Laat mij spoorslags gaan

We zouden naar het NDSM-terrein lopen waar iets cultureels was, maar omdat we er toch langsliepen gingen we even de Bijenkorf in, omdat Roos wilde kijken naar sokken in de uitverkoop. We kwamen langs de stand van Dior en daar zag Roos plots het parfum dat ze graag wilde ruiken: Oud Ispahan Mitzah (een van de iconische geuren van La Collection Privée). We zochten er naar in andere steden, in het buitenland, maar steeds zei men dat je het enkel in Parijs kon kopen. En nu zowaar in Amsterdam.

Ik zei de verkoopster dat ik de naam kende van een gedicht. Nou, zei ze blij, u bent de eerste die dat zegt. Waarna ze zei dat ze Fransen die dit parfum kochten, wilde uitleggen dat er in Nederland een mooi gedicht over was, maar dat kenden ze niet. We kwamen ook te weten dat Parijzenaars de voorkeur gaven aan het meer doorsnee Bois D’Argent. Of Roos nog wat samples wilde, ja graag, waarna ze tot haar eigen verrassing een uur lang in de make-up ging. Ondertussen stond ik daar maar, trés cool, zodat mensen mij als verkoper van Dior zagen en me van alles vroegen. Een dame wilde een parfum in haar gezicht spuiten, waarna ik zei dat ze het ook als mondwater kon gebruiken, wat de twee mannen bij haar erg grappig vonden. De NDSM hebben we niet gered. De sokken zijn wel gekocht, met vijftig procent korting.

Het gedicht van Nicolaas van Eyck

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: “Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!” –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

“Waarom,” zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
“Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?”

Glimlachend antwoordt hij: “Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.”

Divers? Moi? Parbleu!

Donderdag ging ik voor een interview naar Maastricht. Een retourtreinreis van 4,5 uur die ik melancholiek onderging, zonder te weten waarom. Ik kwam voor een interview over wat de politie doet tegen kunst- en antiekcriminaliteit. Het werd een goed en onderhoud gesprek. Achteraf was ik blij niet voor Teams te hebben gekozen, wat me meer en meer tegenstaat. Teams vind ik tegennatuurlijk vergaderen.

Ik mag een gedicht leveren voor een bundel over diversiteit, met Splinter Chabot als gastredacteur en onder auspiciën van XSAGA: “een live communicatiebureau dat betekenisvolle ervaringen creëert”. Geen idee hoe ze bij mij kwamen, want als dichter ben ik al jaren uit beeld en in de inclusiehoek zul je me zelden zien. Ik antwoordde verrast dat ik als oudere, witte, heteroseksuele dichter natuurlijk graag een bijdrage lever.

We kijken uit naar Parijs, waar Roos en ik ons tienjarig huwelijk vieren en twintig jaar samen zijn. Gelukkig samen zijn.

In Weesp nichts neues.

Iemand plannen?

Verrassend genoeg hield ik het vol tot na twaalven, waar ik doorgaans om 22.00 uur al knikkebol. Maar het was dan ook oud en nieuw en die transitie wil je meemaken. Al is het om 2022 achter te laten: het jaar waarin vader overleed en de pijntjes van het ouder worden doorzetten. Een jaar vooral zonder overtuiging, van veel automatismen. In maart pas namen we afscheid van de beperkingen rond corona, maar volledig vrij voelde het nooit.

2022 was ook een jaar van de keuze te verhuizen naar Weesp, waar we over anderhalf jaar een nieuwbouwappartement mogen betrekken. Ik sprak er vanmorgen over met mijn broer (beste wensen, beste wensen terug) die zijn Vinexwijk in Purmerend beu is (gisteren vanwege het vele vuurwerk).

Ik belde nog met mijn zus, voor de beste wensen en om te vragen wanneer mijn zwager met pensioen mag. Nog zes dagen werken, zei ze en dan verlaat hij het korps officieel per 26 januari, op zijn verjaardag. Hoewel we allebei voor de politie werk(t)en, hebben onze paden elkaar nooit gekruist.

Gemene deler in die gesprekjes: niemand maakt plannen. We zijn door al die crises voorzichtig geworden.

