Geplaatst in Berichten, Poëzie

Het zijn donkerbruine veters vader. Nee, ze zijn zwart! Maar je ziet niet goed. Heus, ze zijn donkerbruin. En je wilt toch niet doorlopen met wat je nu hebt? (Drie gebroken eindjes in drie kleuren.). Ze zijn zwart! Van koppigheid en de dingen.

Een vriendin in de Verenigde Staten had op Instagram gepost dat ze had gestemd (Biden). Ze was er trots op, alsof ze een daad had gesteld. Ze verzuchtte dat ze nog eens vier jaar van deze gekte niet aankon. Wij evenmin antwoordde ik. Begin van dit jaar dacht ik dat de jaren twintig konden beginnen, vol vernieuwing, positiviteit en esprit (een beetje tegen de tijdsgeest in). Maar misschien beginnen ze pas als Trump het veld ruimt. Dat er met Biden en Harris een herstel komt van fatsoen, mededogen, misschien wat medemenselijkheid.

Met de personal trainer ga ik volgende week naar les achttien en negentien van de dertig. Leuker nieuws (voor mij zeker) is dat ik mijn poëziereeks heb afgerond en dat ie mag verschijnen bij Gaia Chapbooks van Ton van ’t Hof. Ik ben in mijn nopjes, als een eenogige kat.

Geplaatst in Poëzie

Opeens scheen het simpel, dat het vrouwen waren
omringd door vogels, vrouwen die bloemen verversten
terwijl ze hun hand betekenisvol over de kin wreven

zodat je zou denken aan een melkgevende Maria
aan een wondermiddel tegen allerhande kwalen
door het licht dat ze in je opslaat

en nu zo het simpel leek, misschien later
zou ik niet vervliegen, werd het zo’n dag
vol zon en slaap en oude alpenkraaien

die mij tot hun dode mond
zouden brengen.

Geplaatst in Kunst, Poëzie

Terug van Museum More en een overnachting in Hotel Apeldoorn. In het museum waren niet alle zalen open, omdat er een tentoonstelling wordt ingericht rond Bob Ross. Ik vind dat een gekke keuze voor een museum rond realisme (de man is een fantast), maar Roos was ruimhartiger, waarna we spraken over kunststromingen en dat het goed zou zijn om meer over kunstgeschiedenis te weten.

Wandelen op de Veluwe zat er door de regen niet in, wat we thuis compenseerden met daden. Roos ruilde een adaptor voor de Mac, ik wisselde van mondhygiënist, Roos maakte een afspraak met een meubelmaker voor een inbouwkast en ik maakte een afspraak voor ophalen van grofvuil. Ik las de zaterdagkrant, half Vrij Nederland en een paar artikelen in De Gids, waarna ik het welletjes vond.

Ik dacht na over poëzie en witruimte en vroeg me af wat witregels en enjambementen doen met een gedicht. Zijn ’t het wit en de afbrekingen die van een tekst een gedicht maken, of kan het net zo gemakkelijk een blok tekst zijn, als een stream of consciousness?

Het duurde lang om vandaag naar huis te rijden
op wat zich voordeed als een zonnige dag, wat dagen zijn
dat je denkt dat iemand doodgaat, een beker leegt.

Mao zei dat hij nooit een bad nam
omdat zijn geslachtsdelen werden gewassen
in de lichamen van vrouwen en we spraken
uitvoerig over verzamelen en bewerken

iets dat vanzelf kwam, een flessenlikker
een rookgebod dat zich boog
over een collectie, uitsluitend gericht
op Chinees materiaal, door Chinees te zijn

en door zijn kleine formaat. Dit is waar
het verschil in doel belangrijk is, denk je
dat je rijdt, sigaret aan, arm uit het raam
high-fivend naar de eerste beste zwerver.

of

Het duurde lang om vandaag naar huis te rijden, op wat zich voordeed als een zonnige dag, wat dagen zijn dat je denkt dat iemand doodgaat, een beker leegt. Mao zei dat hij nooit een bad nam omdat zijn geslachtsdelen werden gewassen in de lichamen van vrouwen en we spraken uitvoerig over verzamelen en bewerken, iets dat vanzelf kwam, een flessenlikker, een rookgebod dat zich boog over een collectie, uitsluitend gericht op Chinees materiaal, door Chinees te zijn en door zijn kleine formaat. Dit is waar het verschil in doel belangrijk is, denk je, dat je rijdt, sigaret aan, arm uit het raam, high-fivend naar de eerste beste zwerver.

