Oerbewoners

Ik viel in het Filosofisch Kwintet dat ging over de maakbaarheid van de nationale geschiedenis. Stephan Sanders zei tegen het einde dat er iets onder die boerenbeweging zit, misschien de claim dat zij de eerste eigenaren van dit land zijn. ‘Zij bewerken het land en hebben daardoor meer recht op Nederland dan wie dan ook’, was Sanders’ idee. Een interessante gedachte als je bedenkt dat de boeren zich vooral voordoen als slachtoffer, wat niet strookt met de trots in die eerste claim. Je hoort het ze op tv vaak zeggen; trots om boer te zijn. En misschien is dat wel begonnen bij Boer zoekt Vrouw. Daarover sprak het kwintet niet…

Vrijdag hebben we drie uur lang ‘getafeld’ bij de keukenleverancier. We wilden een schiereiland (deel van de keuken vast aan de wand) en een achterwand (met oven) tot aan het plafond, maar vreesden dat dat niet kon, dat we vastzaten aan de L-vormige keuken in de hoek waar het projectontwerp van uitging. Onze vrees was ongegrond. Alles kon (als je maar betaalt).

Dinsdag 9 augustus gaan we naar de notaris.

Avoir de patience

We waren ruim op tijd op het station, waar de melding kwam dat de Thalys niet uit Amsterdam zou vertrekken, maar uit Rotterdam, dus snel de Intercity Direct in, om net op tijd de trein naar Parijs te kunnen pakken. Van NS Internationaal geen melding (Roos heeft de app), laat staan uitleg of excuses.

In de trein zaten we achter twee fans van de Rolling Stones, met verhalen over concerten in Berlijn, Zürich, de VS, Londen… Twee onverbeterlijke kletskousen die alles hardop deelden, over kaartjes van een Hongaar, pre party’s, de jasjes van Mick, waar je het best staat en Charly werd gemist, maar de nieuwe drummer was goed. Op een gegeven moment ging de vrouw fluisteren tegen haar Stonesvriend. ‘Ik heb een pornotic’, dacht ik te horen. En daarvoor zou een route zijn. Wauw. Les Francais sont dépravé… Maar het bleek te gaan over Napoleon.

Parijs zelf was na twee jaar afwezigheid wennen. Ons Frans liep stroef zodat de obers Engels gingen praten (wij bleven in het Frans antwoorden) en metro’s vielen her en der uit, zodat we veel moesten lopen. Dag twee ging stukken beter. We bezochten het verbouwde La Samaritaine en de Bourse du Commerce, wat een prachtig gebouw is, maar de collectie (ultramoderne installaties) sprak ons minder aan. Het Musée de la Vie Romantique was gelukkig ouderwets.

Ventileren

‘Er is een bijdrage van een tientje. Had de fysiotherapeut dat niet verteld?’ Nee, evenals dat hij voor het eerste consult 52 euro rekende in plaats van de beloofde 38. Het tientje (komt bovenop het reguliere consult) was voor de scan van mijn rechterschouder, waar een beginnende frozen shoulder is vastgesteld. Ik heb er inmiddels drie maanden last van. Het wordt erger, zeiden de echomakers, maar ooit houdt het op.

Voor de vierde keer in korte tijd heeft een kl&%^$# mijn ventiel losgedraaid. Drie keer eerder had ik het niet door en zat ik plots met een lege band. Maar sindsdien kijk ik telkens naar het ventiel. Het was opnieuw weg, maar ik kon er een nieuwe op doen. Het gebeurt steeds als ik mijn fiets in de rekken iets verderop plaats. Als een soort waarschuwing: dit fietsenrek is van ons. Grachtenvolk is lang niet zo keurig als je denkt. Glas in de vuilnis is heel gewoon; vuilnis die je gerust drie dagen buiten laat staan. En gisteren vond de bovenbuurman het nodig tot 23.00 uur lekker op de piano te rammen.

De bank heeft onze offerte voor Weesp goedgekeurd. Volgende stap de notaris. Intussen belde de tegelboer voor een afspraak. We zijn telkens verbaasd hoe gemakkelijk het allemaal gaat.