Milder, niet mak

Onder de FB-post ‘Du darfst Weihnachten nur etwas machen, was mit dem ersten Buchstaben deines Vornamens beginnt’ zette mijn allerbeste neef Carsten ‘Christ sein’, wat ik passend vond voor hem en voor Kerstmis. Ik kwam niet verder dan ‘Maul halten’, omdat ik het afgelopen jaar te vaak mijn zegje had gedaan. Op het werk natuurlijk. Ik gaf repliek waar dat nodig was, om vaak te merken dat ik er alleen voor stond. Collega’s belden me soms later dat ze het goed vonden dat ik er wat van zei, maar waarom zeg je het zelf niet, dacht ik? Het nieuwe politiemagazine is gestoeld op archetypen, waaronder de rebel. Bij de eerste opzet had een groep mijn foto bij dat archetype geplakt, wat ik niet eervol vond. Mark de neezegger, de querulant.

Maar er gloort licht in mijn profiel. Er waren jaargesprekken waarvoor je ‘feedback’ moest halen van minstens drie collega’s. De tendens in die antwoorden was dat ik milder was geworden. Tegelijk was er wens om niet mak te worden. Tegenspraak blijft nodig, zeker in het communicatievak waar consensus alles vlak slaat.

Er is de afgelopen maand het nodige gebeurd, maar zelden iets om over te schrijven. We kwamen er wel achter dat de horeca het spontane heeft uitgebannen. Uit eten zonder reservering kan niet meer, ondervonden we tijdens een weekendje weg. Met het oog op Parijs februari (onder andere om ons tienjarig huwelijk te vieren) kiezen we voor de laffe zekerheid van reserveren.

Gisteren schandalig lekker gegeten: Tournedos Rossini met spinazie en aardappelkroketjes. Er bij een lekkere spätburgunder. In januari trek ik de alcohollicentie volledig in.

Professioneel

Woensdag kreeg Roos de vierde coronaprik en ik mocht hem gisteren halen. En die duvelse GGD was snel, want vandaag al stond ie in de corona-app. Ook professioneel: het advies van de lijstenmaker voor het schilderij dat we vorige week kochten. Bij het verwijderen (deed ze handig) van de lelijke, te grote lijst kwam de naam van de schilder tevoorschijn: Ter Reehorst. Het kan Carel Hubertus ‘John’ ter Reehorst zijn, geboren te Amsterdam 1901 en overleden in 1985, of zijn vader Wim ter Reehorst. We vermoeden de eerste, zonder te weten waarom.

De nieuwe lijst kost evenveel als het schilderij, maar ach, een kniesoor.

We wilden naar Amsterdam Noord, neuzen bij Van Dijk en Ko, maar botsten op het Amsterdam Dance Event, dat ons de weg blokkeerde met een kaal ogende parade en met feestgangers die massaal Het IJ wilde oversteken. Dan maar door naar het Houthavenveer, dachten we slim, maar ook daar een sliert. Gezien de geestdodende beats, begrepen we de nood aan geestverruimende middelen.

Voor mij volstond Ukase van John Asbery, in A Worldly Country

Ukase
And as you were indulging in the thesaurus,
or, more precisely, being indulged,
the word-rabbits came hippity-hopping along.
Soon it was dusk. The weary river passed
to ask you the same song over again; the birds
(who knew it all by now) were silent;
and it was time to mold the analytical
to the time-sensitive. That is,
to say that it had happened and we were
no worse for it. Indeed, the sky
and nearby barns seemed about to chime
as we were getting our stuff together, ready
to leave, as always, though not quite decided
what tributes to accept, if night should bring any.

What a chump! Excuse me …
It is to the wind and the windflowers I address these
afterthoughts, if they can be dignified
as such. And I digress, too,
in the gloaming where all can be finessed
as we are incurably, undeniably aging,
only I can’t tell what that feels like–
It’s so true! Not when, but if.
But we’ll know it before it happens–we’ll
recognize us from the way we look at each other,
not from any urgent movement forward
or anything like that.

