Doen of denken

Het verschil tussen de blogs van Ton van ’t Hof en die van mij, is dat hij schrijft over wat hij denkt en observeert (wat hij met verve doet), waar ik schrijf over wat ik doe. Ik vroeg me ook af waarom en denk dat het komt doordat ik nog werk, bij de politie. Daar is veel over te zeggen, wat ik niet doe. Of ten hoogste voorzichtig. Ik ben me bewust van mijn positie.

Het kan ook zijn dat ik geen originele gedachtes heb.

Over een workshop werkgeluk kan ik wel schrijven. Het was een sessie waar ik weinig aan had, omdat al ik al snel kon vaststellen dat ik behoorlijk tevreden ben met het werk dat ik doe. In dat opzicht was de sessie dan weer wel nuttig. Het is alleen dat je anderhalf uur hoort wat je kunt veranderen als je ontevreden bent.

Met het oog op de taxateur / makelaar die binnenkort langs moet komen, stelde Roos zelf voor om de studio op te ruimen. Die is nu prettig opgeruimd. Er staan vier tassen klaar voor de kringloop. Alsof we ons al voorbereiden op een spoedig vertrek naar Weesp, waarvan echt nog geen sprake is. Het wordt pas serieus als we naar de notaris gaan. Hier graag uw handtekening, kan een fijne zin zijn.

De kriebels

Alles koek en ei met de financieel adviseur, die ooit anti-kraak woonde en muzikant (toetsenist) was en op het punt stond van landelijk doorbreken. Maar hij had de verkeerde producer en koos als econoom uiteindelijk voor de zekere kant van het bestaan. Onze aankoop (zoveel is zeker) is een al lokaal netwerk. De bouwer zit in Mijdrecht, de makelaar in Weesp, keukenleverancier in Lijnden, adviseur in Naarden en hij raadde ons een taxateur aan, ook uit de buurt.

We hebben al veel pret met de keuze voor de inrichting. Binnenkort mogen we op bezoek bij de showrooms voor de badkamer en keuken. Omdat het vermoedelijk de laatste keer is dat we verhuizen, gaan we nergens op bezuinigen; en het budget laat het toe.

Het duurt echter nog zeker anderhalf jaar voor we kunnen denken aan verhuizen, maar als een Marie Kondō gooide ik vandaag twee zakken kleding weg. Roos had ook de geest en schuurde en schilderde de terrasdeuren en bestelde nieuwe luchtroosters. Ik liet de auto wassen, kreeg advies van een truckchauffeur over de bandenspanning (sorry meneer, 2.0 achter is te weinig) en terug verfde ik over het beetje waterschade in de woonkamer, maar dat was niets in vergelijk met Roos. Die intussen nog rendang maakte. We doen er friet bij.

Kleur bekennen

Ik kwam (vast niet als eerste) op de zin: filosofie is religie voor de moderne mens, zonder de regels, waarna ik het idee om dit uit te werken verwierp omdat ik daar niet slim genoeg voor ben. Het begint met zelfkennis.

We bezochten het Van Gogh voor een tentoonstelling over Vincents olijfgaarden en sjokten door naar Etel Adnan en zagen de kunstconnectie niet. Adnan contrasteert hard met kleur, waar Van Gogh dat beduidend minder doet. Kneep ik mijn ogen toe, dan leek het ergens wel op werk van Ton van ’t Hof.

Vrijdag tekenden we ons koopcontract, met allerlei verbindende en ontbindende voorwaarden. De makelaar vroeg of ze een foto mocht maken van het zetten van de handtekening, maar zo sentimenteel zijn Roos en ik niet. Maandag ontmoeten we onze financieel adviseur.

Todesgedichten

Wil opnieuw beginnen aan ‘Naakt en bewogen’ van Gert de Jager (net uit) en las intussen zijn (net uit) ‘Yo! De doodsgedichten van 36 zenmonniken’. Beide uitgegeven bij Gaia Chapbooks. Yo is hallo in het Japans, maar dan informeel. In de eerste van zijn vijf inleidingen op het fenomeen doodsgedichten en de taal die er achter steekt en de geschiedenis daar achter die doordesemd is van Chinese cultuur, staat: op de drempel van de dood werd een monnik geacht zijn definitieve inzicht in de vorm van een gedicht onder woorden te brengen.

