt van de grond komen. Dat hurken klopte, lieten drie mannen zien, maar … ach, u moet het zelf zien met terugkijk-tv. Onbedaarlijk lachen.

Griepprik gehaald. En als de boosterprik wordt aangeboden haal ik die ook.

Donderdag twee interviews gehad en einde dag twee artikelen klaar. Ik voelde me zowaar journalist.

Gisteren lekker rustig op de fiets door Amsterdam-Oost voor de foto-opdracht maandag. Nog steeds op stand automatisch. Ik merk dat ik anders probeer te kijken, zie snelle invalshoeken, standpunten. Nu nog omzetten naar beeld. Kwestie van de camera aanhouden.

Ik vind het altijd een koddig gezicht, een groepje fotografen op straat, dat overduidelijk een opdracht heeft om een bepaalde foto te maken. Gisteren moest ik er zelf aan geloven, met de opdracht voor drie foto’s waarvoor je de tijd moest nemen. Dus niet direct schieten maar goed kijken en dan. Ik ging wel naar buiten (bij MK24) en bleek daardoor de enige die de trap niet had gefotografeerd. Later werden de foto’s kort besproken. Ik moest wel even uitleggen waarom ik de foto’s zo had genomen, maar kwam niet verder dan lichtval. Hopelijk spreek ik na de cursus beter fotograafs.

Vandaag ging alles stroef, wat me chagrijnig maakte, waardoor het nog stroever verliep. Morgen haal ik een griepprik. Dat heeft natuurlijk niets te maken met mijn humeur, tenzij ook de prik tegenzit.

In NRC zegt klimaatactivist Eva Rovers dat we wat betreft de klimaatverandering moeten stoppen met gapen, stoppen met het idee dat het toch niets uitmaakt wat we doen. Ze legt de noodzaak tot verandering niet bij bedrijven en overheden maar bij de burger. Die moet volwassen worden, serieuzer in de aanpak van het probleem. Ze zegt ook dat veel jongeren al zo ver zijn.

“Mensen die de noodzakelijke verandering niet overlaten aan politiek en bedrijfsleven door zich te verschuilen achter hun eigen zogenaamde machteloosheid, maar zich actief inzetten om het gapende gat tussen ideaal en werkelijkheid te verkleinen. […] ‘Mensen die beseffen dat ze leven op een extreem uitzonderlijke planeet, een onwaarschijnlijk intergalactisch toeval, en daarom met liefde alles in het werk stellen om het leven op die planeet te beschermen en te vieren.”

Wacht even. Jongeren die alles doen om… Voor een artikel over duurzaamheid in het personeelsblad las ik op internet over jongeren en duurzaamheid. Ja, ze willen de aarde redden, maar verbruiken wel veel stroom voor hun laptops, smartphones en game consoles, had het CBS onderzocht. En ze staan lang, lang onder de douche. Over afval op straat heb ik het dan nog niet gehad.

Jong als wij zijn proberen wij in elk geval ons steentje bij te dragen, door zuinig te zijn met water en elektriciteit (Roos, doe het licht uit!) en nauwelijks auto te rijden. Ook eten we vaker vegetarisch en als het vlees wordt is het bio; varkensvlees is in de ban. Vliegen beperken we tot één keer per jaar, is het idee, wat ons vooralsnog lukt. Alleen begin 2020 een vlucht naar Oostenrijk, waar we een volgende keer zeker de trein kiezen.

Wat ik maar wil zeggen: kom op met die G20-top. Maak afspraken en houd je eraan. Morgen start ik mijn basiscursus fotografie. Zin in. Al is het maar omdat ik opdrachten krijg die anders zijn dan wat ik meestal doe: fröbelen met lijnen en veel afwezigheid.

Ik vroeg de tandarts waarom het een noodkroon heet, wat ik provisorisch vind, een snelle fix, maar ze had er nooit bij stilgestaan en zei dat als het haar om taal ging ze letterkunde had gestudeerd.
Als ik wegga, maak ik de grap dat de tijd vliegt als je plezier hebt, dacht ik tijdens de behandeling, maar het kwam er niet van. Ook de grap vooraf dat het niet vaak gebeurt dat ik mijn mond anderhalf uur open heb staan en niets zeg, werd professioneel opgevangen.

De week was druk, maar gecontroleerd druk. Het lukte me echter niet bepaalde zaken te regelen (onderwerpen kiezen en sprekers vinden) zodat het volgende week moet gebeuren, vlak voor de deadline.