Vooral het laatste deel van de tweede strofe spreekt me aan. In een wat amateuristische vertaling wordt het dit:

En ook ik dwaal af,
in de schemering waar alles kan worden verfijnd
omdat we ongeneeslijk, onmiskenbaar ouder worden,
alleen kan ik niet zeggen hoe dat voelt–
Het is zo waar! Niet wanneer, maar als.
Maar we zullen het weten voordat het gebeurt–we zullen
elkaar herkennen aan de manier waarop we naar elkaar kijken,
niet van een dringende beweging voorwaarts
of iets dergelijks.

Bomen

Ik was een beetje gerustgesteld toen ik las dat Poetin geen conflict wil met de NAVO, wat zou leiden tot een wereldwijde ramp. Maar Oekraïne heeft daar niets aan. En ik begrijp dat dergelijke uitspraken horen bij een informatieoorlog die al jaren duurt, niet pas acht maanden.

De eerste week na de vakantie heb ik goed doorstaan. Mag een interview doen met de Nationale ombudsman, maar tijd vinden – een halfuurtje maar – is lastig.

In de tram werd een oudere heer boos op de conductrice. Hij schreeuwde dat ze hem niet voor de gek moest houden en besloot met ‘troela’. Lang niet gehoord. Evenals het woord stokebrand, dat gold voor de Bosnische president Milorad Dodik.

Gisteren een schilderij gekocht. Een Scandinavisch ogend winterlandschap met bomen. We hadden hem eerder gezien (in een zaak waar ze kunstbloemen verkopen) maar aarzelden. Bij binnenkomst bleek het schilderij groter dan gedacht. Wel gaan we de lijst vervangen. ‘We hebben blijkbaar iets met bomen,’ merkte Roos later op, doelend op twee eerder aangeschafte werken.

Begin vorige week de laatste handtekeningen gezet voor ons appartement in Weesp. Nu is het wachten. Mensen die het voor het eerst horen, begrijpen niet dat we van de Prinsengracht vertrekken. Dat je zo’n plek verlaat…

Ongemak

Roos kon niet mee op bezoek naar broer Robbert, omdat ze zich slecht voelde. Ik ging er heen om een handtekening te zetten rond de financiën van vader en kreeg er een aangename namiddag voor terug. Om middernacht echter was ik aan de beurt, met overgeven en uren geen slaap. Rond half zeven dommelde ik eindelijk in.

Ik ben niet in optimale vorm voor het diner dat Ton en Kathy vanavond geven voor hun 25-jarig huwelijk.

Heb me gisteren gewaagd aan een oudere novelle van Abdelkader Benali: ‘Het blauw van de zee en het blauw van de stad.’ Ik las eerlijk gezegd nooit eerder iets van hem en zal het voortaan laten. Een mens kan slechts een beperkte hoeveelheid overdadig proza aan.

Kunstroute

Wie veel Hockney verwacht bij Hockney’s Eye in Teylers Museum zal teleurgesteld zijn. Er hangen enkele geschilderde portretten, drie iPad-tekeningen, twee landschappen en dat is het. Een bezoeker merkte op dat het rommelig was, wat klopte.

Foam brengt Foam Talent, wat net zo goed Foam Divers had kunnen heten, door de sterke focus op inclusie. Ik houd er van uitgedaagd te worden, wat bij deze expositie niet gebeurde (of ik liet het niet toe…). Wat je tegenwoordig veel ziet: archiefmateriaal als de Grote Ontdekking. Ook Huis Marseille ontkwam er niet aan. Nhu Xuan Hua daarentegen was verrassend.

Gisteren de verjaardag van Roos gevierd: bescheiden, met (o armzaligen) een taartje in de Ikea, want er waren servetten nodig, en ’s avonds een serieuzer bezoek aan restaurant Kyo.

Eergisteren was mijn racefiets eindelijk gerepareerd, zodat ik na een maand weer aan de bak kon, met vandaag een herhaling, ondanks de forse windkracht. Ergens deze maand ben ik conditie verloren, aan de kust, op een terras, in een restaurant. Voor de eerlijke vinder wacht een beloning.

We leven bij de dag, zonder plannen vooraf, zoals dat hoort bij vakantie.

