Productie draaien?

Ontmoette op mijn “vaste werkplek in Rotterdam (ik ben vaker in Den Haag) een collega die ik door corona twee jaar niet had gezien. Het gaat hem goed. Hij zei dat hij met anderen sprak dat dat thuiswerken prima bevalt maar dat ie het mist om aardige collega’s te spreken, waarbij hij mij noemde, wat ik dan maar voor waar aannam en ik vind hem ook aardig dus dat scheelt. Ik was naar Rotterdam voor mijn stagiair die een presentatie gaf over zijn scriptie. Het was mijn eerste stagiair. Maandag een gesprek met de volgende. Ik leer ervan.

Vandaag deed ik weinig. Op de weg terug, met een weer tegenvallende prestatie van de NS, dacht ik aanvankelijk aan een verloren dag, want nauwelijks iets opgeleverd, maar “iets maken”, productief zijn, is maar het halve kantoorwerk. Relaties onderhouden is minstens zo belangrijk. Ik sprak oude bekenden en ontmoette nieuwe collega’s zodat het al met al een zinvolle dag werd. Opmerkelijk: als ik mijn naam noem zie je mensen denken dat ze hem eerder hoorden. Of het een waarschuwing is of een goed teken laat ik in het midden.

Treinterreur

“Please remember your luggage”, zei de conducteur op de weg terug. En een man zei tegen zijn reisgenote dat hij graag wilde leren gedichten te declameren. Dat was de goede NS. Vanmorgen zat ze tegen. Voor ik om 05.45 naar Station Zuid ging, keek ik op de app voor bijzonderheden. Niets. Op het station bleek de trein naar Den Haag echter niet te rijden. Ik de app in of er dan vanuit Centraal… ja. Geen belemmeringen. Dus terug in de metro naar Centraal. En daar toch borden dat er geen treinen naar Den Haag. Zwaar de pee in liep ik naar huis, bedacht dat ik via Utrecht kon, ging terug naar Centraal om via de Domstad toch naar de Hofstad. Om 05.45 uur vertrokken, om 08.45 uur gearriveerd.

Omdat alle kantoren die middag bezet waren ging ik in Teams op mijn Smartphone voor een korte briefing aan de koffietafel zitten. Tot ik ruw werd onderbroken door twee personal assistants, dat dat zo toch niet kon en ik of als de wiedeweerga. Ik kreeg potdomme een standje. Waarom hebben PA’s het ego dat ze hebben?

Roos sprak met de financieel adviseur en stuurde al wat documenten. Was ik 57 geweest, dan was financieren een stuk moeilijker geworden, blijkt nu. Maar ik ben 56. Jong genoeg om een appartement te kopen.

Doe niet zo lullig

Nadat de penis jarenlang niet te zien was op tv, brengen betaalzenders hem steeds vaker in beeld. Publiciste Linda Duits vindt dat maar niets. ‘Het effect van een slappe lul is anders dan dat van een parmantige tiet. Het is komisch en kolderiek, eerder aandoenlijk dan opwindend.’ Pardon? Is mannelijk naakt minder prettig om te zien dan het vrouwelijke?

Vrolijker nieuws: we willen het nieuwbouwappartement in Weesp graag kopen. Oplevering (mits zeventig procent van de appartementen is verkocht) wordt najaar 2024. Gisteren waren we op gesprek. Het eerste wat de makelaar wilde weten is waarom we een plek aan de Prinsengracht willen verruilen. Typisch makelaar, besef je, dat alles draait om locatie. We sputterden iets van rust en meer groen en dat ik de Amsterdammers niet meer zo leuk vind. Maar dat is sowieso iets van de Randstad zei ze verstandig.

Over twee weken tekenen we voor koop, waarna we twee maanden hebben om de financiering rond te krijgen. Dat is een voor ons nieuw verhaal van overwaarde, overbruggingskredieten en extra maandlasten. Gelukkig is er sinds gisteren een heel behoorlijke politie-cao, dus ach… we rooien het wel.

De Hofdame zegt toch welkom

Ik hoorde Roos toevallig antwoordden dat we nog belangstelling hebben, maar ja, in wat? Weesp bleek snel. Er is in de Hofdame alsnog een plek opengevallen en wij maken zowaar kans. Vrijdag volgt een gesprek. Ik had er geen enkel vertrouwen in toen we op de reservelijst kwamen, maar kansen keren. Na een wederzijds ja volgen meer gesprekken, met hypotheekverstrekkers, makelaars en ander volk. Het hoort erbij.