Tijdens bodycombat prees de instructeur mijn roundhouse kick, die zeker veur den kleine mensch behoorlijk hoog gaat, boven mijzelf uit. Een medesportster vroeg me daarom of ik danser was, wat ik als compliment aan nam.

Ik lees veel over Brexit en de arrogante Engelsen die afspraken niet nakomen en de EU als boeman presenteren voor eigen fouten. Ik wilde nog weten of er Borussen zijn, omdat Ajax hen had overwonnen. Via Wiki kom je bij Borvo, die voor Kelten de god van de genezing was (en later de naamgever van het Huis Bourbon). Ik dronk daarop een glas bruiswater, met aspirine en liet een boer.

Het was me een weekje wel, om met wijlen Gert-Jan Dröge te spreken. Rustig op gang komen na de vakantie zat er niet in, met elke dag veel schrijf- en doewerk. Gisteren lukte het me op een laatste moment iemand te spreken voor een artikel dat woensdag aanstaande af moet zijn. Ook volgende week is mijn balboekje helemaal gevuld.

Ik las in NRC de poging van Arnon Grunberg een commune te stichten, met een geit als god. De geit werd toch niet geleverd. Ik hoopte dat hij Puck Fair zou noemen, in het Ierse Killorglin. Daar wordt sinds 1613, gedurende drie dagen in augustus, een geit vereerd.

Op de sportschool sprak ik de man die 2,5 maand geleden een herseninfarct had opgelopen. Hij kwam bewust naar de plek waar het allemaal was gebeurd, zei dat het een drempel was, maar verder ging het hem goed. In de kleedkamer vroeg een bodybuilder of ik hem kon helpen zijn shirt uit te trekken, wat ik bijna routinematig deed.

10 oktober is de 283ste dag van het jaar. Hierna volgen nog 82 dagen tot het einde van het jaar. Menno Wigman werd op deze dag in 1966 geboren en in 2010 hielden de Nederlandse Antillen op te bestaan. Op 11 oktober is het einde van onze vakantie. Ik opende mijn werktelefoon voor updates (33) en zag 406 ongelezen WhatsApp-berichten en 80 mails. Ik verwijderde de appjes direct, ongelezen.

In het boek ‘Post uit Rusland’ van Laura Starink vond ik een naam voor als ik ooit een uitgeverij begin: samizdat. Het betekent zelf uitgeven en is een term uit de Russische literatuur ten tijde van de Sovjet-Unie. Het duidt op clandestien gedrukte en uitgegeven literatuur, die vanwege een controversiële of kritische inhoud niet officieel uitgegeven mocht worden.

Ondanks dat we in de week thuis niet veel doen, vliegen de dagen voorbij; zelfs op standje de boel de boel. Nog wel een goede tentoonstelling in Huis Marseille (gedurfder, minder gelikt dan gebruikelijk) bezocht en de nieuwste Bond-film gezien.
Vandaag was anders. Vandaag bezochten we neef Carsten die twee weken op een camping in Bloemendaal aan Zee staat, midden in de duinen. We zagen elkaar voor het laatst in 2013, maar de vriendschap is innig. We keuvelden lekker, spraken over familie en politiek, gewichtige zaken en bevestigden onze vriendschap. Hij vroeg of we tijdens de vakantie onze werkmails checkten, wat hij als zelfstandig adviseur ooit wel moest doen (hij renteniert inmiddels). Maandag pas, antwoordden we, als we weer aan de bak moeten. Het klonk bijna als een waarschuwing.

Bij de eindinspectie vroeg Herr Doktor Wolf of we waren aangekomen of afgevallen, waarna ik vlug zei ‘aangekomen’, om het gesprek naar mij te trekken, los van dat het waar is. Bij aankomst maakte hij zich zorgen over zijn handdoeken, want hij zag Roos als oudere vrouw en die verven hun haar (in Duitsland opvallend vaak in roze of groen). Een dag voor vertrek lag er voor haar in de badkamer een zwarte handdoek, met de tekst ‘voor geverfd haar’.

In Weimar namen we de fiets naar het centrum, wat voor de fietsende Nederlander toch een aparte ervaring is. Je moet namelijk op de stoep fietsen. Beter gezegd, niemand lijkt op de weg te durven fietsen. Wat ook niemand doet … even bellen dat je eraan komt. Liever scheren ze vlak langs je, merkten we tijdens een wandeling van Rathen naar Wehlen.