Denk je clichématig aan het Verre Oosten (zijn wij voor hen het Verre Westen?) dan denk je aan mystiek, verhevenheid, maar daarvoor “waarschuwt” De Jager de lezer al, dat de gedichten in een boeddhistische traditie staan die van al het aardse een illusie maakt. Wat mij in de poëzie treft, is het schijnbare ontbreken van meesterschap. In de westerse traditie wordt meesterschap onderstreept door een meesterwerk, maar daarvan lijkt hier geen sprake. De gedichten zijn ontnuchterend, kaal, soms zelfs een tikkie banaal, wat ik heerlijk vind. Ze doen modern aan. Besef dan dat deze gedichten dateren van bijvoorbeeld 1278, 1458 of 1837.

Dokyo Etan (1721)

Hier in de schaduw van de dood
komt mijn laatste woord niet vanzelf.
Dus ik hou het maar bij ‘vanzelfsprekend’
en verder helemaal niets.


Om mijn eigen banaliteit kan ik niet heen. Ik fietste gisteren een geweldige ronde (op 227 stukken sneller dan eerdere ritten) maar kwam aan het einde heel knullig ten val, omdat ik moest omkeren op een smal pad. Mijn pols is nu licht gekneusd, evenals mijn ego. Verder liet ik de eerste uurtjes van hun ontmoeting aan Roos en haar vriendinnen, zodat ik de film The Northman zag. Veel wraakgeweld, veel epos en wat mij betreft vrij authentiek. Ik zag Vikings en Valhalla en zo’n beetje elke Vikingfilm die er is, dus vind ik mijzelf een kenner.

Treinterreur

“Please remember your luggage”, zei de conducteur op de weg terug. En een man zei tegen zijn reisgenote dat hij graag wilde leren gedichten te declameren. Dat was de goede NS. Vanmorgen zat ze tegen. Voor ik om 05.45 naar Station Zuid ging, keek ik op de app voor bijzonderheden. Niets. Op het station bleek de trein naar Den Haag echter niet te rijden. Ik de app in of er dan vanuit Centraal… ja. Geen belemmeringen. Dus terug in de metro naar Centraal. En daar toch borden dat er geen treinen naar Den Haag. Zwaar de pee in liep ik naar huis, bedacht dat ik via Utrecht kon, ging terug naar Centraal om via de Domstad toch naar de Hofstad. Om 05.45 uur vertrokken, om 08.45 uur gearriveerd.

Omdat alle kantoren die middag bezet waren ging ik in Teams op mijn Smartphone voor een korte briefing aan de koffietafel zitten. Tot ik ruw werd onderbroken door twee personal assistants, dat dat zo toch niet kon en ik of als de wiedeweerga. Ik kreeg potdomme een standje. Waarom hebben PA’s het ego dat ze hebben?

Roos sprak met de financieel adviseur en stuurde al wat documenten. Was ik 57 geweest, dan was financieren een stuk moeilijker geworden, blijkt nu. Maar ik ben 56. Jong genoeg om een appartement te kopen.

Doe niet zo lullig

Nadat de penis jarenlang niet te zien was op tv, brengen betaalzenders hem steeds vaker in beeld. Publiciste Linda Duits vindt dat maar niets. ‘Het effect van een slappe lul is anders dan dat van een parmantige tiet. Het is komisch en kolderiek, eerder aandoenlijk dan opwindend.’ Pardon? Is mannelijk naakt minder prettig om te zien dan het vrouwelijke?

Vrolijker nieuws: we willen het nieuwbouwappartement in Weesp graag kopen. Oplevering (mits zeventig procent van de appartementen is verkocht) wordt najaar 2024. Gisteren waren we op gesprek. Het eerste wat de makelaar wilde weten is waarom we een plek aan de Prinsengracht willen verruilen. Typisch makelaar, besef je, dat alles draait om locatie. We sputterden iets van rust en meer groen en dat ik de Amsterdammers niet meer zo leuk vind. Maar dat is sowieso iets van de Randstad zei ze verstandig.

Over twee weken tekenen we voor koop, waarna we twee maanden hebben om de financiering rond te krijgen. Dat is een voor ons nieuw verhaal van overwaarde, overbruggingskredieten en extra maandlasten. Gelukkig is er sinds gisteren een heel behoorlijke politie-cao, dus ach… we rooien het wel.

De Hofdame zegt toch welkom

Ik hoorde Roos toevallig antwoordden dat we nog belangstelling hebben, maar ja, in wat? Weesp bleek snel. Er is in de Hofdame alsnog een plek opengevallen en wij maken zowaar kans. Vrijdag volgt een gesprek. Ik had er geen enkel vertrouwen in toen we op de reservelijst kwamen, maar kansen keren. Na een wederzijds ja volgen meer gesprekken, met hypotheekverstrekkers, makelaars en ander volk. Het hoort erbij.