Ha de buren

Hahaha, de eerste bewonersbijeenkomst bij badkamerleverancier Plieger ging precies als voorspeld. Gefeliciteerd met uw woning, zei de gastvrouwe-vestigingsdirecteur bij entree, waarna ze ons meenam voor broodjes en een drankje. ‘Dit zijn de bewoners van 38’, zei ze tegen de aanwezigen. ‘En dat zijn de bewoners van 37, dus u bent buren’, haastte ze te zeggen. En zo werd elk nieuw stel geïntroduceerd op nummer en gekoppeld. Een van onze buren op de derde etage is een BN’er: Maurice Wijnen, wat er verder niet toe doet.

We spraken een stel dat al in Weesp woont, maar voor geen goud in de wijk Weespersluis zou willen wonen, want ‘allemaal Amsterdammers met bakfietsen.’

De bouw duurt zeker twee jaar. De Hofdame wordt kwartaal twee of drie 2024 opgeleverd. Wel moeten we voor september dit jaar al onze woonkeuzes bepalen. Voor de badkamer zijn we er qua apparatuur wel uit. Volgende week een keuken kiezen en ergens tussendoor tegels. Ik zat bij Plieger op een toilet van ruim 5000 euro en het was niet eens van goud.

Ach en wee en hoera

De allerlaatste column van Tom-Jan Meeus in NRC was om wanhopig van te worden, wanhopig en mismoedig van de politiek zoals die zich de laatste jaren manifesteert. In het kort: we worden niet bestuurd, maar gestuurd, met de mediawerkelijkheid als motor en een teveel aan politici met te veel profileringsdrang. In dezelfde krant wil D66’er Sneller het kiesstelsel veranderen door de persoon op wie de kiezer stemt belangrijker te maken dan de partij. Dat betekent nog meer politici die gezien willen worden, gehoord willen worden met oneliners. Meeus pleit juist voor minder aandacht voor de politiek, voor politici, maar dat station is al gepasseerd. Het maatschappelijk debat voer je tegenwoordig op tv, in talkshows.

Vandaag een halfjaar geleden is mijn vader gestorven. Hij komt steeds vaker in mijn dromen terecht. Meestal met vaderlijk advies, handigheidjes.

Deze week werd ik verrast met mijn ambtsjubileum. Waar ik die op 5 juni had gedacht, met 5 januari 2010 als basis, lag die keurig op 5 juli. Ik ging naar Rotterdam voor een lunch met de adjunct, maar geen benul waarom of waarover en vijf minuten van tevoren vermoedde ik nog steeds niets. Zou ik een uitbrander krijgen? Moest er een goed gesprek worden gevoerd? Het werd een lunch, met een erepenning en oorkonde en een grappige cartoon van striptekenaar Mark Retera (van Dirk Jan); persoonlijk geregeld door collega Steven.

Hoe zwaar is ons land?

Zwager-architect-denker Theo Deutinger maakt geregeld Snapshots of Globalization (SNOGs), wat ik zie als specifieke data gekoppeld aan specifieke wereldkwesties. Je kunt bijvoorbeeld het aantal McDonald’s-restaurants koppelen aan de vraag in hoeverre een land democratisch is. Rusland zou op nul uitkomen: geen democratie want geen Mc-restaurants. Na de coronatijd kwam Theo met de vraag hoe stabiel de toestand in de pandemische ruimte is. Meer concreet: hoe veel plexiglas zal ons de komende jaren scheiden en hoe veel meter zal er tussen mensen en tafels en stoelen overblijven? Hij verzamelt alle beschikbare data en zet dat om in beeld.

Ik zag meerdere SNOGs en vind de combinatie van data met wereldbeeld altijd intrigerend. Zelf dacht ik recent aan de vraag: hoe zwaar is een land? En kun je dat meten? Bijvoorbeeld door bij elke rijksgebouwendienst lijsten op te vragen van alle gebouwen en hoe veel die wegen? En hoe zwaar zou Nederland dan zijn ten opzichte van bijvoorbeeld de Verenigde Staten (relatief)?