Geplaatst in Poëzie

Dichters lijken soms op hoarders, dacht ik tijdens het lezen van de bundel ‘het grote roeren’ van Gert de Jager. Ze verzamelen obsessief indrukken, stapelen taal en gooien geen enkele herinnering weg, onder het mom van ‘je weet maar nooit wanneer je het nodig hebt’.

Die verzamelwoede kan bij poëten leiden tot verrommelen en vertroepen, tot bundels waar geen touw aan vast te knopen is, omdat ordening ontbreekt, houvast voor de lezer, zelfs al is die flinterdun. Gert de Jager is van een ander kaliber, een verzamelaar zeker (van beelden, ideeën, herinneringen), maar ook een dichter die zijn ‘troep’ gebruikt en die zichzelf ermee bevestigt (geboren als confessional poet, staat in het begin van de bundel).

Het werkelijke leven spat op als water/ als vuur / als al die andere elementen. Ik zie ze.

en

De lijnen die zich kerven in de huid van de wereld. Ik overzag de kerven en dacht: dit is het.

Zo staan er meer bevestigingen; of beter gezegd, wordt gezocht naar bevestiging, want De Jager zaait twijfel door woorden te herhalen, vaak al in de volgende regel of strofe, en door heel de bundel met ding, licht, lichaam, wereld; vaste punten voor de lezer.  

Ik hoor mijn stem / hoor mijn moeders stem

Ik ben harde, kneedbare materie / of zachte, kneedbare materie.

De vraag is steeds: hebben dezelfde woorden steeds dezelfde betekenis? En wat doet dat met het gedicht of met de lezer? Het is een beetje als het schilderij ‘het verraad van de voorstelling’ van Magritte, beter bekend als ‘ceci n’est pas un pipe’. Wat je leest kan zo zijn, maar is het niet per se. De Jager benadrukt dat ambigue met woorden als schaduwruimte / schaduwhuis, nageslacht / voorgeslacht, daghemel / nachthemel. Woorden en betekenis veranderen steeds van plaats.

Nu ik het zo opschrijf, lijkt het alsof een serieuze bundel is, een dichtwerk waarin alles wordt bevraagd en omstandig wordt beschreven; het grote roeren als het grote leven. De Jagers is in deze bundel zeker beschouwend (op zijn dichtersbestaan?), maar gelukkig heeft hij ook een frivole toon, zoals.

Ik wilde schrijven over een mooie zomer.
Ik wilde hem leven, lamlendig
liggend naast het zwembad
Een bal overgooien.

Of

Lebensbejahung voorbij alle verten.
Alledaagse transcendentie in het radicale centrum:
                                     verzin nog eens wat.

De dichter plaatst zijn frivoliteit en ironie zorgvuldig. Ze geven de lezer op die momenten dat het doordacht of zwaar op de hand lijkt te worden een knipoog. Een subtiele wenk dat het grote roeren ook het kleine roeren kan zijn. Het maakt de bundel bovenal menselijk, geen stand van zaken aangaande de dichter Gert de Jager.

Geplaatst in Poëzie

Laat die kindsterren lekker de pip krijgen met hun actie tegen het coronabeleid. Alsof ze enig benul hebben van de realiteit, verscholen achter hun Instagram-accounts. Ik hield me bezig met belangrijker zaken, zoals gezondheid. Vanmorgen was de personal training pittig, maar het duizelde mij niet. Ga je hierna nog cardio’en, vroeg de PT, want dan verbrand je pas echt vet. Ik zei nee, maar dat ik vanmiddag nog zou wielrennen. Ik denk niet dat hij me geloofde, maar ik deed het wel en ben nu afgepeigerd.

