We merken al langer dat we ouder worden. Het frisse is eraf. Natuurlijk sporten we er hard tegenin, maar zonder fanatisme. Gaat het even niet, dan sporten we net zo gemakkelijk niet. Morgen geen bodycombat. We lazen dat je griep met rust moet bestrijden, dus doen we dat. Een wandeling om aan te sterken; meer zit er niet in.

WhatsApp en ik zijn geen goede combinatie. Broer Robbert had me begin maart geappt of het een beetje ging, zo na het overlijden van vader. Die app las ik vandaag. Ik dacht een gesprek weg te gooien, maar blijkbaar archiveer je alle conversatie. Idem op werk, waar mensen me appen, waar ik vraag om te bellen. Ik merk al langer dat ik ouder word.

Ik hoorde iemand praten over territoriaal metabolisme, dacht aan een verzinsel, maar het blijkt te bestaan. Iets met de stedelijke balans van materialen- en energiestromen.

Morgenavond ga ik naar Trentemøller in Paradiso. Hij is van 1972.

Gisteravond, rond kwart voor negen, is vader gestorven; kalm en stil, zei mijn broer Robbert toen hij me belde. Hij en zus Marjon zijn tot het einde bij hem gebleven. Ze vroegen me of ik hem nog wilde zien, voordat de begrafenisondernemer hem zou meenemen, wat niet nodig was. Ik heb hem twee dagen op zijn slechtst gezien en daar voegt een laatste blik niets aan toe. Ook had ik al een stevige neut op hem gedronken en dan nog in de auto stappen is onverantwoord. Om te horen dat hij nu echt dood is, viel opnieuw zwaar.

Ik ben ontzettend moe, wat vermoedelijk voor heel de familie geldt. Zou je dat trouwens tegen hem zeggen: ik ben moe, dan antwoordde hij: ik ben pa. Dat is hij en blijft hij. Theo (Taeke) van der Schaaf, geboren op 12 november 1933, vader van een dochter en twee zonen, echtgenoot van Nan (Jannetje) Ahaus.

Goed volk?, vraagt mijn vader als ik op de deurbel druk. Ja, goed volk, is het standaard antwoord, of iets anders, maar dat hoort ie toch niet. Eenmaal binnen blijkt dat hij een groot blauw oog heeft. Daarnaar gevraagd is hij vorige week in huis gevallen, plat op zijn gezicht, dus een grote bloedneus erbij. De bloedvlek, grapt ie later, is een mooi aandenken. Griezelig is het ook. Hij heeft in zijn val de buffetkast op een haar na gemist. De noodknop op zijn polsband werd door de val ook ingedrukt, bij toeval, waardoor er snel hulp was.

Hij zegt verder dat zijn toch al slechte zicht (één oog blind, één op vijftig procent) nog verder terugloopt. Ik vraag of ie het nog redt, naar bed gaan, douchen, de dagelijkse gang naar het tehuis aan de overkant, maar dat wimpelt hij af. Gaat prima. Mijn vader is een trots man, die zich niet graag afhankelijk maakt van anderen. Gelukkig trekken anderen zich daar niets van en hij krijgt spontaan hulp, van vooral mijn zus Marjon en broer Robbert, die een oogje in het zeil houden en (onder meer) boodschappen voor hem doen.

Het gesprek vandaag ging zoals alle andere gesprekken, met vaste rituelen over werk (dan heb je tenminste vakantiedagen, ik moet alles in mijn vrije tijd doen), over reizen en over de keuze tussen twee diners in het tehuis waar hij elke dag eet. Vragen buiten dat kader zijn bij voorbaat kansloos, want hij weet het toch niet meer. Op de weg terug zegt Roos dat zij weinig kan inbrengen, in ons vader-zoon-ritueel, maar dat ze merkt dat hij het wel fijn vindt dat we op bezoek komen. Te weinig, moet ik bekennen.

Potdikkie: die Affligems blond met hun 6,8 procent kwamen binnen, zo na een stevige wielerronde en dan nuchter op een terras bij De Hallen. Maar hé, het is de warmste Paasdag sinds tijden, dus je moet wat. Roos en ik hebben onze vakantie in elk geval gekozen: einde zomer wordt het Cadiz en daarna Parijs.

Goede besluiten na een goede week, die begon met de theatervoorstelling Rauw, dat de dilemma’s van het politiewerk scherp in beeld bracht. Het gesprek erna was verrassend open en zelfs emotioneel. Collega’s durfden zich uit te spreken over wat hun dwars zat, en dat was nodig. Nu nog er gevolg aan geven.

Zaterdag druk om het bezoek van die avond voor te bereiden: vrienden die we te weinig zien, kwamen eten. Het moest vegetarisch zijn, wat voor Roos geen enkel probleem was, eerdere een leuke uitdaging. Het werd een fijne avond; vanaf het moment dat ze binnen waren was het ongedwongen, gezellig (en ik gebruik dat woord zelden).

De dag erna een borrel met mijn broer Robbert en zijn vrouw Simona, omdat we jarig waren. We bezoeken elkaar niet vaak, af en toe bij train ik in Purmerend mee met mijn oude basketbalteam, maar de banden zijn hecht. En we proberen elkaar gelukkig wat vaker te zien. Zoals Robbert deze borrel voorstelde. Dat was goed te combineren met de film Hotel Mumbai die ze die middag zagen. Een film over de aanval op het Indiase Taj Mahal Palace Hotel in 2008, waarbij 174 doden en ongeveer 308 gewonden vielen.

Ik zei een goede week, maar dat kan niet na de aanslagen in Sri Lanka, waar zeker 290 doden en 500 gewonden vielen.