Het appartement naast is ons verkocht, voor een ton boven de vraagprijs van 695.000. De woningmarkt mag landelijk stabiliseren, maar in Amsterdam is ie nog steeds overhit.

Wij zijn van 38, en jullie?

Hee, nog een Wapen van Wormer? Het drong direct tot me door dat ik in Wormer rondjes reed. Wormer is het Hotel California van de Zaanstreek; nauwelijks verkeersborden die je het dorp uitleiden. We are programmed to receive […] but you can never leave! Gisteren de tweeduizend kilometer dit jaar gepasseerd. Ik ben amateurwielrenner en houd van fietsen, maar die Tour, of welke andere wielerwedstrijd, interesseert me totaal niet.

Op 12 juli mogen alle bewoners van De Hofdame naar de showroom in Amstelveen van de badkamerleverancier. We stellen ons voor dat we ons voorstellen als de bewoners van nummer 38 en dat mensen hun nummer noemen en dat het dan rekenen wordt of we buren zijn. Of we goede buren worden blijkt later.

Ik kom moeilijk door de bundel ‘De introductie van het plot’ van Frank Keizer. Ik ken Frank van vroeger, van toen hij bij Perdu werkte en ooit was hij te gast bij mij thuis (voor een diner met Maarten van der Graaff en Ton van ’t Hof, onder het mom van Amsterdam Renaissance). Frank noemde zich toen al Marxist en was maatschappelijk geëngageerd, wat al bleek uit zijn eerste bundel ‘Dear World, fuck off ik ga golfen’. Ook in deze bundel staat de maatschappij centraal; meer specifiek de manier waarop de wereldmaatschappij historisch tot stand kwam en wat we daarvan nog niet wisten. Zware kost. Desondanks klatert af en toe een gedicht van de pagina, door de juiste woordkeuze en mooi taalspel. Maar veel zinnen gaan ten onder aan woke-heid, woke-ness, hoe noem je dat? Frank is wakker, toont hoe de wereld in elkaar steekt en ik vind dat wel oké. Waar ik mee worstel, zijn de vele beladen, zeer zwaar aangezette zinnen.

niet langer gecatalogeerd visioenen van de anomie van aarde wie weerstand biedt
al die gebruiken en gewoonten die een encyclopedisch imperialisme wil omvatten


geen utopische plannen of nieuwe solidariteit dit lapje grond is niet representatief
er is niet één groep of strijd die op zichzelf het kapitalisme zal kunnen omverwerpen

zo is er in het maleis een inclusief en een exclusief wij terwijl het westen ondeemoedig
een veroverend wij introduceerde (beter was Maleis, on-deemoedig)

een reden en de rationalisatie van een beschavingsmissie

Ik weet: het is te gemakkelijk om zinnen, woorden aan te halen die niet bevallen. Mijn punt is dat ik weinig leesplezier ervaar. De bundel buigt door van het politiek-correcte (bij gebrek aan een beter woord), van schrijven hoe het zit en wat juist is; ergo de introductie van de politieke les.

Wat wel bevalt? De tegenspreker die de dichter opvoert bij menig introductie, iemand die direct reageert en reflecteert op wat de schrijver schrijft. Op pagina 52 halverwege staat dat je moet durven afwijken van de schema’s, informeer je over het pad dat werd uitgesleten. Misschien is dat wat Frank hier constant doet: ongebruikelijke dichtkunst bieden. Misschien dat ik na herlezen dichter bij zijn bedoelingen kom, hem beter begrijp (en waardeer).

Epic

Ik zie toch af van deelname aan de politieboot tijdens de Canal Pride. Niet uit angst voor wat dan ook, maar omdat er al vier collega’s uit mijn team op die boot staan en vijf is te veel op maximaal veertig deelnemers. Ook moest ik een uniform lenen, wat enige voeten in de aarde heeft. Dan maar zwaaien vanuit huis.