Het weekje rust zit erop, voor mij vrijdag al, toen mijn piket begon. Ik lag vannacht wakker van een artikel dat woensdag klaar moet zijn, bleek volgens de briefing die ik vandaag kreeg. In overleg met de eindredacteur een nieuwe datum afgesproken. Volgende week mag ik een collega spreken over haar onderzoek naar journalistieke vrijheid binnen de politie. Dan kom je direct op het verschil tussen journalistiek en bedrijfsjournalistiek.

Omdat ik heel het weekend paraat stond en het werk voor vandaag was gedaan, ging ik een rondje fietsen. Ik ben dit jaar de 1000 kilometer gepasseerd.

We merken al langer dat we ouder worden. Het frisse is eraf. Natuurlijk sporten we er hard tegenin, maar zonder fanatisme. Gaat het even niet, dan sporten we net zo gemakkelijk niet. Morgen geen bodycombat. We lazen dat je griep met rust moet bestrijden, dus doen we dat. Een wandeling om aan te sterken; meer zit er niet in.

WhatsApp en ik zijn geen goede combinatie. Broer Robbert had me begin maart geappt of het een beetje ging, zo na het overlijden van vader. Die app las ik vandaag. Ik dacht een gesprek weg te gooien, maar blijkbaar archiveer je alle conversatie. Idem op werk, waar mensen me appen, waar ik vraag om te bellen. Ik merk al langer dat ik ouder word.

Ik hoorde iemand praten over territoriaal metabolisme, dacht aan een verzinsel, maar het blijkt te bestaan. Iets met de stedelijke balans van materialen- en energiestromen.

Morgenavond ga ik naar Trentemøller in Paradiso. Hij is van 1972.

Het zegt genoeg (over mij) dat een Oekraïense president mij op 1572 moet wijzen, het jaar dat Nederland ontstond. Ik weet te weinig over de vaderlandse geschiedenis. Ik zou er boeken over moeten lezen, maar besloot uit gemakzucht een aflevering van ‘Het Verhaal van Nederland’ te kijken, wat nog geen tien minuten duurde, zodat ik alsnog niet wijzer werd. Op de middelbare school was het ook geen thema, waar we wel veel leerden over Indonesië, ook al vermoed ik dat die lessen niet het hele verhaal vertelden.

Het woord verhaal ben ik inmiddels beu.

Roos en ik hebben griep, dag drie nu. Het is dat we een griepprik hebben gehad, anders waren we er slechter aan toe. Roos deed voor de zekerheid nog een coronatest, waarvan de uitslag negatief bleef. Oef.

Ik lees een boek over de Donbas, wat het beeld van deze regio niet verbetert. Daar heerst een soort wetteloosheid, met maffia, omhooggevallen president-schurken en milities die wreedheden begaan. In 2014 al (eerder?) noemden de pro-Russische separatisten de regering van Oekraïne fascistisch. De ‘denazificering’ van Poetin lijkt een logisch vervolg.

Het was zomaar een etentje met de familie, op uitnodiging van schoonzus Monique die uit Flachau was gekomen. We gingen in Bussum naar restaurant Bregje, waarvan er meerdere blijken te zijn. Er hingen zwart-witfoto’s aan de muur, waarvan Luca Deutinger en ik al vroeg vermoedden dat dat Bregjes waren. Of ex-serveersters. Het werd allemaal reuze gezellig. We waren omringd door blonde Bregjes, zoals onze serveerster blond was, met een knotje. De jongeman die ons ook bediende, liep over van enthousiasme voor zijn vak. Of het gesmaakt had, vroeg hij, en ik zei prima, wat hij waanzinnig vond. En mijn bestelling cola eerder was super. Grappig: bij het afrekenen mompelde hij iets van tien menuutjes, wat mijn schoonzus begreep als tien minuutjes, wat ze niet kon plaatsen zodat de jongen wat narrig werd.

Tijdens het eten hadden we het voorzichtig over politiek. Er was gestemd, er was niet gestemd en Sigrid Kaag kon geen goed doen. “Vreselijk mens. Zo stijf.” En ik vond dat sterk overdreven, alsof alle politici een joviale Rutte moeten zijn.

