Het was me een weekje wel, om met wijlen Gert-Jan Dröge te spreken. Rustig op gang komen na de vakantie zat er niet in, met elke dag veel schrijf- en doewerk. Gisteren lukte het me op een laatste moment iemand te spreken voor een artikel dat woensdag aanstaande af moet zijn. Ook volgende week is mijn balboekje helemaal gevuld.

Ik las in NRC de poging van Arnon Grunberg een commune te stichten, met een geit als god. De geit werd toch niet geleverd. Ik hoopte dat hij Puck Fair zou noemen, in het Ierse Killorglin. Daar wordt sinds 1613, gedurende drie dagen in augustus, een geit vereerd.

Op de sportschool sprak ik de man die 2,5 maand geleden een herseninfarct had opgelopen. Hij kwam bewust naar de plek waar het allemaal was gebeurd, zei dat het een drempel was, maar verder ging het hem goed. In de kleedkamer vroeg een bodybuilder of ik hem kon helpen zijn shirt uit te trekken, wat ik bijna routinematig deed.

10 oktober is de 283ste dag van het jaar. Hierna volgen nog 82 dagen tot het einde van het jaar. Menno Wigman werd op deze dag in 1966 geboren en in 2010 hielden de Nederlandse Antillen op te bestaan. Op 11 oktober is het einde van onze vakantie. Ik opende mijn werktelefoon voor updates (33) en zag 406 ongelezen WhatsApp-berichten en 80 mails. Ik verwijderde de appjes direct, ongelezen.

In het boek ‘Post uit Rusland’ van Laura Starink vond ik een naam voor als ik ooit een uitgeverij begin: samizdat. Het betekent zelf uitgeven en is een term uit de Russische literatuur ten tijde van de Sovjet-Unie. Het duidt op clandestien gedrukte en uitgegeven literatuur, die vanwege een controversiële of kritische inhoud niet officieel uitgegeven mocht worden.

Ondanks dat we in de week thuis niet veel doen, vliegen de dagen voorbij; zelfs op standje de boel de boel. Nog wel een goede tentoonstelling in Huis Marseille (gedurfder, minder gelikt dan gebruikelijk) bezocht en de nieuwste Bond-film gezien.
Vandaag was anders. Vandaag bezochten we neef Carsten die twee weken op een camping in Bloemendaal aan Zee staat, midden in de duinen. We zagen elkaar voor het laatst in 2013, maar de vriendschap is innig. We keuvelden lekker, spraken over familie en politiek, gewichtige zaken en bevestigden onze vriendschap. Hij vroeg of we tijdens de vakantie onze werkmails checkten, wat hij als zelfstandig adviseur ooit wel moest doen (hij renteniert inmiddels). Maandag pas, antwoordden we, als we weer aan de bak moeten. Het klonk bijna als een waarschuwing.

Bij de eindinspectie vroeg Herr Doktor Wolf of we waren aangekomen of afgevallen, waarna ik vlug zei ‘aangekomen’, om het gesprek naar mij te trekken, los van dat het waar is. Bij aankomst maakte hij zich zorgen over zijn handdoeken, want hij zag Roos als oudere vrouw en die verven hun haar (in Duitsland opvallend vaak in roze of groen). Een dag voor vertrek lag er voor haar in de badkamer een zwarte handdoek, met de tekst ‘voor geverfd haar’.

In Weimar namen we de fiets naar het centrum, wat voor de fietsende Nederlander toch een aparte ervaring is. Je moet namelijk op de stoep fietsen. Beter gezegd, niemand lijkt op de weg te durven fietsen. Wat ook niemand doet … even bellen dat je eraan komt. Liever scheren ze vlak langs je, merkten we tijdens een wandeling van Rathen naar Wehlen.

Nabij Minden (van Dresden naar Amsterdam via Magdeburg) zaten we een uur lang in een file (over pakweg twee kilometer), maar voor de rest verliep de reis voorspoedig. We zijn weer thuis. Vandaag een les bodycombat gedaan, waar ik flink moest boeten voor twee weken ‘alle remmen los.’