Vandaag een formeel begin gemaakt voor de nieuwe opzet van de interne nieuwspagina’s. We gaan van een epic (duurt doorgaans een jaar) naar een slice (vier tot zes weken) naar features (twee weken max). Het idee algemeen is wegblijven bij hiërarchische nieuwspagina’s, dus per eenheid, regio, district et cetera, naar meer gepersonaliseerd en democratischer. Mijn team is namelijk niet het enige binnen de politie dat artikelen maakt; hoewel wij er wel erg goed in zijn.

Heel de week al druk met het boerenprotest. En ik heb piket. Dus weet: ik waak voor u.

Taaliban

‘Ik heb als corrector alles te verliezen, waar anderen alleen maar kunnen verrassen’, zei ik tegen een collega vlak voor het Groot Dictee, het eerste voor onze redactie. Sommige collega’s waren gespannen, anderen deden niet mee.

Een van de twee organisatoren sprak achteraf over een juniorenversie, wat ik tegensprak. Het dictee had een goede (politie)verhaallijn, veel lastige woorden als kafkaësk en mouches volantes en klassieke valkuilen als fata morgana, in groten getale, ge-sms’t en carrousel. Aan het einde had ik het minste aantal fouten. Een collega zou me ‘ingemaakt’ hebben als hij zijn koppeltekens beter had gebruikt. Een andere had maar twee fouten meer en zat dus in mijn kielzog. Iemand noemde me lid van de Taaliban. We namen het leuk serieus. Volgend jaar mag ik het dictee maken. ‘De patjepeeër pakte zijn piccolootje en stopte hem in de dacquoise.’

Ik heb me aangemeld voor de politieboot tijdens de Canal Pride en mag erop, mits het lukt een uniform te lenen. Collega’s vroegen me of ik iets wilde vertellen en of ik wel een leren broek heb. Homofobie is nooit ver weg.

De taxatie van ons appartement is boven verwachting goed. Ruim boven onze eigen schatting. Het komt helemaal goed met Weesp. Het is wachten op de notaris.

Bouwprelude

Stelde ik de bouwprojectbegeleidster een vraag dan zei ze: ‘En dan maak ik mijn verhaaltje af.’ Luisteren deed ze niet zo goed. We gaven direct aan de keukenboer te willen die de bouwer voorstelt, maar ze bood steeds de optie voor een andere keukenleverancier aan. Nu ja, it’s for the greater Weesp. We zagen snel waar de bouwer winst maakt: stopcontacten, waarvan er erg weinig op de bouwtekening staan.

De taxateur kwam langs: een joviale ouwehoer, die professioneel oogt. Hij wil ons appartement te zijner tijd graag verkopen. ‘De tijd dat er dertig kopers tegen elkaar opbieden is voorbij’, gaf hij ons mee. Tegelijk zag hij de kansen voor ons appartement, een doelgroep. Het woord expats viel. De taxatie komt binnenkort. Ook moeten we binnen drie weken de nieuwe keuken kiezen.

Zeggen dat je bij de politie werkt, is als een kwartje in een automaat stoppen. De makelaarman had ooit een irritante agent tegenover zich, een stugge, onwrikbare diender, wat op verbaal verzet stuitte van de makelaar. Het was enige jaren geleden, maar hij was nog steeds boos.

Never waste a good crisis

Bij de vier volle opruimtassen kwamen nog een tent (één zomer lang geleden gebruikt), een kledingrek, houten wasmand, parasol en basketbal. Het autootje vol was bij de kringloopwinkel in Naarden snel geleegd. Daar nemen ze zonder morren alles aan, waar ze in Amsterdam per item bekijken of het wat is.

Onderweg luisterde ik op radio 1 naar een gesprek over crises, waarvan er tegenwoordig vele zijn: stikstof, personeel, aardgas, inflatie, grondstoffen en – niet genoemd – de persoonlijke crises. Studenten zeggen na de coronacrisis niet tegen de druk te kunnen en zoeken hun toevlucht in drugs, die volledig geaccepteerd zijn. Geen woord over de criminelen die dat drugsgebruik mogelijk maken.