Ik ben begonnen aan Gerts bundel het grote roeren, waarvan de openingsgedichten me deden denken aan Kees Ouwens’ Arcadia (uit 1968), maar dan netter. Op de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren stond in Ons Erfdeel dit over Ouwens:

De opmerkelijke uniciteit van Ouwens’ poëzie sluit nauw aan bij de thematiek ervan: een centrale figuur, veelal een ik, die gescheiden van de wereld de eigen identiteit onderzoekt. Daartoe worden zoektochten ondernomen: in de natuur, in de geest, in de taal en in het verleden.

En dat is precies wat Gert doet. Het maakt me nieuwsgierig naar de rest.

Voetnoot bij mijn eigen geschiedenis: Heeg, jaren tachtig; ten overstaan van Friese jongeren die met mijn studievrienden wilde vechten, droeg ik een scabreus gedicht voor van Ouwens, waarna de heren vertrokken. Poëzie ontwapent.

Geplaatst in Poëzie

9/11

Deze gebeurtenissen wekken strijders op en zij reciteren
die mooie woorden: dit is geen drill. Ik begin jouw begrafenis
te regelen als ik niet van jou hoor deze middag.

De voorzanger Fitzgerald was op de vloeren die werden geraakt.
Daar is iets over computers die obliviously hun werk doen
terwijl me dat werkelijk koude rillingen bezorgt.
Wauw. Sommige interessante momentopnamen in het leven
op die zowel officiële en persoonlijke dag.
Zal deze vondst elders van verwijzingen voorzien.

Ik hoop dat iedereen zich ervan bewust is dat Verenigde Staten
zijn gebombardeerd. Het wereldhandelscentrum is gebombardeerd
en nu hebben zij net een ander vliegtuig opgevijzeld. Gelieve te bidden.
Het aspect van het wereldontwaken is scherp. Goedemorgen!

Met een weinig animalistisch voelen! De verborgen wereld is fantastisch.
Er is een vliegtuig hier in de hemel.
Draag ik geclassificeerd materiaal over aan de sergeantvisser?
Fundamenteel had ik een diepe, diepe pijn vandaag in mijn maag
en ik krijg het voorgevoel dat dit enkel gebaseerd is
op één of andere herinneringsdienst.

Hee liefje, heb een goede dag. Bel me later. Denk misschien aan me.
Blijf een bewegend doelwit. Alles is verdacht, uit context.

De teams bewegen E-gedachten. Dit is twee minuten VÓÓR
de instorting van WTC. Gelieve nota te nemen van: kredietderiveraten.
Niets verder op dit ogenblik. Correctie: de oorlogsruimte is verplaatst
naar de zeehaven. Wat zegt Murphy’s Wet over vliegtuigen?
oefening die avond geannuleerd.

Gedicht uit Een enkel groen blad de olie van pelikanen

Geplaatst in Poëzie

Aha, het rapport

Abduraman wil een paar minuten zingen
boven een snelkookpan, een jongen
van de oude stempel

die nog kazen van de raven rooft
blij is als de dingen blijven hangen.

Soms roept hij spontaan naar een vrouw
dat ze moet wachten tot de zee bedaart
zodat de kwelderkonijnen zich
aan haar voeten kunnen vlijen.

Abduraman vindt dat ontzettend lollig.

Dan trekt hij zijn nagels in, zet zijn oren
naar achteren en stampt hij
de woorden uit het water.  

Geplaatst in Poëzie

Houd een taxi aan, maak een praatje
van ver boven ons een fout seizoen
lucht die je verzint bij steppelanden.

Daar prijzen ze mannen met baarden
nat van tranen, baarden die beweren
dat je oud bent voor je iets gaat zien

meisjes misschien die achter het stuur
nog handen schudden, raadsels zingen
terwijl ze je in de spiegel draaien

dat er – hand op het hart – een kiosk bestaat
waar een Tataar iets vanonder het zadel
zou verkopen.

Geplaatst in Poëzie

Of het hier is, ingebed door het woud
waar geen bommen vielen, maar bomen
waar citroenplanters werden ingezet
met advies voor elkaar over zaden
nodig om het vuur te voorkomen.

Of het hier is, waar cherubijnen zijn
die zich in het kreupelhout verzamelen
om in vet te rollen en niemand vroeg niemand
raad en het wemelde er van de raven
met kazen in hun bek, zodat het stamelen werd.