Nabij Minden (van Dresden naar Amsterdam via Magdeburg) zaten we een uur lang in een file (over pakweg twee kilometer), maar voor de rest verliep de reis voorspoedig. We zijn weer thuis. Vandaag een les bodycombat gedaan, waar ik flink moest boeten voor twee weken ‘alle remmen los.’

Het DDR Museum Pirna bood enkel een verzameling spullen (wel heel veel). Het rook er muf en nergens was iets te lezen over hoe het was om te leven in een socialistische heilstaal. De man achter de kassa vroeg naast de toegangsprijs van tien euro één euro ‘om te fotograferen’. Dat was nog wel ouderwets schnabbelen.

Bloed en Honing (bal is Turks voor honing, kan is bloed) is een indrukwekkend reisverslag (Irene van der Linde) en fotoboek (Nicole Segers) over een regio die na de oorlogen in de jaren 90 erg instabiel is door etnisch nationalisme. Het zijn Serven tegen Kroaten, tegen Bosniakken, tegen Albanezen, tegen Montenegrijnen, tegen Kosovaren, en niemand wil met iemand samenleven. De EU wordt als oplossing gezien, als het oude Joegoslavië dat alle volken samenbracht, maar die houdt de regio op afstand, wat ruimte biedt aan invloed door Turkije, Rusland en Saoedi-Arabië (wahabisme). Hopelijk durft de EU de impasse te doorbreken en maakt het ook dit deel van Europa Europees.

Midden in het bos, langs een klaterbeek, hoorden we muziek, klassiek, wat fragmenten bleken te zijn uit Lohengrin, gespeeld bij het Denkmal van Wagner uit 1933, die op die plek de eerste noten van deze opera geschreven zou hebben. Het had wat, die bombast in het bos. Zo eer je een componist beter dan met enkel een standbeeld.

De 12 km lange route door de Sächsische Schweiz was fenomenaal mooi. ‘Als we door slecht weer alleen deze wandeling hebben, dan zijn we er al’, zei ik tegen Roos in Hotel Richter. Ons middagmaal daar bestond uit Bratwurst en een Feldschlösschen en voor Roos een Wiener Schnitzel met witte wijn. We wachtten nog een uur op de bus naar Pirna, maar toen die er eenmaal was, ging het vlot.

Herr doktor Wolf toont ons de vakantiewoning en legt uit wat moeten doen en laten. Bij douchen moet het raam open, wat gek genoeg ook moet als we de afzuiger boven het fornuis gebruiken. Verder scheiden we natuurlijk ons bioafval, moet de toegangspoort altijd op slot en als we willen heeft ie dvd’s over de Sächsische Schweiz. Ik vraag hem of we geen briefje nodig hebben om te voorkomen dat de auto wordt weggesleept. ‘Zonder mijn toestemming gebeurt hier niets’, verzekert hij ons.

We gaan de eerste route lopen. Geen rondje, waardoor we aan het einde moeten uitvinden hoe we met de bus terugkomen. Mijn enige zorg, gezien onze dwaalgeschiedenis … vinden we het einde wel?

Vandaag de honderdste volger op Instagram mogen verwelkomen. De BHL GmbH. Misschien omdat ik voor mijn nieuwste foto nu eens wel hashtags gebruikte. Ik heb een nieuwe camera, een full frame Canon. Ik schiet de plaatjes nog op standje automatisch, maar ga vanaf november bij MK24 een cursus fototechniek volgen, om alle mogelijkheden van de camera te ontdekken.

Urlaub

Ga maar niet naar links, zei onze vakantiewoningverhuurder in Weimar. Daar is enkel treurnis. Ga liever rechts, naar Schloss Ettenburg, waar je lekker kunt eten en drinken. Dus liepen we langs Ettenburg naar het grimmige Buchenwald. Een mens moet er niet aan kunnen ontkomen. Terug liepen we over de bloedstraat. Een vijf kilometer lange spoorlijn en weg tussen Weimar-Ramsla en het kamp, door de gevangenen aangelegd.

In Weimar leefden we blijkbaar in stilte, want in Dresden overviel me het lawaai van de stad. We bezochten het Albertinum en niet gepland het Kunsthaus Dresden. Voor het eten doen we niet moeilijk: plaatselijke kost, gutbürgerlich, met voor mij (eindelijk weer) een plaatselijk bier en voor Roos Duitse wijn. Een mens wil er niet aan ontkomen.