Het DDR Museum Pirna bood enkel een verzameling spullen (wel heel veel). Het rook er muf en nergens was iets te lezen over hoe het was om te leven in een socialistische heilstaal. De man achter de kassa vroeg naast de toegangsprijs van tien euro één euro ‘om te fotograferen’. Dat was nog wel ouderwets schnabbelen.

Bloed en Honing (bal is Turks voor honing, kan is bloed) is een indrukwekkend reisverslag (Irene van der Linde) en fotoboek (Nicole Segers) over een regio die na de oorlogen in de jaren 90 erg instabiel is door etnisch nationalisme. Het zijn Serven tegen Kroaten, tegen Bosniakken, tegen Albanezen, tegen Montenegrijnen, tegen Kosovaren, en niemand wil met iemand samenleven. De EU wordt als oplossing gezien, als het oude Joegoslavië dat alle volken samenbracht, maar die houdt de regio op afstand, wat ruimte biedt aan invloed door Turkije, Rusland en Saoedi-Arabië (wahabisme). Hopelijk durft de EU de impasse te doorbreken en maakt het ook dit deel van Europa Europees.

Midden in het bos, langs een klaterbeek, hoorden we muziek, klassiek, wat fragmenten bleken te zijn uit Lohengrin, gespeeld bij het Denkmal van Wagner uit 1933, die op die plek de eerste noten van deze opera geschreven zou hebben. Het had wat, die bombast in het bos. Zo eer je een componist beter dan met enkel een standbeeld.

De 12 km lange route door de Sächsische Schweiz was fenomenaal mooi. ‘Als we door slecht weer alleen deze wandeling hebben, dan zijn we er al’, zei ik tegen Roos in Hotel Richter. Ons middagmaal daar bestond uit Bratwurst en een Feldschlösschen en voor Roos een Wiener Schnitzel met witte wijn. We wachtten nog een uur op de bus naar Pirna, maar toen die er eenmaal was, ging het vlot.

Herr doktor Wolf toont ons de vakantiewoning en legt uit wat moeten doen en laten. Bij douchen moet het raam open, wat gek genoeg ook moet als we de afzuiger boven het fornuis gebruiken. Verder scheiden we natuurlijk ons bioafval, moet de toegangspoort altijd op slot en als we willen heeft ie dvd’s over de Sächsische Schweiz. Ik vraag hem of we geen briefje nodig hebben om te voorkomen dat de auto wordt weggesleept. ‘Zonder mijn toestemming gebeurt hier niets’, verzekert hij ons.

We gaan de eerste route lopen. Geen rondje, waardoor we aan het einde moeten uitvinden hoe we met de bus terugkomen. Mijn enige zorg, gezien onze dwaalgeschiedenis … vinden we het einde wel?

Vandaag de honderdste volger op Instagram mogen verwelkomen. De BHL GmbH. Misschien omdat ik voor mijn nieuwste foto nu eens wel hashtags gebruikte. Ik heb een nieuwe camera, een full frame Canon. Ik schiet de plaatjes nog op standje automatisch, maar ga vanaf november bij MK24 een cursus fototechniek volgen, om alle mogelijkheden van de camera te ontdekken.

Urlaub

Ga maar niet naar links, zei onze vakantiewoningverhuurder in Weimar. Daar is enkel treurnis. Ga liever rechts, naar Schloss Ettenburg, waar je lekker kunt eten en drinken. Dus liepen we langs Ettenburg naar het grimmige Buchenwald. Een mens moet er niet aan kunnen ontkomen. Terug liepen we over de bloedstraat. Een vijf kilometer lange spoorlijn en weg tussen Weimar-Ramsla en het kamp, door de gevangenen aangelegd.

In Weimar leefden we blijkbaar in stilte, want in Dresden overviel me het lawaai van de stad. We bezochten het Albertinum en niet gepland het Kunsthaus Dresden. Voor het eten doen we niet moeilijk: plaatselijke kost, gutbürgerlich, met voor mij (eindelijk weer) een plaatselijk bier en voor Roos Duitse wijn. Een mens wil er niet aan ontkomen.