Onder de slaapboom

Sinds de terugkeer uit Spanje slapen we ons suf; zelfs Roos deed de eerste dagen dutjes, wat ze nooit doet. We wijten het aan het slechte, te smalle bed in Malaga. Voortaan is een groot, breed bed de norm.
Met begin deze week veel regen in het vooruitzicht besloten we Duitsland niet aan te doen; zelfs al zijn de vooruitzichten nu beter. Maar ons verblijf in Spanje heeft genoeg gekost en ook wij merken de inflatie. Zo is onze gasrekening met honderd euro per maand verhoogd, zelfs al gebruiken we meetbaar minder.

Op de sportschool sprak iemand me aan, met ‘hee Mark, leuk je hier te zien.’ Ik aarzelde want ik kende haar niet, waarna ze zei dat ik toch Mark was, van Hunkemöller?! En toen ik ontkende, dat ik op hem leek, als twee druppels water. Ik zocht op LinkedIn en kwam bij deze Marc uit, op wie ik niet lijk.

De sloop van de Rabobank in Weesp is klaar, zodat de bouw van De Hofdame kan beginnen. We moesten enkele bouwtekeningen accorderen en kregen ons nieuw adres, aan de Prinses Irenelaan. De oplevering staat nu voor het tweede kwartaal 2024.

De afgelopen maand heb ik met veel geduld zinnen verzameld, van tv, uit kranten, van het internet. Van al die zinnen heb ik (met eigen bedenksels) een nieuwe bundel gecomponeerd: onder de slaapboom. Hij komt uit bij Uitgeverij crU van Nanne Nauta en daar ben ik natuurlijk blij mee.

Vliegschande

‘Nach Auschwitz ein Gedicht zu schreiben, ist barbarisch’, zei socioloog Adorno. Wat zou het kantelpunt voor massatoerisme moeten zijn, van nooit meer toerisme na? Had dat de Ardèche in de jaren zeventig moeten zijn toen Fransen ‘NL go home’ op de muren kalkten en er aanslagen werden gepleegd op makelaars die zaken deden met Nederlanders? Moesten dat de aanslagen in Luxor in 1997, Bali 2002 of Mumbai 2008 zijn waarbij velen het leven lieten? Welke excessen leidden tot verandering?

Niets van die narigheid voor ons (ik weet, het vergelijk met die verschrikkingen kan niet). Ook geen schimmel op de muren, smerige wc’s, overboekt of Help Vakantieman. Malaga was aangenaam. Maar de vanzelfsprekendheid van een normaal reisverloop is weg. Dat kwam door het vertrek van Schiphol, het teleurstellende appartement, de KLM die de terugvlucht spontaan annuleerde en de verhuurder die op onze vertrekdag een taxi zou regelen, wat ie niet deed, zodat we naar het centrum moesten rennen voor een taxi. Het lukte net. Ook dacht hij dat we tot 17 september hadden geboekt, zodat er een reeële kans was dat er halverwege nieuwe verhuurders zouden zijn in ons appartement. Elke reis kent tegenslag, maar dit keer was het veel. De verandering: voorlopig niet meer vliegen, uit vliegschande (of -schaamte).

Toch was Malaga fijn. Alle dagen prachtig weer, veel musea bezocht (op de laatste dag twee nieuwe), heerlijk ontspannen en lekker gegeten. En het tussendoor-Concerto de Aranjuez was goed, door het symfonieorkest, niet door gitarist Pepe Romero (78 jaar) bij wie de virtuositeit uit de vingers is gegleden. Hij lijdt aan het John Miles-syndroom: een muzikant die niets anders kan spelen dat dat ene nummer.

Traag en loom

Komt het op slapen in Malaga aan, dan zijn Roos en ik circus Toni Boltini, wat niets met seks te maken heeft, maar alles met een gemankeerde trapeze-act door onze pijntjes. Roos zit met haar rechterbeen, ik met mijn frozen rechterschouder. Als we ‘s nachts omdraaien en woelen gaat dat met veel moeite en gesteun. Het helpt ook niet dat we in een bedje van 140 bij 180 slapen.