Ook bij de politie wordt het woord crisis graag gebruikt. Er zijn crisisteams en bij ‘ons’ van communicatie krijg je een training crisiscommunicatie, om op alles voorbereid te zijn. Wat een crisis is, staat beschreven. Tijdens dat radiogesprek zei een crisismanager dat het woord crisis devalueert. Ja, een oorlog is een crisis van formaat, maar de rest is een probleem, geen crisis.

Het heet dat we tijdens een crisis vindingrijk worden, mogelijkheden zien die we anders laten liggen. Handel naar de situatie. Maar ons antwoord is op voorhand vastleggen, de flexibiliteit vervangen door vaste procedures. Het heeft vast voordelen, dat je niet verrast wordt, maar soms verlang ik naar minder toezicht, naar gewoon doen wat je op dat moment moet doen. Snel duiding geven met een bericht, een tweet, zonder afstemming met weet ik veel wie.

Doen of denken

Het verschil tussen de blogs van Ton van ’t Hof en die van mij, is dat hij schrijft over wat hij denkt en observeert (wat hij met verve doet), waar ik schrijf over wat ik doe. Ik vroeg me ook af waarom en denk dat het komt doordat ik nog werk, bij de politie. Daar is veel over te zeggen, wat ik niet doe. Of ten hoogste voorzichtig. Ik ben me bewust van mijn positie.

Het kan ook zijn dat ik geen originele gedachtes heb.

Over een workshop werkgeluk kan ik wel schrijven. Het was een sessie waar ik weinig aan had, omdat al ik al snel kon vaststellen dat ik behoorlijk tevreden ben met het werk dat ik doe. In dat opzicht was de sessie dan weer wel nuttig. Het is alleen dat je anderhalf uur hoort wat je kunt veranderen als je ontevreden bent.

Met het oog op de taxateur / makelaar die binnenkort langs moet komen, stelde Roos zelf voor om de studio op te ruimen. Die is nu prettig opgeruimd. Er staan vier tassen klaar voor de kringloop. Alsof we ons al voorbereiden op een spoedig vertrek naar Weesp, waarvan echt nog geen sprake is. Het wordt pas serieus als we naar de notaris gaan. Hier graag uw handtekening, kan een fijne zin zijn.

Jubel

WordPress feliciteerde mij met 10.000 weergaven, alsof het een prestatie was. Maar door de bank genomen worden mijn blogs door vier tot vijf bekenden gelezen. Alleen het blog over de dood van mijn vader, alweer 115 dagen geleden, trok beduidend meer publiek.

Het is 5 juni. Op 5 januari 2010 kwam ik officieel in dienst bij de politie, na in maart 2009 als uitzendkracht te zijn begonnen bij korps Noord-Holland Noord. Vandaag vier ik dus een ambtsjubileum van 12,5 jaar. Als de administratie op orde is, komt er binnenkort een legpenning met oorkonde. Ik begon in Alkmaar, ging toen naar Driebergen-Zeist, Hilversum, Nieuwegein en heb sinds 2017 Rotterdam als standplaats, met Den Haag als vaste uitvalsbasis. Ik vermoed dat we ooit teruggaan naar Nieuwegein, want recent kocht de politie bijna alle kantoorpanden aan de Nieuwegeinse ‘Zuidas’.

Toen ik berichtte over mijn te hoge LDL-waarde waarschuwde een vriend dat ik me daar zorgen over moest maken en dat medicatie nodig is. Een andere vriend haalde iets van die spanning af. Maar gezien het gezondheidsrisico besloot ik opnieuw wat gewicht kwijt te raken. Ik was in de loop der tijd toch twee kilo aangekomen. Inmiddels is er een kilo af – de BMI zegt gezond – en er moet nog een kilo af. Om weer op het oude niveau te komen.

Ik kocht boeken: ‘onder asfalt’ van Maarten van der Graaff (aan begonnen) en ‘De introductie van het plot’ van Frank Keizer. Bij die laatste wordt in de flaptekst gek genoeg (om commerciële redenen?) niets gezegd over zijn echte debuut, bij Stanza, ‘Dear World, fuck off, ik ga golfen’.