Nadat de werktelefoon uit ging, kwam als verwacht de moeheid. Het teken van vakantie. Het zit er voor even op. Gisteren nog druk in de weer geweest met de auto. Roos was dinsdag naar het werk en kwam ’s avonds terug. Ze zei al dat ze veel rondjes moest rijden voor een plek en vond er één niet ver van huis. Maar verplaatsen zou wel handig zijn, wat ik gistermiddag zou doen. Maar waar ik ook keek, geen auto. Roos kwam er later bij en zag dat ze de auto abusievelijk op een parkeerplek had gezet voor elektrisch laden.

De auto was weggesleept. Om hem weer mee te mogen nemen, moesten we de lieve som van 373 euro afrekenen. 373. Godverdomme. Je vraagt je af waarom je in Amsterdam blijft wonen. Ik zag in de garage enkele buitenlandse kentekens. Arme drommels.

Al jaren plaats ik op 11 september een prozabericht over de ramp die New York in 2001 trof. Ik dacht aanvankelijk dat de tekst van Wikileaks kwam, maar bij nader inzien klopt dat niet. Die Wiki-teksten heb ik deels verwerkt in mijn bundel ‘Een enkel groen blad, de olie van pelikanen‘. Onderstaande tekst is een sterk ingekorte versie (alleen elke tiende zin) van een documentaire waarvan ik alle ondertiteling heb overgenomen.

Iedereen probeerde met z’n lichaam het vliegtuig te besturen.
Bij aankomst zag ik dat er twee of drie verdiepingen in brand stonden.
Ik was er totaal niet op voorbereid.
De achterkant van haar rug en haar benen waren geheel verbrand.
Ze zakten weg waar we bij stonden.
Ik nam de blusser mee en ging terug.
Het geluid van vallende mensen is verre van normaal.
Aan de kant waar ik stond, lagen er vijftien tot twintig.
Dat zal ik nooit vergeten.
De angst die deze mensen zover bracht, moet ongelooflijk zijn geweest.
Misschien wel meer.
Ik kwam een blinde man met een hond tegen.
Ik voelde me machteloos.
Die angst ging door hart en ziel.
Ik zei: Als er nog een explosie volgt…
Ik dacht dat er meer vliegtuigen zouden komen en dat er bommen zouden vallen.
Ik draaide me om en we renden allemaal naar binnen.
Ik heb nooit een aardbeving meegemaakt maar zo voelde het.
De lichten vielen uit, en er kwam stof en puin uit de trappenhuizen B en C.
Anders waren we onmiddellijk weg geweest.
Ik wist dat we weg moesten.
Het was als in zo’n droom, als je vlak bij je doel bent.
Het was ongelooflijk.
Zo stil was het.
Het donderende geluid kwam dichterbij.
Ik wist niet wat er precies gaande was.
Dit kon niet waar zijn.
Ik dook naar de grond.
Het was pikdonker.
Ik had geen idee waar ik was.
Ik dacht dat ik niet meer thuis zou komen.
Ik dacht: waar zijn m’n jongens gebleven?
Ik bleef z’n naam roepen.
Het is bijzonder werk, maar je moet wel thuiskomen.
Wat de risico’s ook waren.
Om te zien dat mensen zich niet tegen lieten houden.
Dit was de ergste ramp die deze stad ooit had getroffen.
Toen kwam m’n zoon binnen.
Hoe zou jij het vinden als m’n vrienden me niet zouden komen redden?
Ik had wel eerder ingestorte gebouwen gezien maar dit was ongelooflijk.
We begonnen met graven, en vonden rugzakken en dergelijke.
Ik wilde de hoop niet opgeven.
En dat er honderden brandweermannen waren verdwenen.
We hebben een heel serieuze taak te vervullen en je moet jezelf altijd voor 110 procent geven.
Als je ziek bent, ben je ziek.
Je had elke dag…
In m’n klerenkast zaten meer kleren van hem dan van mezelf.
Waarom ben ik in leven en zijn anderen gestorven?
Ik ben niet beter dan een ander mens.
Ik moest niet huilen.
Hij is bijna vier.
Ik kwam aanrijden en zag ons huis staan.
Een vriend van me heeft z’n zoon verloren bij de ramp in het WTC.
Dat is ook zo.
Iedereen heeft z’n eigen rare karaktertrekken maar uiteindelijk zijn het allemaal wereldgasten.
Dat is ons werk.
Het is ook geen carrière.
Maar dat lukt me niet.
Ik betreur het om dat bij mezelf te bemerken.
Ik weet nog dat ik ze zag, maar nu zijn ze er niet meer.
Als je ergens bezig bent, ben je een team.
Andere religies proberen te begrijpen.
Meer valt er niet te zeggen.