Nadat de werktelefoon uit ging, kwam als verwacht de moeheid. Het teken van vakantie. Het zit er voor even op. Gisteren nog druk in de weer geweest met de auto. Roos was dinsdag naar het werk en kwam ’s avonds terug. Ze zei al dat ze veel rondjes moest rijden voor een plek en vond er één niet ver van huis. Maar verplaatsen zou wel handig zijn, wat ik gistermiddag zou doen. Maar waar ik ook keek, geen auto. Roos kwam er later bij en zag dat ze de auto abusievelijk op een parkeerplek had gezet voor elektrisch laden.

De auto was weggesleept. Om hem weer mee te mogen nemen, moesten we de lieve som van 373 euro afrekenen. 373. Godverdomme. Je vraagt je af waarom je in Amsterdam blijft wonen. Ik zag in de garage enkele buitenlandse kentekens. Arme drommels.

Al jaren plaats ik op 11 september een prozabericht over de ramp die New York in 2001 trof. Ik dacht aanvankelijk dat de tekst van Wikileaks kwam, maar bij nader inzien klopt dat niet. Die Wiki-teksten heb ik deels verwerkt in mijn bundel ‘Een enkel groen blad, de olie van pelikanen‘. Onderstaande tekst is een sterk ingekorte versie (alleen elke tiende zin) van een documentaire waarvan ik alle ondertiteling heb overgenomen.

Iedereen probeerde met z’n lichaam het vliegtuig te besturen.
Bij aankomst zag ik dat er twee of drie verdiepingen in brand stonden.
Ik was er totaal niet op voorbereid.
De achterkant van haar rug en haar benen waren geheel verbrand.
Ze zakten weg waar we bij stonden.
Ik nam de blusser mee en ging terug.
Het geluid van vallende mensen is verre van normaal.
Aan de kant waar ik stond, lagen er vijftien tot twintig.
Dat zal ik nooit vergeten.
De angst die deze mensen zover bracht, moet ongelooflijk zijn geweest.
Misschien wel meer.
Ik kwam een blinde man met een hond tegen.
Ik voelde me machteloos.
Die angst ging door hart en ziel.
Ik zei: Als er nog een explosie volgt…
Ik dacht dat er meer vliegtuigen zouden komen en dat er bommen zouden vallen.
Ik draaide me om en we renden allemaal naar binnen.
Ik heb nooit een aardbeving meegemaakt maar zo voelde het.
De lichten vielen uit, en er kwam stof en puin uit de trappenhuizen B en C.
Anders waren we onmiddellijk weg geweest.
Ik wist dat we weg moesten.
Het was als in zo’n droom, als je vlak bij je doel bent.
Het was ongelooflijk.
Zo stil was het.
Het donderende geluid kwam dichterbij.
Ik wist niet wat er precies gaande was.
Dit kon niet waar zijn.
Ik dook naar de grond.
Het was pikdonker.
Ik had geen idee waar ik was.
Ik dacht dat ik niet meer thuis zou komen.
Ik dacht: waar zijn m’n jongens gebleven?
Ik bleef z’n naam roepen.
Het is bijzonder werk, maar je moet wel thuiskomen.
Wat de risico’s ook waren.
Om te zien dat mensen zich niet tegen lieten houden.
Dit was de ergste ramp die deze stad ooit had getroffen.
Toen kwam m’n zoon binnen.
Hoe zou jij het vinden als m’n vrienden me niet zouden komen redden?
Ik had wel eerder ingestorte gebouwen gezien maar dit was ongelooflijk.
We begonnen met graven, en vonden rugzakken en dergelijke.
Ik wilde de hoop niet opgeven.
En dat er honderden brandweermannen waren verdwenen.
We hebben een heel serieuze taak te vervullen en je moet jezelf altijd voor 110 procent geven.
Als je ziek bent, ben je ziek.
Je had elke dag…
In m’n klerenkast zaten meer kleren van hem dan van mezelf.
Waarom ben ik in leven en zijn anderen gestorven?
Ik ben niet beter dan een ander mens.
Ik moest niet huilen.
Hij is bijna vier.
Ik kwam aanrijden en zag ons huis staan.
Een vriend van me heeft z’n zoon verloren bij de ramp in het WTC.
Dat is ook zo.
Iedereen heeft z’n eigen rare karaktertrekken maar uiteindelijk zijn het allemaal wereldgasten.
Dat is ons werk.
Het is ook geen carrière.
Maar dat lukt me niet.
Ik betreur het om dat bij mezelf te bemerken.
Ik weet nog dat ik ze zag, maar nu zijn ze er niet meer.
Als je ergens bezig bent, ben je een team.
Andere religies proberen te begrijpen.
Meer valt er niet te zeggen.