Ik ben al enige tijd epic slice owner voor Nieuws 3.0 en sinds gisteren blijkbaar ook placeholder voor ons content management systeem. Niet dat ik baas ben of zo, maar ik mag meepraten over wat er wordt bedacht en gemaakt voor intranet. Een baasje was ik natuurlijk altijd al.

Dat werd me gisteren – toen ik weer op kantoor was – lachend verteld, nadat ik veel aandacht vroeg (maar op een goede manier). Ik schoof spontaan aan bij enkele collega’s die een nieuwe bladformule bedenken; we gaan van twee bladen naar één. Leuke sessie en hoognodig. Onze bladen staan al een tijdje stil. ’s Avonds was ik doodop, vooral van mijzelf.

Ik dacht naïef dat het op vrijdag rustig zou zijn bij de autowasstraat, om het Saharazand af te spoelen. Gekkenhuis. Ook bestaat het bedrijf 26 jaar en geeft het 26 eurocent korting op benzine. Het was hamsteren a la corona (maar ik had voldoende benzine).

Flink eind gefietst en eerder deze week ‘Visjes’ gekocht van Joost Oomen, waarvan ik dacht dat het een poëziebundel zou zijn, maar het is een reisverslag. Ik vorder in ‘Vervoersbewijzen’ van Tijl Nuyts. Bevalt me.

In 2016 zei Nederland in een referendum – stevig beïnvloed door populisten – nee tegen een associatieverdrag met Oekraïne. Het verdrag zou de politieke en economische samenwerking met dat land makkelijker maken. Juncker, destijds voorzitter van de Europese Commissie hoopte van harte dat Nederlanders geen nee zouden zeggen “om redenen die niets met het verdrag zelf te maken hebben.” We hebben onze Euroscepsis sindsdien afgeschud.

Ik heb vandaag gestemd, omdat het kon. Het werd een gespleten keuze, op links voor stadsdeel centrum omdat er binnen de grachtengordel erg veel rechtse kiezers zijn. Voor heel Amsterdam stemde ik weer rechts omdat de linkerflank Amsterdam al jaren bestuurt. Wat ook scheelt… ik hoef de tv-debatten niet te volgen.

Wat rest

Gedurende de coronacrisis leken er twee noodlijdende groepen te zijn: de zorg die nodig ontlast moest worden en de horeca die een noodtap nodig had wilde het overleven. Van de twee zag ik in de Stemwijzer Amsterdam nog veel horeca terug, over terrasuitbreiding en ruimere openingstijden. De horecalobby is sterk. Een Stemwijzer is een gemakzuchtige oplossing, dus las ik verkorte versies van partijprogramma’s en dat hielp… een beetje.

In Amsterdam duiken stickers op straatnaamborden op, met this street stands with Ukraine: do you? Ik sprak ervoor met twee dames die ook klaarstonden voor de les bodycombat. Nee, ze vonden die openlijke steun mooi, wat ik ook vind, maar niet opgelegd door anderen. Een van hen was de dag ervoor naar de manifestatie op De Dam gegaan. Mooi, zei ik. En dat het toch apart was dat we na twee jaar corona – als toppunt van de geïndividualiseerde maatschappij – plots gemeenschapszin beleefden, ook al is de aanleiding verschrikkelijk. En dat vonden ze wel mooi gezegd, waarna we gingen sporten.

Ik was me er de tiende maart zeer bewust van dat mijn vader een maand geleden overleed. De uitvaartonderneming zal zijn as inmiddels hebben verstrooid, in Heerhugowaard waar hij is gecremeerd. Ik weet niet veel over Heerhugowaard. Het lijkt me een rustig dorp, zeer geschikt voor asresten.

Plots zat ik een #metoo-discussie. De redactie had de dag ervoor een artikel geplaatst over eremedailles, uitgereikt aan politiemensen. De foto erbij was van een dame die de medaille opspelde bij haar partner. Toch zag een collega dat anders. Hij – en veel vrouwelijke collega’s namens wie hij sprak – zagen een clichébeeld, van een vrouw in adoratie van een man. Ik antwoordde wat ik zag en daar werd fel op gereageerd, of ik de klager voor de gek hield en dat ik de klacht niet serieus nam. Heel die dag verwachtte ik een mail voor een gesprekje met de klachtencoördinator. Het zijn hypergevoelige tijden.