Of het hier is, waar ze je meneer noemen
omdat je de weg kunt wijzen naar een dorp
maar de menigte dorst geen vragen te stellen
het stiksel liet los, waarheid werd poreus
het bos eindigde in eindeloos zoemen.

Geplaatst in Poëzie

Het was een goede gewoonte
om lang te wandelen en te roepen naar een hond
waarmee de indruk ontstond dat alles nog kon

ook al waren dingen weggegeven, dikke lucht
lag op het strand, de pokken ervan afgekrabd.
In een bunker zocht een soldaat verzet.

Ik moet voorzichtig zijn hoe we dit benoemen
niet alles bevond zich op de juiste plek.

Een snerpende stem meldde mannen
met mouwbanden die hun tred versnelden
maar het deed er nauwelijks toe

we waren al vlakbij. Een hond sloeg aan
en jij sprak over eigenschappen van de zee
waar de randen gedachten bevatten.

Geplaatst in Poëzie

De buschauffeur zei goedemorgen en hallo
en draaide voorzichtig, maar het was te laat
om zijn vraag diplomatiek te beantwoorden.

De ruimte deed al denken aan een knipoog
naar waar je reizen kon, een plek waar je onophoudelijk
mocht blazen in het zand om je voeten schoon te krijgen.

Er leek iets fundamenteels aan de hand.

De middaghitte kwam sukkelend op schema
citroenen bogen mee, iemand wilde languit liggen.
De realiteit hing als een havik boven ons
wachtend op één teer moment.

Een vrouw voor ons zat heel lang stil
en noteerde aantekeningen in een boekje.

Niemand ziet ons, zei ze plotseling,
dit is het fenomeen van negeren
van een ander hardop beweren.

Geplaatst in Poëzie

Er was dit keer niets vernield, in elk geval niets
dat er werkelijk toe deed. De botervloot koerde nog
de boerenham, het bestek stelde ons gerust
dat het maar tijdelijk was

dat iemand zou opdagen, een man misschien
nog niet klaar, een arts rechtstreeks uit haar praktijk
waar heesters groeien en dingen die we niet meer hebben.

Ik had zo mijn gedachten hierover
de overweging om tot een stijl te komen
die ik meestal met je bespreek.

Ik roep dan, kom eens hier

waarna we ieder willekeurig een boek pakken
over het contrast tussen inmaken en diepvries
wat je geruststellend vindt, wat de titel beloofde.

Geplaatst in Poëzie

Terwijl je de woorden in een puzzel bevestigt
zoek ik fotografen van voor het internet
die zich bergen toe-eigenden om ze hol te maken
ruimte die nog moet komen.

Je zegt: hier ligt een logische vraag
die zich heel ontspannen uitrekt
naar de vergroeide kijker
op een plek waar ze sterren halen.

Hun natuurlijke neiging tot kattenkwaad
is geen recept, zoals bleekmiddel
geen gecodeerd woord is

en ik zou dan melden dat alles goed gaat
omdat ik enkel de punten twee en drie
moet verbinden.

Geplaatst in Poëzie

Het duurde lang om vandaag naar huis te rijden
op wat zich voordeed als een zonnige dag, wat dagen zijn
dat je denkt dat iemand doodgaat, een beker leegt.

Mao zei dat hij nooit een bad nam
omdat zijn geslachtsdelen werden gewassen
in de lichamen van vrouwen en we spraken
uitvoerig over verzamelen en bewerken

iets dat vanzelf kwam, een flessenlikker
een rookgebod dat zich boog
over een collectie uitsluitend gericht
op Chinees materiaal, door Chinees te zijn

en door zijn kleine formaat. Dit is waar
het verschil in doel belangrijk is, denk je
dat je rijdt, sigaret aan, arm uit het raam
high-fivend naar de eerste beste zwerver.

Geplaatst in Poëzie

coronasonnet

Toen er nog elke dag sport was op tv
en evenementen door de boxen knalden
dachten we hautain: iedereen doet mee
tot een virus ons feestje vet verknalde

en de mensheid viel terug op doden tellen
met een blad voor de mond tegen microben.
En oké, de straten lopen zo prachtig leeg
dat we onze pret dan maar online bestellen.