Het weekje rust zit erop, voor mij vrijdag al, toen mijn piket begon. Ik lag vannacht wakker van een artikel dat woensdag klaar moet zijn, bleek volgens de briefing die ik vandaag kreeg. In overleg met de eindredacteur een nieuwe datum afgesproken. Volgende week mag ik een collega spreken over haar onderzoek naar journalistieke vrijheid binnen de politie. Dan kom je direct op het verschil tussen journalistiek en bedrijfsjournalistiek.

Omdat ik heel het weekend paraat stond en het werk voor vandaag was gedaan, ging ik een rondje fietsen. Ik ben dit jaar de 1000 kilometer gepasseerd.

Oranjefront

Natuur in Nederland is begrensd door prikkeldraad en verbodsborden, bleek tijdens onze wandeling naar de Posbank, die we niet mochten betreden. Je denkt dan dat de bewegwijzering ten minste goed is, je kunt het pad immers niet af, maar helaas. Na de Posbank nog tijd voor Doesburg, op aanraden van Ton. Een charmant stadje met te veel bakkers die zich voorbereiden op Koningsdag. Zelfs de AH had vier vitrines vol oranje tompoucen en soesjes. We aten een broodje bij zo’n bakkerij waar een man haastig binnenliep of ze oranje poezen hadden. Morgen wel zei de verkoopster. Op de parkeerplaats liet een bejaarde een reutelende scheet.

Afgesloten

We zijn op park Beekhuizen nabij Velp. Een natuurkamp (nee, geen naturisten), midden in het bos. Heerlijk. Geen tv, geen laptop (mee). Wel lekker eten en drinken en lezen. John Ashbery blijft onnavolgbaar goed. Nog wel eerst even over de grens geweest om boodschappen te doen in Kaufland. Morgen wandelen naar de Posbank.

We hebben een korte vakantie in het vooruitzicht, een midweekje op een natuurpark nabij Arnhem. In de vakantieaanloop ergerde ik me op het werk vrijwel constant, wat soms aan mij lag, vaker aan de ander. Zoals onbekende collega’s die meenden dat ik hun probleem moest oplossen en meer van dat soort dingen. Nog tien jaar, als het lukt om op mijn 66ste met pensioen te gaan.

Het is goed om een week weg te zijn. Helaas heb ik volgende weekeinde piket. Museum Kuppersmühle staat op het programma en vooruit… Arnhem.

Tol betalen in ’t tolhuis

Print is op sterven na dood, impliceerde de bladendokter. Alleen voor de zomervakantie zien publiekstijdschriften een piek. We hadden de dokter over om te praten over de toekomst van onze twee bladen die naar één gaan. En om te praten over wat de toekomst wel brengt, wat hoofdzakelijk online is, en waar ik mij op het werk op richt. De toekomst is ook personaliseren, content steeds meer richten op de individuele afnemer. Prosumer vind ik een grappig woord.

’s Ochtends was er nog een uurtje praten over onbewust of bewust gedrag, wat geen verrassing bood, evenmin dat je buiten je eigen scope moet schrijven.

Op zaterdag trof ik dichtersvrienden Gert, Nanne en Ton voor een lunch in de Tolhuistuin in Amsterdam Noord. We gaven boeken weg (de boekenweek was immers begonnen), bespraken onze afstand tot het literaire circuit, onze kijk erop en we vroegen naar elkaars welbevinden. Het was zeer genoeglijk. Wonder! ik hield mijn pak droog, ondanks de wiebelige serveerster die de drank aan onze tafel verzorgde.

Na vijf kwartier Trentemøller verliet ik Paradiso. Ik voelde me niet lekker, moest ook weer wennen aan veel mensen om me heen en het optreden beviel me matig, wat niet lag aan de band die stevig van leer trok. Maar de zangeres stond op echo overdrive en de hoofdmuzikant liet het na om contact te maken zijn publiek en de setlist ging van idioot stevig naar gapend traag. Neemt niet weg dat ik graag luister naar Trentemøller.

De griep is er bijna uit. Ook bij Roos, die morgen weer naar haar werk kan.

We merken al langer dat we ouder worden. Het frisse is eraf. Natuurlijk sporten we er hard tegenin, maar zonder fanatisme. Gaat het even niet, dan sporten we net zo gemakkelijk niet. Morgen geen bodycombat. We lazen dat je griep met rust moet bestrijden, dus doen we dat. Een wandeling om aan te sterken; meer zit er niet in.