Intussen spraken Roos en ik – verrassing – over de inschrijving voor nieuwbouw in Weesp. De deadline is overmorgen dus we staan laag op de lijst. Vrijdag horen we of het lukt, maar het lijkt me stug dat we in aanmerking komen. Maar Weesp is plots een optie, waar we die nooit hadden. Grappig: we zouden Amsterdam niet verlaten. Vanaf 24 maart is Weesp het zevende stadsdeel van de hoofdstad.

Ik verwacht snel een melding van WordPress dat ik goed bezig ben, met drie blogs achter elkaar. Mijn leven is spannend.

Plots zat ik een #metoo-discussie. De redactie had de dag ervoor een artikel geplaatst over eremedailles, uitgereikt aan politiemensen. De foto erbij was van een dame die de medaille opspelde bij haar partner. Toch zag een collega dat anders. Hij – en veel vrouwelijke collega’s namens wie hij sprak – zagen een clichébeeld, van een vrouw in adoratie van een man. Ik antwoordde wat ik zag en daar werd fel op gereageerd, of ik de klager voor de gek hield en dat ik de klacht niet serieus nam. Heel die dag verwachtte ik een mail voor een gesprekje met de klachtencoördinator. Het zijn hypergevoelige tijden.

Over Oekraïne kan ik niets zeggen, omdat niet te bevatten is wat daar gebeurt. Vanmorgen hadden we een koffieafspraak met ‘zwager’ Theo Deutinger en dochter Luca die in Amsterdam woont. Theo woont in Oostenrijk. Hij gaf geregeld les aan een universiteit in Moskou en dat is vanzelfsprekend voorbij. Hij voorspelt dat Moldavië in Russische handen valt en ook Kaliningrad dat tussen Navo-landen Litouwen en Polen ligt. De Russen zouden via Wit-Rusland een corridor naar dit geïsoleerde stuk Rusland willen. Als dat gebeurt, blijft een Derde Wereldoorlog niet uit. Over Rusland kan ik niets zeggen, omdat niet te bevatten is wat daar gebeurt.

Het is bijna een maand geleden dat mijn vader stierf. Ik ben blij dat hij van deze waanzin niets heeft meegekregen.

De Nieuwe Ploeg

Op Wikipedia zocht ik naar hedendaagse kunststromingen en kwam nog op het onafhankelijk realisme, wat realisten zijn die hun werk verkopen onafhankelijk van het gangbare kunstcircuit; wat individualistisch is en dus per definitie geen stroming kan zijn.

Ik schrijf dit omdat ik een boek kocht over De Ploeg, een vereniging kunstenaars uit de jaren 1945-55, wier werk mij aanspreekt. En ik dacht aan Ton van ’t Hof die (zo ik er oog op heb) in die traditie schildert, weliswaar op een iPad, maar toch. En ik dacht aan De Nieuwe Ploeg, maar verenigingszin is tanende, of verandert op zijn minst van vorm. Zou een nieuwe kunststroming helpen om de sociale cohesie in ons land te versterken?

Vandaag zijn Roos en ik negen jaar getrouwd, wat we gisteren vierden in restaurant Rijssel, omdat dat vandaag in dat restaurant niet meer kon. Volgeboekt voor drie weken. We gaan nog naar Het Stedelijk, voor onder meer Hito Steyerl. Hito Steyerl is uniek, schrijft het museum, omdat ze in haar werkpraktijk haar welverdiende erkenning en eigen machtsstatus gebruikt om de status quo te doorbreken. Zou ze ooit ergens onderdeel van kunnen zijn?

Roos dacht aan een kwartiertje luisteren naar Nanne Nauta die in de Nieuwe Boekhandel het alternatieve poëzieweekgeschenk van Sven Staelens presenteerde en nog wat eigen werk. Daarna konden we kuieren in een buurt waar we nooit komen (Bos en Lommer). Het werden twee uren poëzie, met Sasja Janssen, Annemieke Gerrist (gastoptredens van Peter Prins, Kamiel Choi en een dichteres wier naam ik vergat, maar Gerrist voorspelde snel een bundel) en tot slot Gershwin Bonevacia, die zijn stadsdichterschap Amsterdam net had overgedragen. Had ik werk en mijn bril meegenomen dan was ik naar voren gestapt. Nu ja. De boekenverkopende organisator bedoelde het allemaal goed, maar was een beetje hinderlijk aanwezig. Nu ja.

Ik heb een nieuwe bundel gereed: Telenovela, wat mooi samenvalt met die poëzieweek, hoewel hij pas daarna verschijnt. Opnieuw, zoals bij Songbook, heb ik niet goed opgelet op het formaat, zodat ie groot uitvalt, zo groot als Songbook, maar het past bij de opzet.