Over Oekraïne kan ik niets zeggen, omdat niet te bevatten is wat daar gebeurt. Vanmorgen hadden we een koffieafspraak met ‘zwager’ Theo Deutinger en dochter Luca die in Amsterdam woont. Theo woont in Oostenrijk. Hij gaf geregeld les aan een universiteit in Moskou en dat is vanzelfsprekend voorbij. Hij voorspelt dat Moldavië in Russische handen valt en ook Kaliningrad dat tussen Navo-landen Litouwen en Polen ligt. De Russen zouden via Wit-Rusland een corridor naar dit geïsoleerde stuk Rusland willen. Als dat gebeurt, blijft een Derde Wereldoorlog niet uit. Over Rusland kan ik niets zeggen, omdat niet te bevatten is wat daar gebeurt.

Het is bijna een maand geleden dat mijn vader stierf. Ik ben blij dat hij van deze waanzin niets heeft meegekregen.

De eerste werkdag na het rouwverlof beviel matig. Er was een werkoverleg waarin duidelijk werd dat je niet kunt vertrouwen op langlopende afspraken en ik werd ‘meegenomen’ in een project om informatie uniform te maken (goed streven) wat in de praktijk neerkomt op een systeem erbij en heel veel dubbel werk. Ik lag er wakker van.

Ik was al murw door het opiniestuk van Kiza Magendane over musea. Die moeten verregaand gedekoloniseerd worden, want ze vertegenwoordigen nu enkel denksystemen die de hetero witte man als standaard plaatst. Ik kan niet zeggen dat dat niet klopt of dat niets moet veranderen (kom maar op met die verbetering), maar gek genoeg zie ik de witte vrouw als standaard. Maar dat zeggen, is niet woke. Dat schrijvende ontging het mij volledig dat 21 februari de internationale moedertaaldag was.

Ik keek vannacht – ik kon zoals gezegd niet slapen – naar talkshow M, naar het deel met Joost Oomen en ik werd er vrolijk van. Hij ging naar een eiland om vissen te vangen met zijn poëzie. Iconisch beeld: Joost met snorkel in het water, gedichten voordragend aan de visjes.

Een campagne van SIRE moet Nederlanders aanmoedigen om meer over de dood te praten, want dat doen “we” te weinig. De dood is bij ons geen taboe, als ik afga op de openhartige gesprekken van de laatste week. We gaan het onderwerp niet uit de weg, ook al valt het altijd zwaar om verlies te erkennen. Rituelen kunnen helpen, hoewel ik niet weet of een woning uitruimen als ritueel telt. Maar vandaag deden we precies dat.

Vader was de laatste vijftien jaar drie keer verhuisd, twee jaar geleden voor het laatst. Vandaag hadden we het relatief makkelijk. Eén lading naar het afvalpunt volstond. Enkele dierbare spullen gingen naar ons, de handige spullen naar de kleinkinderen.

Ik vind een bezoek aan een afvalpunt gek genoeg leuk. Je moet vaak langs een paar paarse krokodillen, afvalmedewerkers die het goed menen, maar daarna mag je lekker smijten en kapot gooien. Het leek of ik dat nodig had. Vrijdag is de uitvaart. In besloten kring. U zult me er niet over horen.

Gisteravond, rond kwart voor negen, is vader gestorven; kalm en stil, zei mijn broer Robbert toen hij me belde. Hij en zus Marjon zijn tot het einde bij hem gebleven. Ze vroegen me of ik hem nog wilde zien, voordat de begrafenisondernemer hem zou meenemen, wat niet nodig was. Ik heb hem twee dagen op zijn slechtst gezien en daar voegt een laatste blik niets aan toe. Ook had ik al een stevige neut op hem gedronken en dan nog in de auto stappen is onverantwoord. Om te horen dat hij nu echt dood is, viel opnieuw zwaar.

Ik ben ontzettend moe, wat vermoedelijk voor heel de familie geldt. Zou je dat trouwens tegen hem zeggen: ik ben moe, dan antwoordde hij: ik ben pa. Dat is hij en blijft hij. Theo (Taeke) van der Schaaf, geboren op 12 november 1933, vader van een dochter en twee zonen, echtgenoot van Nan (Jannetje) Ahaus.

De laatste dagen van vader

Of meneer kwam sjoelen, wilde de dame van het verzorgingshuis weten, niet wetende dat mijn vader op sterven ligt. Ze schrok toen ze hem zag en nam lief afscheid. Dat doen meer mensen in het tehuis. Woensdag had de arts ons gemaand te komen, want zijn laatste uren waren aangebroken. Toen ik die dag vertrok nam ik afscheid, in het volle besef dat hij de nacht niet zou overleven. Maar hij was er vanmorgen nog en toen ik vanmiddag vertrok zei ik tot morgen.