Ik rekende in de boekwinkel precies 88,88 euro af, waarvoor je enige moeite doen als je met precies dat bedrag in gedachten de winkel in gaat. Ik kocht een stripalbum, het verzameld werk van Alfred Schaffer en een reisverslag/ fotoboek over de Balkan. Roos was dat laatste boek al eens opgevallen door de titel bloed en honing, waar ze me op wees toen ik thuiskwam. Gunst ja, zag ik, zoals mijn bundel ‘een veulen van bloed en honing.’

Gisteren was een matige werkdag, waarbij hard werken niet werd gezien en waarbij ik erg ontevreden uit een gesprek over medewerkerstevredenheid kwam. Ik had opbouwende kritiek, wil graag praten over hoe we werken (niet over wat we maken), maar dat viel niet in goede aarde.

Op de weg terug van de fietsenmaker viel we weer op hoe onbeschoft de stadsbewoners op straat zijn. Ik zei tegen Roos dat Amsterdammers hun humor kwijt zijn, hun gogme, waarna ze zei dat het vast geen Amsterdammers zijn, maar import. Gunst ja, dacht ik.

Nog 1 week voor vakantie.

Ik hoorde in het voorbijgaan iemand zeggen, ‘maar jij leeft in de waarheid en dat is goed’, waarna ik dacht dat taal soms zo enorm nietszeggend is. Lelijk ook.

Het was een onbeduidende week, zonder gebeurtenissen. Het heerlijke eten van Roos is een houvast. Volgende week komt het gros van de vakantiegangers terug. En daarmee ongetwijfeld ambitie en grote vragen.

De politie moet bezuinigen, waar – niet voor het eerst – de ondersteunende functies onder moeten lijden. Idioot eigenlijk. Er zit al geen vet op de botten.

Ik was een mongolide makaak, een ss’er, nazi, zoon van Himmler, Hitler zelf en een nazibastaard. Later was ik een smerige valsspeler, iemand die een een programma gebruikte en iedereen zou dat gaan weten. Denk niet dat ik op een forum zat waar ik een mening had, maar ik speelde een potje online dammen, net wat beter dan mijn tegenstanders. De online agressie is ongekend. Het schelden gebeurt in allerlei talen, behalve in het Engels, want de makers hebben daar een filter op gezet.

Gisteren gezwommen, maar mijn lies voelde niet goed, zodat ik geen schoolslag maar borstcrawl moest doen. Terugfietsend kwam ik Jos tegen. Hij was mijn mondhygiënist en bleek ook te werken in het OLVG, toen ik daar mijn chemokuren onderging. Onderzoek aan de mond was daar onderdeel van. Lieve man, kwebbelkous. Ik vroeg naar zijn man, van wie ik nog wist dat het niet zo goed ging. Daar zit ie, zei Jos, wijzend op een man in een scootmobiel. “Hij is niet meer zo mobiel.”

Skandal!

Nicht im sperrbezirk, maar bij Volkswagen. Op 20 augustus stoppen ze in het hoofdkantoor in Wolfsburg met de verkoop van currywurst. Pikant is dat Volkswagen daar een slagerij heeft, waar per jaar ruim zeven miljoen worsten worden gemaakt. Oud-bondskanselier Schröder, ooit lid van die RvC, vindt het belachelijk en zegt ferm NEIN. Over deze lekkernij zijn gedichten geschreven.