Voor wie het nog niet deed: bekijk de documentaire Four Hours at the Capitol. Wat me onthutste was de rechtvaardiging van het geweld. Een aanhanger van QAnon (het stond er niet bij) zei dat er elk jaar 800.000 Amerikaanse kinderen worden verkracht en daarna vermist raken en dat Trump hier tegen strijdt. Je zou zeggen dat je die aantallen moet merken (na enkele jaren zijn miljoenen kinderen weg) maar feiten doen er niet meer toe.

Een goede vriendin van Roos zei – ik was er helaas niet bij – dat ze wist dat er Oost-Europese brigades bij de mobiele eenheid zijn geïnfiltreerd en dat zij het geweld veroorzaken waarover nu gesproken wordt. En politiehonden worden gewoon op de menigte losgelaten. Ik zapte gisteren naar M waar Sylvana Simons werd gevraagd over het bedreigen van Sigrid Kaag en ze wilde er niet veel over zeggen, maar ze wilde wel wat zeggen over het politiegeweld en dat dat moet stoppen. Ongetwijfeld een reflectie op de uitlatingen van de VN-rapporteur eerder deze week.

NRC pakt dezer dagen flink uit met die bestorming, met op 6 januari een artikel over het kiesrecht dat door de Republikeinen verder wordt uitgehold, wat met gerrymandering = kiesrechtgeografie al jaren gebeurt. Zo kan de secretary of state van Arizona (een republikein) de verkiezingsuitslag naast zich leggen en daarmee de stemmen van miljoenen negeren. Ik las dat Trump zich in 2024 waarschijnlijk opnieuw kandidaat stelt…

Omdat de sportscholen dicht zijn en ik verwacht dat dit tot zeker eind januari blijft, pak ik elke gelegenheid aan om te wielrennen. Daarom vanmorgen vroeg, voor de regen uit, een bitterkoude rit.

Sterk essay van Bas Heijne in NRC over het individu en ego in deze tijd, wat ik gemakshalve samenvat als het verschil tussen aandacht vragen en aandacht geven (en dat laatste gebeurt nauwelijks). Geen voornemens dit jaar, hoewel we drie dingen willen doen: het toilet vernieuwen maar toch geen douchetoilet want erg duur en zo lang wonen we hier niet meer, hoogstens vijf jaar gok ik. Verder geen drie maar vier weken zomervakantie en Roos wil op 1 januari 2026 met pensioen in plaats van oktober.

Eerste rit van het jaar is achter de rug, net geen 50 kilometer. Op 500 meter van thuis reed ik lek, wat me vaker gebeurt op de eerste januari, dus mag ik spreken van een traditie. Nu nog leren hoe ik een band (van een racefiets) verwissel, maar dat is niet moeilijk sinds YouTube.

De opdracht voor deze keer: een of twee foto’s met een bevroren beweging en een of twee met bewegingsonscherpte. Dit keer ging het me beter af en pakte ik onbedoeld de vorige opdracht met scherpte-diepte nog mee.

Moest hard lachen on het nieuws dat niet gevaccineerden bij een demonstratie in Oostenrijk een paraplu meenamen, omdat de overheid vanuit helikopters hen met een desinfectiemiddel tegen het coronavirus zouden besproeien.

Las de column van Flora Rusman (NRC) die filosoof Hans Radder aanhaalde die in de Volkskrant betoogde dat ongevaccineerden geen vrijheid is afgepakt. Integendeel, dankzij de gevaccineerden hebben ze juist hun oude vrijheden (gedeeltelijk) terug.

Maakte met Roos gisteren, juist omdat het weer zo druilerig was, een mooie wandeling rondom Marken. Had medelijden met de fanfareleden die wachtten op de komst van Sinterklaas.

In NRC zegt klimaatactivist Eva Rovers dat we wat betreft de klimaatverandering moeten stoppen met gapen, stoppen met het idee dat het toch niets uitmaakt wat we doen. Ze legt de noodzaak tot verandering niet bij bedrijven en overheden maar bij de burger. Die moet volwassen worden, serieuzer in de aanpak van het probleem. Ze zegt ook dat veel jongeren al zo ver zijn.