De voortekenen kwamen drie weken geleden, toen de huisarts een familiegesprek wilde. Die uitslag bleek minder slecht dan gedacht, maar toch heeft het verval zich doorgezet; de laatste weken in versnelde pas. Hij ligt in bed, in de houding waarin de verzorging hem legt en hij krijgt morfine tegen de pijn. De doodssluier ligt al dagen over hem. We praten tegen hem, in de hoop dat hij het hoort, of ten minste beseft dat er mensen bij hem zijn. We wachten op het einde.

De Nieuwe Ploeg

Op Wikipedia zocht ik naar hedendaagse kunststromingen en kwam nog op het onafhankelijk realisme, wat realisten zijn die hun werk verkopen onafhankelijk van het gangbare kunstcircuit; wat individualistisch is en dus per definitie geen stroming kan zijn.

Ik schrijf dit omdat ik een boek kocht over De Ploeg, een vereniging kunstenaars uit de jaren 1945-55, wier werk mij aanspreekt. En ik dacht aan Ton van ’t Hof die (zo ik er oog op heb) in die traditie schildert, weliswaar op een iPad, maar toch. En ik dacht aan De Nieuwe Ploeg, maar verenigingszin is tanende, of verandert op zijn minst van vorm. Zou een nieuwe kunststroming helpen om de sociale cohesie in ons land te versterken?

Vandaag zijn Roos en ik negen jaar getrouwd, wat we gisteren vierden in restaurant Rijssel, omdat dat vandaag in dat restaurant niet meer kon. Volgeboekt voor drie weken. We gaan nog naar Het Stedelijk, voor onder meer Hito Steyerl. Hito Steyerl is uniek, schrijft het museum, omdat ze in haar werkpraktijk haar welverdiende erkenning en eigen machtsstatus gebruikt om de status quo te doorbreken. Zou ze ooit ergens onderdeel van kunnen zijn?

Een suprematistisch ontbijtbordje

Ook bij tentoonstellingen moet je de kleine letters lezen, merkten we bij ons bezoek aan de Hermitage Amsterdam. We verwachtten veel van de tentoonstelling Russische avant-garde | Revolutie in de kunst, verwachtten De Grote Meesters. Maar we kregen enkel porselein, waarvan de Hermitage ons overtuigde dat dat toch de voornaamste kunstuiting was sinds de revolutie. Best leuk hoor, een suprematistisch ontbijtbordje, maar dan ook graag het eierdopje. Ik zag nog een fout in een begeleidende tekst, waar ze sovchozen bedoelden, maar kolchozen schreven.

In de museumwinkel vond (en kocht) ik Bezette Stad van Paul van Ostaijen. Van Ostaijen schreef de gedichten in de zomer van 1920 toen hij in Berlijnse ballingschap verbleef. De gedichten in de bundel staan in het teken van de Duitse bezetting van de stad Antwerpen. Zo. Nu bent u bij. Het is tenslotte gedichtenweek.

Roos dacht aan een kwartiertje luisteren naar Nanne Nauta die in de Nieuwe Boekhandel het alternatieve poëzieweekgeschenk van Sven Staelens presenteerde en nog wat eigen werk. Daarna konden we kuieren in een buurt waar we nooit komen (Bos en Lommer). Het werden twee uren poëzie, met Sasja Janssen, Annemieke Gerrist (gastoptredens van Peter Prins, Kamiel Choi en een dichteres wier naam ik vergat, maar Gerrist voorspelde snel een bundel) en tot slot Gershwin Bonevacia, die zijn stadsdichterschap Amsterdam net had overgedragen. Had ik werk en mijn bril meegenomen dan was ik naar voren gestapt. Nu ja. De boekenverkopende organisator bedoelde het allemaal goed, maar was een beetje hinderlijk aanwezig. Nu ja.

Ik heb een nieuwe bundel gereed: Telenovela, wat mooi samenvalt met die poëzieweek, hoewel hij pas daarna verschijnt. Opnieuw, zoals bij Songbook, heb ik niet goed opgelet op het formaat, zodat ie groot uitvalt, zo groot als Songbook, maar het past bij de opzet.

Dat we uit Amsterdam kwamen én Duits spraken, dat vond de gastvrouwe van Kunsthaus NRW in Kornelimünster heel wat. En ze meende het, benadrukte ze. Aan het eind van onze rondgang moesten we natuurlijk weer een praatje maken. (Wij zijn tenslotte Nette Leute.) Bij het vertrek, in de deuropening, fluisterde ze ‘Tot Ziens’. So sagt man das doch auf Holländisch?