Maandag kwam ik maar niet in slaap. Ik had ooit het plan om Derek Beaulieu, Canadees dichter en Vispo-kenner, mijn Songbook te sturen. Zo chatten we in het holst van de nacht en vond hij (de pdf van) ‘lovely’. En of ik hem een getekend exemplaar wilde sturen, en dan stuurt hij wat terug.

Roos dacht volgende weekeinde een vriendin op te zoeken, tot die vandaag belde waar Roos bleef. Dus vertrekt ze morgen. Snif.

We gaan naar Weimar, zei ik tijdens de buitendijkse wandeling, daarna kort naar Dresden en tot slot naar Pirna, om te wandelen langs de Malerweg. Dan moet je de uitzendingen van Boudewijn Büch bekijken, zei Ton. Vooral zijn bezoek aan het graf van Goethe, dat in Weimar ligt. Ik zag Boudewijn in de grafkelder zich tussen het ijzeren hek wurmen om de kist van Goethe aan te raken en nog eens, want de beveiliging was er af, zei hij genietend.

Na de wandeling, aan de door Hennie rijk gedekte tafel, onder het bladendek van Brantgum, spraken Nanne, Gert, Ton en ik over ditjes en datjes, over gezondheid, het pensioenleven (de heren zijn al zover) en poëzie. Heb je nog iets lopen, is steeds de vraag, maar alleen Gert is productief, met zeer binnenkort een essay, volgend jaar nog één en een bundel, meende ik te horen.

Later kreeg ik het idee om Awater in zijn geheel om te zetten naar cijfers, met de A op 1 en zo voort. Awater wordt dan 123120515, wat saai is en conceptueel zwak. Streep erdoor.

De weg terug naar Amsterdam werd door alle stortbuien een tour de force.

De oude dame had een zakje met hondenpoep in haar hand, dat ze in de postbus wilde stoppen, ware het niet dat haar dochter dat voorkwam. Roos kreeg de avond van het incident op de sportschool een telefoontje of alles goed ging en zo nee, dan kon Slachtofferhulp iets betekenen. Ik vond dat netjes.

De werkweek lag op apengapen. Ik schreef een bericht over een onbekende dode die na 27 jaar is herkend, wat die week mijn enige wapenfeit was.

Het sporten gaat weer goed, het diëten ook, hoewel ik soms de verleiding van drop niet kan weerstaan. Van 92,3 kilo ben ik beland op 90,8. Nog een paar onsjes, wat dit weekend niet gaat lukken. Als heel Nederland zuidwaarts gaat, rijd ik naar het Noorden, voor een ontmoeting met mijn dichter-vrienden Ton, Gert en Nanne. Ook mannen met korte namen, zie ik nu. We ontmoeten elkaar op een landweg, voor het wad, in Friese omstandigheden. Voor poëzie hoeven wij niets op papier te zetten.


Na alle drukte van eerder, verliep afgelopen week kalm. Ik deed mijn werk zorgvuldig, zonder haast en vond dat plezierig. Het is nog zeven weken voor de vakantie.

Ben door de knieën gegaan voor Spotify, dat het gratis luisteren haast onmogelijk maakte. Kreeg je voorheen pas na zeven of zo nummers reclame, nu is dat na twee nummers. Dat is mij te gortig.

Vandaag na jaren weer gezwommen in het Sloterparkbad: 24 banen van 50 meter, vrij moeiteloos en steeds had ik de baan voor mij alleen. Het was geweldig. Goed om het fitnessen en fietsen mee af te wisselen. Terwijl ik zwom, was Roos naar bodycombat, maar daar kwam het niet van. Een medesporter (sympathieke man, we spraken elkaar vorige week na lange tijd) kreeg voor de les een tia en moest gereanimeerd worden. Later zeiden we dat ie mazzel had dat het in de sportschool gebeurde, met direct hulp nabij, in plaats van op straat.

Ik zag de nieuwe vlag voor de LHBTIQ+-gemeenschap en snap niet goed welke kant het opgaat. Moeten alle minderheden in kleur worden vertegenwoordigd? En zo ja, vergeten we er dan niet een paar?

Las van Jelle Brandt Corstius het verslag van zijn treinreis met twee vrienden met de BAM (Baikal-Amoer- Magistral). Een kundig geschreven reisverslag, dat niet beklijft.