Waarde meten

Ging naar de huisarts omdat ik al twee maanden schouderpijn heb. Een ontstoken spier bleek tijdens het consult. En waarom ik niet direct naar de fysiotherapeut was gegaan? Maar nu ik er toch was, of ik een nieuw bloedonderzoek wilde doen, na de eerste voor corona. Een onderzoek naar cholesterolwaarden. Direct gedaan en de uitslag kwam zojuist binnen. Veel betere waardes, schreef de arts in mijn dossier, alleen mijn LDL is met 4.49 hoger dan het maximum van 2.5. Ik loop dus nog steeds risico (erfelijk, maar ook door de chemokuur) op hart- en vaatziekten, maar medicatie is nog niet nodig.

De nieuwbouwmolen draait gestaag door. We vullen af en toe wat formulieren in, zoals voor PEP, wat een politiek prominent persoon is. En vandaag kwam de afspraak voor een gesprek over het meer- en minderwerk, wat zelden minder is en vaak meer.

Toen ik een rondje Ringvaart fietste, passeerde ik drie keer een fietsster in Jumbo Visma-tenue. Zij deed intervaltraining, koerste rustig en knalde dan hard, bijzonder hard weg. Later zag ik op tv dat het Carlijn Achtereekte was, die van het schaatsen is overgestapt naar het fietsen.

Kleur bekennen

Ik kwam (vast niet als eerste) op de zin: filosofie is religie voor de moderne mens, zonder de regels, waarna ik het idee om dit uit te werken verwierp omdat ik daar niet slim genoeg voor ben. Het begint met zelfkennis.

We bezochten het Van Gogh voor een tentoonstelling over Vincents olijfgaarden en sjokten door naar Etel Adnan en zagen de kunstconnectie niet. Adnan contrasteert hard met kleur, waar Van Gogh dat beduidend minder doet. Kneep ik mijn ogen toe, dan leek het ergens wel op werk van Ton van ’t Hof.

Vrijdag tekenden we ons koopcontract, met allerlei verbindende en ontbindende voorwaarden. De makelaar vroeg of ze een foto mocht maken van het zetten van de handtekening, maar zo sentimenteel zijn Roos en ik niet. Maandag ontmoeten we onze financieel adviseur.

Productie draaien?

Ontmoette op mijn “vaste werkplek in Rotterdam (ik ben vaker in Den Haag) een collega die ik door corona twee jaar niet had gezien. Het gaat hem goed. Hij zei dat hij met anderen sprak dat dat thuiswerken prima bevalt maar dat ie het mist om aardige collega’s te spreken, waarbij hij mij noemde, wat ik dan maar voor waar aannam en ik vind hem ook aardig dus dat scheelt. Ik was naar Rotterdam voor mijn stagiair die een presentatie gaf over zijn scriptie. Het was mijn eerste stagiair. Maandag een gesprek met de volgende. Ik leer ervan.

Vandaag deed ik weinig. Op de weg terug, met een weer tegenvallende prestatie van de NS, dacht ik aanvankelijk aan een verloren dag, want nauwelijks iets opgeleverd, maar “iets maken”, productief zijn, is maar het halve kantoorwerk. Relaties onderhouden is minstens zo belangrijk. Ik sprak oude bekenden en ontmoette nieuwe collega’s zodat het al met al een zinvolle dag werd. Opmerkelijk: als ik mijn naam noem zie je mensen denken dat ze hem eerder hoorden. Of het een waarschuwing is of een goed teken laat ik in het midden.

Treinterreur

“Please remember your luggage”, zei de conducteur op de weg terug. En een man zei tegen zijn reisgenote dat hij graag wilde leren gedichten te declameren. Dat was de goede NS. Vanmorgen zat ze tegen. Voor ik om 05.45 naar Station Zuid ging, keek ik op de app voor bijzonderheden. Niets. Op het station bleek de trein naar Den Haag echter niet te rijden. Ik de app in of er dan vanuit Centraal… ja. Geen belemmeringen. Dus terug in de metro naar Centraal. En daar toch borden dat er geen treinen naar Den Haag. Zwaar de pee in liep ik naar huis, bedacht dat ik via Utrecht kon, ging terug naar Centraal om via de Domstad toch naar de Hofstad. Om 05.45 uur vertrokken, om 08.45 uur gearriveerd.