Eergisteren dineerden we met een vriendin (en haar vriendin) van Roos, die ook twee weken in Malaga is. Vooraf bezochten we het Carmen Thyssen Museum, dat elke zondag (zoals de meeste musea hier) na 16.00 uur gratis toegang biedt. Toch 10 euro p.p.; geld dat we liever besteden aan lekker eten en drinken.

De dagen worden traag, heerlijk loom.

Vroeg me af of de oorlog in Oekraïne er baat bij zou hebben gehad als Poetin was uitgenodigd voor de begrafenis van koningin Elizabeth. Niet dat hij die eer verdient, maar het mannetje wil erkenning als staatshoofd, voor vol worden aangezien.

Luctor et emergo

Schiphol is ronduit belachelijk geworden. Met zijn ellenlange wachtrijen. Er waren te veel mensen in paniek omdat ze hun vlucht niet gingen halen, als de maatschappij de vlucht niet zelf al had geannuleerd. De stress ging ook niet aan ons voorbij, ook al probeerden we er luchtig onder te zijn. “Kijk, bij Nieuw Vennep gaat de rij al draaien” en eenmaal in de rij terug hadden we de Kaap de Goede Hoop gerond.

Het appartement in Malaga valt erg tegen: toch te ver van het centrum, zonder buurtkroegjes of restaurants. Verder is de inrichting karig, gedateerd en veel is kapot. De verhouding prijs-kwaliteit is ronduit slecht; alle goede recensies ten spijt. We overwogen dan ook te verkassen. Vooral omdat Roos veel pijn had bij het lopen. Vanuit deze plek de stad verkennen zou niet gaan. Gelukkig ging het lopen vandaag zonder pijn, zodat we alsnog een goede dag beleefden.

We hebben buspassen gekocht – heel goedkoop hier – en hebben zo heel de stad binnen ons bereik. We haalden ons hart op in het CAC, aten pinxtos, dronken er wat bij en later nog wat en hervonden onze schwung. Het CAC is trouwens gratis. Ik vind dat het zo hoort. Musea in Nederland worden toch al zwaar gesubsidieerd. Maak ze volledig gratis. Zul je zien dat je meer mensen trekt, meer dan het witte seniorenpubliek waartoe ik ook hoor. Hier in Malaga waren er vooral veel jongeren…

Vandaag is wereldchocoladedag. We doen er niet aan mee (nooit).

Mijmer de mijmer

Heerlijk toch, dat dichter-vrienden Gert, Nanne en Ton volgende maand in Den Helder willen afspreken, omdat daar – zoals ze chatten – oude vrouwen zouden zijn. Ik word hard geconfronteerd met mijn seniorenbestaan, maar zij zijn ouder. Gelukkig reikt mijn ambitie niet verder van oude vrouwen, dus wat dat betreft is Den Helder een goede keuze.

Vandaag bezochten de kinderen het graf van moeder Pam, die sinds 4 september 2016 rust op de begraafplaats van Bussum. Het graf werd ontdaan van onkruid, nieuwe planten werden geplant en we vonden dat de tijd snel ging; alweer zes jaar geleden. Daarna koffie bij Kathy en Ton; de laatste niet de dichter-vriend, maar ook erg aardig.

Roos en ik gingen naar het Singer Laren, dat je sinds de verbouwing een serieus museum kunt noemen, met een uitgebreide collectie. Vooral het werk van Vlaming Théo van Rysselberghe was een verrassing.

Nog een weekje voor we met vakantie gaan. De voorpret is in gang gezet.



Terug

Ik had vandaag enorm zin om de epic te pullen, zodat ten minste een van de slices in progress zou staan. Maar we moesten bij de notaris onze handtekening zetten onder het koopcontract.

Ik ben weer heel. Roos is terug van een paar dagen Valencia. Ik slaap beter, eet met meer smaak en alles is leuker, fijner. Dat gebeurt na negentien jaar. Volgend jaar zijn we twintig jaar samen en tien jaar getrouwd.

Er was ook een snik om Olivia Newton-John, die eindelijk in Xanadu mag zijn.

Mooi liedje van Lotte.