WhatsApp en ik zijn geen goede combinatie. Broer Robbert had me begin maart geappt of het een beetje ging, zo na het overlijden van vader. Die app las ik vandaag. Ik dacht een gesprek weg te gooien, maar blijkbaar archiveer je alle conversatie. Idem op werk, waar mensen me appen, waar ik vraag om te bellen. Ik merk al langer dat ik ouder word.

Ik hoorde iemand praten over territoriaal metabolisme, dacht aan een verzinsel, maar het blijkt te bestaan. Iets met de stedelijke balans van materialen- en energiestromen.

Morgenavond ga ik naar Trentemøller in Paradiso. Hij is van 1972.

Het zegt genoeg (over mij) dat een Oekraïense president mij op 1572 moet wijzen, het jaar dat Nederland ontstond. Ik weet te weinig over de vaderlandse geschiedenis. Ik zou er boeken over moeten lezen, maar besloot uit gemakzucht een aflevering van ‘Het Verhaal van Nederland’ te kijken, wat nog geen tien minuten duurde, zodat ik alsnog niet wijzer werd. Op de middelbare school was het ook geen thema, waar we wel veel leerden over Indonesië, ook al vermoed ik dat die lessen niet het hele verhaal vertelden.

Het woord verhaal ben ik inmiddels beu.

Roos en ik hebben griep, dag drie nu. Het is dat we een griepprik hebben gehad, anders waren we er slechter aan toe. Roos deed voor de zekerheid nog een coronatest, waarvan de uitslag negatief bleef. Oef.

Ik lees een boek over de Donbas, wat het beeld van deze regio niet verbetert. Daar heerst een soort wetteloosheid, met maffia, omhooggevallen president-schurken en milities die wreedheden begaan. In 2014 al (eerder?) noemden de pro-Russische separatisten de regering van Oekraïne fascistisch. De ‘denazificering’ van Poetin lijkt een logisch vervolg.

De bodycombat-instructrice appte net dat ze positief testte en dat ik moest opletten omdat ik twee keer naast haar op het podium stond, dus dichtbij. Uit voorzorg ga ik toch niet naar Den Haag om te werken in de newsroom.

Vorige week donderdag was heel het team in Rotterdam, voor de kwartaalafsluiting. Het was leerzaam, leuk ook, maar aan werken kom je niet toe. Wat dat betreft is thuiswerken veel efficiënter. Ik wilde de trein instappen, mistte mijn portemonnee, ging terug naar de werkplek om mijn portemonnee in de jas van een collega te vinden (waar ik hem zelf had ingedaan omdat die jas ook groen was).

De belangstelling voor de nieuwbouw in Weesp was overweldigend, stond in de mail. We staan op de reservelijst, wat zo vaag is als wat. Hoe lang is die lijst, op welke plek staan we, hoe laag? Krijgen Weespers voorrang? We leggen ons erbij neer dat dit niet gaat lukken.

We gingen naar Huis Marseille en waren niet erg onder de indruk van Charlotte Dumas en de paarden die ze fotografeerde. Zeldzaam saai, steriel. Huis Marseille heeft werk van haar gekocht en dan ben je het aan jezelf verplicht zo’n fotografe groot te maken.

Intussen hebben we vier van zes terrasdeuren geschuurd, klaar voor een hoognodige lik verf. De tandarts zei bij mijn halfjaarlijkse controle dat alles in orde was en dat ze het niet van mij moest hebben om op vakantie te kunnen. En ach, je praat wat, je lacht wat en intussen is er nog steeds oorlog in Oekraïne.

De krantenbezorger had geen NRC geleverd, maar de Volkskrant, maar in halfslaap had ik dat niet door. Vanmorgen zei ik tegen Roos dat ze bij NRC blijkbaar een nieuwe vormgeving hadden doorgevoerd, met nieuwe columnisten, tot ik plots de titel zag. Fuck. En ik dacht direct aan het lied van Joop Visser ‘de Volkskrant is een kutkrant‘. Ik kom maar niet door die rommelopmaak heen. Ook heeft de krant mijns inziens een rellerig toontje, waarvan ik genoeg voorbeelden vind.

Ik luisterde gisteren in de auto op weg naar de wasstraat Radio 1, waar de 69-jarige Mat Herben werd vrijgelaten om Pim Fortuyn te bewieroken. Dit jaar is het twintig jaar geleden dat Pim werd vermoord. Pim heeft nooit verkeerde dingen gezegd, beweerde Herben, en sowieso zijn zijn woorden altijd uit context gehaald. De schuld lag vertrouwd op links. Linkse mensen, zei Herben, zijn per definitie onverdraagzaam jegens andersdenkenden, woorden in die trant.