Omdat alle kantoren die middag bezet waren ging ik in Teams op mijn Smartphone voor een korte briefing aan de koffietafel zitten. Tot ik ruw werd onderbroken door twee personal assistants, dat dat zo toch niet kon en ik of als de wiedeweerga. Ik kreeg potdomme een standje. Waarom hebben PA’s het ego dat ze hebben?

Roos sprak met de financieel adviseur en stuurde al wat documenten. Was ik 57 geweest, dan was financieren een stuk moeilijker geworden, blijkt nu. Maar ik ben 56. Jong genoeg om een appartement te kopen.

Doe niet zo lullig

Nadat de penis jarenlang niet te zien was op tv, brengen betaalzenders hem steeds vaker in beeld. Publiciste Linda Duits vindt dat maar niets. ‘Het effect van een slappe lul is anders dan dat van een parmantige tiet. Het is komisch en kolderiek, eerder aandoenlijk dan opwindend.’ Pardon? Is mannelijk naakt minder prettig om te zien dan het vrouwelijke?

Vrolijker nieuws: we willen het nieuwbouwappartement in Weesp graag kopen. Oplevering (mits zeventig procent van de appartementen is verkocht) wordt najaar 2024. Gisteren waren we op gesprek. Het eerste wat de makelaar wilde weten is waarom we een plek aan de Prinsengracht willen verruilen. Typisch makelaar, besef je, dat alles draait om locatie. We sputterden iets van rust en meer groen en dat ik de Amsterdammers niet meer zo leuk vind. Maar dat is sowieso iets van de Randstad zei ze verstandig.

Over twee weken tekenen we voor koop, waarna we twee maanden hebben om de financiering rond te krijgen. Dat is een voor ons nieuw verhaal van overwaarde, overbruggingskredieten en extra maandlasten. Gelukkig is er sinds gisteren een heel behoorlijke politie-cao, dus ach… we rooien het wel.

De Hofdame zegt toch welkom

Ik hoorde Roos toevallig antwoordden dat we nog belangstelling hebben, maar ja, in wat? Weesp bleek snel. Er is in de Hofdame alsnog een plek opengevallen en wij maken zowaar kans. Vrijdag volgt een gesprek. Ik had er geen enkel vertrouwen in toen we op de reservelijst kwamen, maar kansen keren. Na een wederzijds ja volgen meer gesprekken, met hypotheekverstrekkers, makelaars en ander volk. Het hoort erbij.

Het weekje rust zit erop, voor mij vrijdag al, toen mijn piket begon. Ik lag vannacht wakker van een artikel dat woensdag klaar moet zijn, bleek volgens de briefing die ik vandaag kreeg. In overleg met de eindredacteur een nieuwe datum afgesproken. Volgende week mag ik een collega spreken over haar onderzoek naar journalistieke vrijheid binnen de politie. Dan kom je direct op het verschil tussen journalistiek en bedrijfsjournalistiek.

Omdat ik heel het weekend paraat stond en het werk voor vandaag was gedaan, ging ik een rondje fietsen. Ik ben dit jaar de 1000 kilometer gepasseerd.

Oranjefront

Natuur in Nederland is begrensd door prikkeldraad en verbodsborden, bleek tijdens onze wandeling naar de Posbank, die we niet mochten betreden. Je denkt dan dat de bewegwijzering ten minste goed is, je kunt het pad immers niet af, maar helaas. Na de Posbank nog tijd voor Doesburg, op aanraden van Ton. Een charmant stadje met te veel bakkers die zich voorbereiden op Koningsdag. Zelfs de AH had vier vitrines vol oranje tompoucen en soesjes. We aten een broodje bij zo’n bakkerij waar een man haastig binnenliep of ze oranje poezen hadden. Morgen wel zei de verkoopster. Op de parkeerplaats liet een bejaarde een reutelende scheet.