“Mensen die de noodzakelijke verandering niet overlaten aan politiek en bedrijfsleven door zich te verschuilen achter hun eigen zogenaamde machteloosheid, maar zich actief inzetten om het gapende gat tussen ideaal en werkelijkheid te verkleinen. […] ‘Mensen die beseffen dat ze leven op een extreem uitzonderlijke planeet, een onwaarschijnlijk intergalactisch toeval, en daarom met liefde alles in het werk stellen om het leven op die planeet te beschermen en te vieren.”

Wacht even. Jongeren die alles doen om… Voor een artikel over duurzaamheid in het personeelsblad las ik op internet over jongeren en duurzaamheid. Ja, ze willen de aarde redden, maar verbruiken wel veel stroom voor hun laptops, smartphones en game consoles, had het CBS onderzocht. En ze staan lang, lang onder de douche. Over afval op straat heb ik het dan nog niet gehad.

Jong als wij zijn proberen wij in elk geval ons steentje bij te dragen, door zuinig te zijn met water en elektriciteit (Roos, doe het licht uit!) en nauwelijks auto te rijden. Ook eten we vaker vegetarisch en als het vlees wordt is het bio; varkensvlees is in de ban. Vliegen beperken we tot één keer per jaar, is het idee, wat ons vooralsnog lukt. Alleen begin 2020 een vlucht naar Oostenrijk, waar we een volgende keer zeker de trein kiezen.

Wat ik maar wil zeggen: kom op met die G20-top. Maak afspraken en houd je eraan. Morgen start ik mijn basiscursus fotografie. Zin in. Al is het maar omdat ik opdrachten krijg die anders zijn dan wat ik meestal doe: fröbelen met lijnen en veel afwezigheid.

Bij de eindinspectie vroeg Herr Doktor Wolf of we waren aangekomen of afgevallen, waarna ik vlug zei ‘aangekomen’, om het gesprek naar mij te trekken, los van dat het waar is. Bij aankomst maakte hij zich zorgen over zijn handdoeken, want hij zag Roos als oudere vrouw en die verven hun haar (in Duitsland opvallend vaak in roze of groen). Een dag voor vertrek lag er voor haar in de badkamer een zwarte handdoek, met de tekst ‘voor geverfd haar’.

In Weimar namen we de fiets naar het centrum, wat voor de fietsende Nederlander toch een aparte ervaring is. Je moet namelijk op de stoep fietsen. Beter gezegd, niemand lijkt op de weg te durven fietsen. Wat ook niemand doet … even bellen dat je eraan komt. Liever scheren ze vlak langs je, merkten we tijdens een wandeling van Rathen naar Wehlen.

Nabij Minden (van Dresden naar Amsterdam via Magdeburg) zaten we een uur lang in een file (over pakweg twee kilometer), maar voor de rest verliep de reis voorspoedig. We zijn weer thuis. Vandaag een les bodycombat gedaan, waar ik flink moest boeten voor twee weken ‘alle remmen los.’

Midden in het bos, langs een klaterbeek, hoorden we muziek, klassiek, wat fragmenten bleken te zijn uit Lohengrin, gespeeld bij het Denkmal van Wagner uit 1933, die op die plek de eerste noten van deze opera geschreven zou hebben. Het had wat, die bombast in het bos. Zo eer je een componist beter dan met enkel een standbeeld.

De 12 km lange route door de Sächsische Schweiz was fenomenaal mooi. ‘Als we door slecht weer alleen deze wandeling hebben, dan zijn we er al’, zei ik tegen Roos in Hotel Richter. Ons middagmaal daar bestond uit Bratwurst en een Feldschlösschen en voor Roos een Wiener Schnitzel met witte wijn. We wachtten nog een uur op de bus naar Pirna, maar toen die er eenmaal was, ging het vlot.

Urlaub

Ga maar niet naar links, zei onze vakantiewoningverhuurder in Weimar. Daar is enkel treurnis. Ga liever rechts, naar Schloss Ettenburg, waar je lekker kunt eten en drinken. Dus liepen we langs Ettenburg naar het grimmige Buchenwald. Een mens moet er niet aan kunnen ontkomen. Terug liepen we over de bloedstraat. Een vijf kilometer lange spoorlijn en weg tussen Weimar-Ramsla en het kamp, door de gevangenen aangelegd.

In Weimar leefden we blijkbaar in stilte, want in Dresden overviel me het lawaai van de stad. We bezochten het Albertinum en niet gepland het Kunsthaus Dresden. Voor het eten doen we niet moeilijk: plaatselijke kost, gutbürgerlich, met voor mij (eindelijk weer) een plaatselijk bier en voor Roos Duitse wijn. Een mens wil er niet aan ontkomen.