We waren de afgelopen dagen in Euverem bij Gulpen, dus niet in (tweede alternatief) Parijs en niet in Flachau (eerste alternatief) voor het lustrum van minus20degree. We kwamen voor het Ludwig Forum in Aken en om te wandelen door Limburg, wat we door de regen toch niet deden zodat we opnieuw naar Duitsland gingen, naar Kornelimünster. We gingen ook even langs het Drielandenpunt, waar we nooit waren, want wat heb je daar te zoeken?

Het vertrek was onrustig, door onze vaders. Mijn schoonvader gaat verhuizen, deelde hij plots mee, wat voor enig rumoer in de familie zorgde. Bij mijn vader had de huisarts ‘iets’ in zijn bloed gevonden, zodat er een gesprek met de familie plaatsvond. We vreesden erge ziektes, maar de uitkomst dat hij aan bloedarmoede lijdt was bekend. Hij eet veel te weinig, zei de huisarts tegen mijn broer en zwager die bij het gesprek waren, dus krijgt hij bijvoeding. Of hij dat toelaat, is de vraag; hoezeer hij dat – vel over been – nodig heeft.

Was vrijdag bij vader op bezoek, die net begon aan zijn bingomiddag, maar bezoekers waren niet welkom, werd me vriendelijk verteld. Groepslessen boeken mocht plots weer – we dachten dat enkel individueel sporten was toegestaan – dus die zaterdag een sportles geboekt en heel de zondag daar onder moeten lijden. Gisteren weer een les en dit keer bleef de pijn weg.

Ik zat niet heel aandachtig naar Ozark te kijken, dus ging ik van pure meligheid foto’s maken van de tv, om preciezer te zijn, van scenes met ondertiteling. Dat lukte wonderwel, hoewel met lage kwaliteit. Ik ga er iets van maken, een boek of bundel, met de werktitel Telenovela. Er zijn nog heel veel meer foto’s nodig, maar er zit een absurde verhaallijn in.

Parijs was ons doel, volgende week – elk jaar vaste prik – maar corona zit toch tegen. De besmettingen in de Franse hoofdstad lopen hoog op en daar komt de plicht bij om binnen en buiten de mondkap te dragen. Nu kiezen we voor Gulpen en niet alleen om Gulpen waar we kunnen wandelen, maar vooral om Aken, met het Ludwig Museum en Kunsthaus NRW Kornelimünster en supermarkten vol Duitse wijnen en bieren en holadijee, we pakken er een currywürstchen bij.

Binnenkort gaan de sportscholen open, goddank. Nog niet voor groepslessen, maar dat komt. Intussen fiets ik wanneer ik kan, wat steevast eindigt met een modderfiets. Daarom toch maar eens een mobiele reiniger gekocht.

Ik wijs u steeds op tv die u ‘moet’ zien en niet op boeken die u moet lezen, wat slecht is want tv is zo fantasieloos, maar ik adviseer stug door en wijs u op de Tranen van Tito. Voor mij een mooi vervolg op het boek Bloed en Honing dat ik deze zomer las. Nu ja, toch een boekadvies.

Voor wie het nog niet deed: bekijk de documentaire Four Hours at the Capitol. Wat me onthutste was de rechtvaardiging van het geweld. Een aanhanger van QAnon (het stond er niet bij) zei dat er elk jaar 800.000 Amerikaanse kinderen worden verkracht en daarna vermist raken en dat Trump hier tegen strijdt. Je zou zeggen dat je die aantallen moet merken (na enkele jaren zijn miljoenen kinderen weg) maar feiten doen er niet meer toe.

Een goede vriendin van Roos zei – ik was er helaas niet bij – dat ze wist dat er Oost-Europese brigades bij de mobiele eenheid zijn geïnfiltreerd en dat zij het geweld veroorzaken waarover nu gesproken wordt. En politiehonden worden gewoon op de menigte losgelaten. Ik zapte gisteren naar M waar Sylvana Simons werd gevraagd over het bedreigen van Sigrid Kaag en ze wilde er niet veel over zeggen, maar ze wilde wel wat zeggen over het politiegeweld en dat dat moet stoppen. Ongetwijfeld een reflectie op de uitlatingen van de VN-rapporteur eerder deze week.

NRC pakt dezer dagen flink uit met die bestorming, met op 6 januari een artikel over het kiesrecht dat door de Republikeinen verder wordt uitgehold, wat met gerrymandering = kiesrechtgeografie al jaren gebeurt. Zo kan de secretary of state van Arizona (een republikein) de verkiezingsuitslag naast zich leggen en daarmee de stemmen van miljoenen negeren. Ik las dat Trump zich in 2024 waarschijnlijk opnieuw kandidaat stelt…

Omdat de sportscholen dicht zijn en ik verwacht dat dit tot zeker eind januari blijft, pak ik elke gelegenheid aan om te wielrennen. Daarom vanmorgen vroeg, voor de regen uit, een bitterkoude rit.