Soms pak ik bij toeval iets mee dat me interesseert, op straat, of tv of in de krant van iemand tegenover mij in de trein, maar dat was vóór corona. Vandaag zag ik een staartje van Brainwash Talks dat over poëzie ging. Killa van der Starre, zo hoorde ik toen ik het programma later bekeek, stelt dat poëzie nog lang niet dood is. Ik zou dat ook nooit beweren, maar Van der Starre gaf leuke voorbeelden hoe poëzie nu wordt gebruikt, buiten het boekje. Zo nemen gedichten bij rouw de plaats in van religie, sprak Amanda Gorman bij de inauguratie van president Biden en kondigde Koby Bryant zijn afscheid van het basketbal in een gedicht aan in plaats van met een persbericht.

Killa noemde ook nog de poëzie op Instagram, waarvan ik geen goede voorbeelden vond, in elk geval niet bij #instapoezie. Wel iets om eens te proberen. De foto’s zijn er al.

Drie weken niet naar bodycombat gegaan door een achillespeesblessure. Ik merkte gisteren dat ik ben aangekomen. Gisteren woog ik 92,3 kilo, ongeveer twee kilo zwaarder dan de laatste keer dat ik mij woog. Vanaf morgen ga ik weer streng zijn en calorieën tellen. Dat is niet overdreven, maar noodzaak. Als voormalig kankerpatiënt loop ik meer risico op hart- en vaatziekten en dus MOET mijn BMI gezond zijn. Dat is ie nog net, dus moet de marge beter. Wat ook gaat helpen, is dat bodycombat weer lukt, zij het voorzichtig, zonder springen.

Heb steeds minder zin in Zomergasten. Welke clownsneus heeft bedacht dat Hans Klok (laatste aflevering) een boeiend tv-avondje kan leveren?

Vriend Ton hield zich in zijn blog aan de feiten, wat ik ook besloot te doen. Mijn achillespees is nog gevoelig dus voorlopig geen bodycombat maar fietsen; vrijdag 82 kilometer, gisteren 75. De tweede keer was het te warm.

Feit: gisteravond rommelde het in mijn maag, waarna ik snel naar het toilet moest voor een soort wraak van Montezuma. Vannacht overviel de schurk mij opnieuw. Mijn hemel, wat kan een mens stinken. Ik kan het niet verbloemen.

Het is druk met werk, wat gebruikelijk is voor de zomer. Dan neem ik diensten en klussen over van vakantiegangers. En vorige week was het natuurlijk bal met de dood van Peter Rudolf de Vries en de watersnood in Limburg. Dat ebt bij ons gerust weekjes door.

Feit: we bezochten fotomuseum Foam. Daar was een tentoonstelling van nieuw talent. Wat ons betreft: kwaliteit doet er niet meer toe. Het gaat er om dat je een verhaal hebt. Een verhaal met een boodschap. De bezoeker die gewoon verrast wil worden, die geen standpunten opgelegd wil krijgen, komt er karig af.

Het is maandag. Naar het zich laat aanzien wordt het straks avond, waarna de nacht. Dat zijn feiten waar ik weinig aan kan veranderen.

Kers op de taart

De serveerster vroeg of we gebakken aardappelen wilden in plaats van frietjes en of we er ook  appelmoes bij wilden. Ik reageerde verbaasd en zei lacherig dat dat nog steeds wordt gedaan. Tja, zei ze, het is wel Van der Valk. Maar we doen er tegenwoordig geen kers meer op.

Het weekendje Enschede was natuurlijk zelf de kers op de taart, met een bezoek aan Rijksmuseum Twenthe en een prima verblijf in Hotel Van der Valk Enschede. We liepen ook nog over De Grote Markt, maar schrokken zo van de drukte dat we ons snel uit de voeten maakten.

Wat de dandy in mij ook opviel: alle mannen droegen T-shirts en velen een korte of driekwart broek. En ik denk dat de kappers van Nederland een geheime afspraak hebben om alle oudere vrouwen een kort kapsel te geven (en een deal met de Schoenenreus voor sandalen).