Straks, als de besmetting toch is opgedroogd
gaan we als Sisyphus die pretberg weer op
maar geven we de keien niet meer terug

en alles wat aan voorzorg is betoogd
wordt vergeten bij de volgende Wereldtop
tot iemand opstaat en last heeft van een kuch.

Geplaatst in Berichten, Poëzie

De orthopeed die mijn voetzolen mat voor nieuwe steunzolen, schatte maat 46 goed in en vertelde over de verschillen in maten tussen Adidas en Nike. Adidas is Duits, legt hij uit en dus is maat 46 precies 46. In Amerika echter vinden mannen een kleine schoenmaat niet mannelijk en is onze maat 46 daar maat 48. Eerder sprak ik met de eigenaar die bij de kassa koffie zat te drinken (‘ik werk hier niet, ik ben stagiair’) over het coronavirus en dat hij voorlopig niet naar zijn huisje in Italië gaat. En hij vermijdt sportscholen en schudt geen handen.

Ik was vrijdag zeer efficiënt. Eerst leverde ik de nieuwe bundel af bij mededichter Gert, toen naar de fietsenmaker voor een onderhoudsbeurt van mijn racefiets, gevolgd door een bezoek aan de steunzolenman. En daarvoor naar de sportschool. Ook maakte ik nog een knullig filmpje voor bij mijn bundel.

Op Meander las ik een niet heel goed opgebouwde column over het wel interessante fenomeen van de minder goede dichter. In het artikel wordt de tweederangs dichter door Komrij allerlei fouten aangemeten, die slechte poëzie gelijk stelt aan een slechte dichter.

Slechte poëzie is bombastisch, gaat over maatschappelijk onrecht waardoor de dichter zich kan ‘zonnen in de gunst van een tijdelijk van z’n kritisch vermogen verlamd publiek.’ Slechte gedichten zijn […] belerend. Niet bedoelde humor is het volgende kenmerk. Epigonisme, het nadoen van (slecht begrepen) voorbeelden hoort er ook bij.

Het artikel opent met De Coninck die tweederangs dichters vakkundige dichters noemt van wie de gedichten kwalitatief ‘een heel behoorlijk gemiddelde’ hebben, maar bij wie hoogtepunten ontbreken.

Over dat laatste punt moest ik nadenken, want wie bepaalt wat een hoogtepunt is, wat kwaliteit is? In de Nederlandse poëziescene is de norm dat je pas goede poëzie schrijft als je wordt uitgegeven door een grote uitgever. Dan is alles wat je schrijft goud. Ik ken veel dichters bij wie dat niet klopt. Dat komt meestal door gemakzucht, schrijven naar de opdracht (een nieuwe bundel) toe.

Een derde- of vierderangs dichter heeft daar geen last van. Ik ervaar geen enkele druk om te publiceren en doe gewoon “mijn ding”. En wat helemaal erg is: ik vind elke nieuwe bundel een hoogtepunt, met louter hoogtepunten. Die eigenschap heb ik gemeen met de bekende dichters: zelfgenoegzaamheid. Nu nog iemand vinden die dat punt in een recensie ondergraaft.

P.S. Dit is een heel gemakzuchtige column.
P.S. We hebben de auto zo lang niet gebruikt dat ie niet meer wil starten. De vraag of we nog een auto nodig hebben, klinkt steeds vaker.

Geplaatst in Berichten, Poëzie

Een dag om binnen te blijven, wat nooit erg is; genoeg te doen. Wachten op een bestelling, boodschappen doen, huis aan kant brengen en een template van Lulu.com gedownload. Maar ik kreeg een Word-template waar ik een opmaakprogramma wilde, dus toch naar Blurb. Wonderwel kan ik in dat programma afbeeldingen toevoegen en bewerken. Vooral het componeren is leuk. Twee pagina’s klaar…

Roos had vandaag veel overleggen, waaronder een drogeworstenoverleg. Heet dat echt zo, vroeg ik? Ja. Ben Your Daily Fake Poetry aan het lezen, het chapbook van Bob Vanden Broeck dat bij Gaia uitkomt. Het leest als documentaire poëzie en is duivels goed samengesteld. Een fragment.