Herben leest kranten diagonaal, zei hij ook, maar in dat kruislings lezen zit geen Volkskrant, vermoed ik.

Ik ben al enige tijd epic slice owner voor Nieuws 3.0 en sinds gisteren blijkbaar ook placeholder voor ons content management systeem. Niet dat ik baas ben of zo, maar ik mag meepraten over wat er wordt bedacht en gemaakt voor intranet. Een baasje was ik natuurlijk altijd al.

Dat werd me gisteren – toen ik weer op kantoor was – lachend verteld, nadat ik veel aandacht vroeg (maar op een goede manier). Ik schoof spontaan aan bij enkele collega’s die een nieuwe bladformule bedenken; we gaan van twee bladen naar één. Leuke sessie en hoognodig. Onze bladen staan al een tijdje stil. ’s Avonds was ik doodop, vooral van mijzelf.

Ik dacht naïef dat het op vrijdag rustig zou zijn bij de autowasstraat, om het Saharazand af te spoelen. Gekkenhuis. Ook bestaat het bedrijf 26 jaar en geeft het 26 eurocent korting op benzine. Het was hamsteren a la corona (maar ik had voldoende benzine).

Flink eind gefietst en eerder deze week ‘Visjes’ gekocht van Joost Oomen, waarvan ik dacht dat het een poëziebundel zou zijn, maar het is een reisverslag. Ik vorder in ‘Vervoersbewijzen’ van Tijl Nuyts. Bevalt me.

In 2016 zei Nederland in een referendum – stevig beïnvloed door populisten – nee tegen een associatieverdrag met Oekraïne. Het verdrag zou de politieke en economische samenwerking met dat land makkelijker maken. Juncker, destijds voorzitter van de Europese Commissie hoopte van harte dat Nederlanders geen nee zouden zeggen “om redenen die niets met het verdrag zelf te maken hebben.” We hebben onze Euroscepsis sindsdien afgeschud.

Ik heb vandaag gestemd, omdat het kon. Het werd een gespleten keuze, op links voor stadsdeel centrum omdat er binnen de grachtengordel erg veel rechtse kiezers zijn. Voor heel Amsterdam stemde ik weer rechts omdat de linkerflank Amsterdam al jaren bestuurt. Wat ook scheelt… ik hoef de tv-debatten niet te volgen.

Wat rest

Gedurende de coronacrisis leken er twee noodlijdende groepen te zijn: de zorg die nodig ontlast moest worden en de horeca die een noodtap nodig had wilde het overleven. Van de twee zag ik in de Stemwijzer Amsterdam nog veel horeca terug, over terrasuitbreiding en ruimere openingstijden. De horecalobby is sterk. Een Stemwijzer is een gemakzuchtige oplossing, dus las ik verkorte versies van partijprogramma’s en dat hielp… een beetje.

In Amsterdam duiken stickers op straatnaamborden op, met this street stands with Ukraine: do you? Ik sprak ervoor met twee dames die ook klaarstonden voor de les bodycombat. Nee, ze vonden die openlijke steun mooi, wat ik ook vind, maar niet opgelegd door anderen. Een van hen was de dag ervoor naar de manifestatie op De Dam gegaan. Mooi, zei ik. En dat het toch apart was dat we na twee jaar corona – als toppunt van de geïndividualiseerde maatschappij – plots gemeenschapszin beleefden, ook al is de aanleiding verschrikkelijk. En dat vonden ze wel mooi gezegd, waarna we gingen sporten.

Ik was me er de tiende maart zeer bewust van dat mijn vader een maand geleden overleed. De uitvaartonderneming zal zijn as inmiddels hebben verstrooid, in Heerhugowaard waar hij is gecremeerd. Ik weet niet veel over Heerhugowaard. Het lijkt me een rustig dorp, zeer geschikt voor asresten.

Plots zat ik een #metoo-discussie. De redactie had de dag ervoor een artikel geplaatst over eremedailles, uitgereikt aan politiemensen. De foto erbij was van een dame die de medaille opspelde bij haar partner. Toch zag een collega dat anders. Hij – en veel vrouwelijke collega’s namens wie hij sprak – zagen een clichébeeld, van een vrouw in adoratie van een man. Ik antwoordde wat ik zag en daar werd fel op gereageerd, of ik de klager voor de gek hield en dat ik de klacht niet serieus nam. Heel die dag verwachtte ik een mail voor een gesprekje met de klachtencoördinator. Het zijn hypergevoelige tijden.