Sterk essay van Bas Heijne in NRC over het individu en ego in deze tijd, wat ik gemakshalve samenvat als het verschil tussen aandacht vragen en aandacht geven (en dat laatste gebeurt nauwelijks). Geen voornemens dit jaar, hoewel we drie dingen willen doen: het toilet vernieuwen maar toch geen douchetoilet want erg duur en zo lang wonen we hier niet meer, hoogstens vijf jaar gok ik. Verder geen drie maar vier weken zomervakantie en Roos wil op 1 januari 2026 met pensioen in plaats van oktober.

Eerste rit van het jaar is achter de rug, net geen 50 kilometer. Op 500 meter van thuis reed ik lek, wat me vaker gebeurt op de eerste januari, dus mag ik spreken van een traditie. Nu nog leren hoe ik een band (van een racefiets) verwissel, maar dat is niet moeilijk sinds YouTube.

Dit keer was ik voorbereid op de beste wensen van de krantenbezorger. Hij belde aan en ik strompelde naar beneden (was net terug van een rondje hardlopen dat ik jarenlang niet deed; mijn bovenbenen doen pijn) om hem de bonusje te geven. Een tientje. Dit was ons afscheid, zei hij, want de middagkrant wordt de ochtendkrant en dan nog iets over onder het minimumloon en hij had met mensen gesproken over onze vorige ontmoeting en hij had echt veel respect voor de politie. Dat jullie daar maar weer steeds staan, zoiets. Ik nam de complimenten aan, waarna hij ‘tot de volgende keer’ zei, dus bezorgt ie toch de ochtendkrant?

Gisteren is de ventilator vervangen, na zegge en schrijve 25 jaar. Het ijzeren bakbeest is nu een koket plastic machientje, dat spint als een kat, zo zacht.

Wat kan een mens, een dag na de boosterprik, na een kerstpiket, in aanloop naar de laatste dag van het jaar, beter doen dan ‘Op weg naar het einde’ lezen van Gerard Reve, de meester van de lange geneste zin en meester in verwensingen en tederheid? Ik wilde zo graag wielrennen en de verwachtingen waren goed, maar de druil hing over de stad en nog een modderrit wil ik mijzelf en mijn fiets niet aandoen.

Vanaf morgen een ordinaire werkweek, incluis de vrijdag, geruild voor vandaag, omdat niemand op de 31ste de coördinatie van de newsroom op zich kon nemen. Iemand moet op de bres (waar is de maagd van Orleans als je haar nodig hebt?) en dus…

Tot besluit een vieze wind die je gelukkig niet kunt ruiken.

Vlak voor de lockdown, of we het aanvoelden, waren we bij het open huis van Grafisch Collectief Thoets, waar we twee werken kochten waaronder een iPad-tekening van kunstenaar Steven Toes. Ik sprak hem over zijn werk en we vonden dat iPad-kunst sinds Hockney salonfähig is. Ik was al langer verkocht, door Ton van ’t Hof.

Op het werk was het druk als een malle, alsof alle jaardoelen in de voorlaatste werk gepropt moesten worden. Ik zet mij schrap voor het kerstpiket dat straks begint. Daarom vanochtend nog gewielrend in de miezer, die langzaam misere werd.

Ik kan verrassend genoeg zondag mijn boosterprik halen, in Purmerend.

In gevecht met mijn nieuwe tondeuse trok ik onverwacht een dikke streep over mijn bebaarde wang, waarna ik heel de baard moest millimeteren. Roos moest lachen om het “blote” gezicht, wat me deed denken aan vroeger toen vader na jaren zijn ringbaard schoor. Zelfde effect.

Ik bezocht hem vandaag, maar het had weinig zin. Er kwam geen gesprek op gang, wat ik ook probeerde. Het was bloedheet en hij dommelde weg (’s ochtends om elven), zodat ik na twintig minuten al vertrok. Ik zei hem dat een van zijn kleinkinderen vandaag jarig is, waarna hij zei dat mijn broer hem dan wel zou ophalen voor het feestje…

Het woord super is aan een nieuwe opmars bezig. Zeg maar, een stukje super. Gisteren eindelijk weer op de racefiets kunnen zitten, om de 2500 km dit jaar te voltooien. De modder is niet goed voor de schijfremmen, merkte ik, die – zoals dat heet – gilden.

Voor morgen moeten we een portret maken. Roos schoot deze prent van de man zonder baard.