Ik volg hem wel, hij stuurt mij, maar hij wordt ook door mij gestuurd. Kan ik zien of ik al slachtoffer geworden ben? Aanvallen laten geen sporen na, er ontstaat een mise-­en­-scène, of beter: een mise-­en-­situation, waar bepaalde dingen zich ontwikkelen. Het is een vreemde uitwisseling.

Begonnen aan het tweede boek van Dörte Hansen, Middaguur. Roos is naar tekenles en ik moet de krant nog lezen…

Geplaatst in Berichten, Poëzie

Niets gedaan, althans weinig, beetje huis schoonmaken, sporten, kranten lezen, spotjes besteld voor in de slaapkamer. Nog wel mijn bundel gestuurd naar Meander in de hoop op een recensie. En er is het vooruitzicht dat de vrijdag vanaf eind februari weer mijn vaste vrije dag wordt, zoals vroeger en lang daarvoor, in een ander werkend leven.

Ik kocht de bundel van Maarten van der Graaff en kreeg het poëzieweekgeschenk erbij. Ik las tien gedichten, maar het voelde niet als een geschenk.

Voor de bundel waaraan ik werk, heb ik Illustrator nodig en dus stelde ik Roos voor om dat programma te kopen. Maar dat kan niet meer, zei ze. Je kunt je er in the (de?) cloud wel op abonneren, voor 30 euro per maand. Wordt bezit ook al moeilijker? We kochten uit balorigheid een cd van Peter Fox, Stadtaffe. Nu nog uitvogelen waarop we die kunnen afspelen.

Titels bedenken voor mijn nieuwe bundel gaat heel gemakkelijk: Comic Life, The Batman Chronicles, Songbook, maar met titels komt een beetje verstandig dichter natuurlijk pas achteraf.

Geplaatst in Berichten, Poëzie

20200104_123457

Het jaar nog net afgesloten met een blik op een ontwerp waarboven stond: participatie-judo, waarvan ik dacht dat het was verzonnen, maar het staat in het Tijdschrift voor de Politie, in een verhaal over burgerparticipatie bij opsporing.

De essentie is om niet tegen burgerinitiatieven te ‘vechten’, maar deze juist te omarmen en samen de juiste kant op te bewegen en leiden waar nodig.

Ik zou het participatiedans noemen, maar dat is wellicht te frivool voor de zwaardmacht die de politie uiteindelijk is.

Het jaar geopend zonder alcohol. Ik deed het eerder en kan het goed volhouden, hoewel wintersport over twee weken lastig wordt, daar ik nauwelijks wilskracht heb. Ik denk dat ik matig drink en er een maand alcoholvrij aan toevoeg. In Flachau opent over twee weken het festival minus20degree 3 days | 9 artists | 20 architects | 1 global village, georganiseerd door zwager Theo Deutinger. Hij vroeg me gisteren of ik met mijn (flarf)poëzie wil meedoen aan het open podium. Ik heb al jaren niet voorgedragen en overdacht te veel (moet ik eerst flarf uitleggen, de Amerikaanse oorsprong en dan werk vertalen in het Engels of Duits?), maar het thema is global village, zegt hij, dus bijdragen uit alle landen zijn welkom.

Toch maar doen…

Op 1 januari ben ik begonnen een nieuwe bundel; dit naar aanleiding van de tentoonstelling Composicions van Christian Marclay, die collages maakt van cut-outs van graphic novels en reclame. Poëzie is er (meen ik) nog niet van gemaakt, dus daar waag ik me aan. Materiaal vinden is gemakkelijk, het verwerken niet. Of ik ga knippen-plakken wat authentieker is, of ik digitaliseer, zodat ik woorden kan herhalen, op lijn kan zetten, kan vergroten en zodoende beter kan componeren. Veel werk, maar ik heb alle tijd.

Voor al die collega’s die me een culinaire snob vinden: vanavond eten we een salade van scheermessen, ham, eend en linzen, met een cavadressing. Nu jullie weer.