Over Oekraïne kan ik niets zeggen, omdat niet te bevatten is wat daar gebeurt. Vanmorgen hadden we een koffieafspraak met ‘zwager’ Theo Deutinger en dochter Luca die in Amsterdam woont. Theo woont in Oostenrijk. Hij gaf geregeld les aan een universiteit in Moskou en dat is vanzelfsprekend voorbij. Hij voorspelt dat Moldavië in Russische handen valt en ook Kaliningrad dat tussen Navo-landen Litouwen en Polen ligt. De Russen zouden via Wit-Rusland een corridor naar dit geïsoleerde stuk Rusland willen. Als dat gebeurt, blijft een Derde Wereldoorlog niet uit. Over Rusland kan ik niets zeggen, omdat niet te bevatten is wat daar gebeurt.

Het is bijna een maand geleden dat mijn vader stierf. Ik ben blij dat hij van deze waanzin niets heeft meegekregen.

De eerste werkdag na het rouwverlof beviel matig. Er was een werkoverleg waarin duidelijk werd dat je niet kunt vertrouwen op langlopende afspraken en ik werd ‘meegenomen’ in een project om informatie uniform te maken (goed streven) wat in de praktijk neerkomt op een systeem erbij en heel veel dubbel werk. Ik lag er wakker van.

Ik was al murw door het opiniestuk van Kiza Magendane over musea. Die moeten verregaand gedekoloniseerd worden, want ze vertegenwoordigen nu enkel denksystemen die de hetero witte man als standaard plaatst. Ik kan niet zeggen dat dat niet klopt of dat niets moet veranderen (kom maar op met die verbetering), maar gek genoeg zie ik de witte vrouw als standaard. Maar dat zeggen, is niet woke. Dat schrijvende ontging het mij volledig dat 21 februari de internationale moedertaaldag was.

Ik keek vannacht – ik kon zoals gezegd niet slapen – naar talkshow M, naar het deel met Joost Oomen en ik werd er vrolijk van. Hij ging naar een eiland om vissen te vangen met zijn poëzie. Iconisch beeld: Joost met snorkel in het water, gedichten voordragend aan de visjes.

Een campagne van SIRE moet Nederlanders aanmoedigen om meer over de dood te praten, want dat doen “we” te weinig. De dood is bij ons geen taboe, als ik afga op de openhartige gesprekken van de laatste week. We gaan het onderwerp niet uit de weg, ook al valt het altijd zwaar om verlies te erkennen. Rituelen kunnen helpen, hoewel ik niet weet of een woning uitruimen als ritueel telt. Maar vandaag deden we precies dat.

Vader was de laatste vijftien jaar drie keer verhuisd, twee jaar geleden voor het laatst. Vandaag hadden we het relatief makkelijk. Eén lading naar het afvalpunt volstond. Enkele dierbare spullen gingen naar ons, de handige spullen naar de kleinkinderen.

Ik vind een bezoek aan een afvalpunt gek genoeg leuk. Je moet vaak langs een paar paarse krokodillen, afvalmedewerkers die het goed menen, maar daarna mag je lekker smijten en kapot gooien. Het leek of ik dat nodig had. Vrijdag is de uitvaart. In besloten kring. U zult me er niet over horen.

Gisteravond, rond kwart voor negen, is vader gestorven; kalm en stil, zei mijn broer Robbert toen hij me belde. Hij en zus Marjon zijn tot het einde bij hem gebleven. Ze vroegen me of ik hem nog wilde zien, voordat de begrafenisondernemer hem zou meenemen, wat niet nodig was. Ik heb hem twee dagen op zijn slechtst gezien en daar voegt een laatste blik niets aan toe. Ook had ik al een stevige neut op hem gedronken en dan nog in de auto stappen is onverantwoord. Om te horen dat hij nu echt dood is, viel opnieuw zwaar.

Ik ben ontzettend moe, wat vermoedelijk voor heel de familie geldt. Zou je dat trouwens tegen hem zeggen: ik ben moe, dan antwoordde hij: ik ben pa. Dat is hij en blijft hij. Theo (Taeke) van der Schaaf, geboren op 12 november 1933, vader van een dochter en twee zonen, echtgenoot van Nan (Jannetje) Ahaus.