Avoir de patience

We waren ruim op tijd op het station, waar de melding kwam dat de Thalys niet uit Amsterdam zou vertrekken, maar uit Rotterdam, dus snel de Intercity Direct in, om net op tijd de trein naar Parijs te kunnen pakken. Van NS Internationaal geen melding (Roos heeft de app), laat staan uitleg of excuses.

In de trein zaten we achter twee fans van de Rolling Stones, met verhalen over concerten in Berlijn, Zürich, de VS, Londen… Twee onverbeterlijke kletskousen die alles hardop deelden, over kaartjes van een Hongaar, pre party’s, de jasjes van Mick, waar je het best staat en Charly werd gemist, maar de nieuwe drummer was goed. Op een gegeven moment ging de vrouw fluisteren tegen haar Stonesvriend. ‘Ik heb een pornotic’, dacht ik te horen. En daarvoor zou een route zijn. Wauw. Les Francais sont dépravé… Maar het bleek te gaan over Napoleon.

Parijs zelf was na twee jaar afwezigheid wennen. Ons Frans liep stroef zodat de obers Engels gingen praten (wij bleven in het Frans antwoorden) en metro’s vielen her en der uit, zodat we veel moesten lopen. Dag twee ging stukken beter. We bezochten het verbouwde La Samaritaine en de Bourse du Commerce, wat een prachtig gebouw is, maar de collectie (ultramoderne installaties) sprak ons minder aan. Het Musée de la Vie Romantique was gelukkig ouderwets.

Omdraaien

‘Boeren zijn de lul door het stikstof gelul’. Jammer van de lelijke herhaling, dacht ik toen ik het spandoek zag tijdens mijn fietstoer door Waver. ‘Boeren zijn de lul door die stikstofkul’, was al veel beter. Maar goede taal is niet waar boeren voor vechten. Dat is sowieso bedenkelijk, dat iedereen overal tegen vecht, zich verzet en anderen veroordeelt. Zoals bij die vrouw die op Flipper sprong. Een slecht idee, maar Nederlanders vinden dat ze iets moeten doen, dus werd ze bedreigd (via sociale media natuurlijk). Nederland mag weer eens leren tot tien te tellen.

Gisteren draaide Roos zich in bed nog eens lekker om, te dicht bij de rand, om als een lemming van het bed te storten. Het zag er grappig uit, maar de blauwe plekken zeggen iets anders. We hebben een weekendje Parijs voor de boeg. In aanloop de herhaling van Chansons gezien, de bromance tussen Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps. Prima om in de stemming te komen. Morgenavond zitten we certainement in Bouillon Pigalle.

Wat Weesp betreft: de hypotheekverstrekker voor ons huidige appartement moet ook akkoord gaan met de financiering, waarna dan toch echt de notaris. De afspraak voor de tegelboer staat, de keuken kiezen we over twee weken en is alles ondertekend, dan beginnen twee jaren van dubbele lasten. Hopelijk kan ik mij af en toe een blogje veroorloven…

Doen of denken

Het verschil tussen de blogs van Ton van ’t Hof en die van mij, is dat hij schrijft over wat hij denkt en observeert (wat hij met verve doet), waar ik schrijf over wat ik doe. Ik vroeg me ook af waarom en denk dat het komt doordat ik nog werk, bij de politie. Daar is veel over te zeggen, wat ik niet doe. Of ten hoogste voorzichtig. Ik ben me bewust van mijn positie.

Het kan ook zijn dat ik geen originele gedachtes heb.

Over een workshop werkgeluk kan ik wel schrijven. Het was een sessie waar ik weinig aan had, omdat al ik al snel kon vaststellen dat ik behoorlijk tevreden ben met het werk dat ik doe. In dat opzicht was de sessie dan weer wel nuttig. Het is alleen dat je anderhalf uur hoort wat je kunt veranderen als je ontevreden bent.

Met het oog op de taxateur / makelaar die binnenkort langs moet komen, stelde Roos zelf voor om de studio op te ruimen. Die is nu prettig opgeruimd. Er staan vier tassen klaar voor de kringloop. Alsof we ons al voorbereiden op een spoedig vertrek naar Weesp, waarvan echt nog geen sprake is. Het wordt pas serieus als we naar de notaris gaan. Hier graag uw handtekening, kan een fijne zin zijn.

De kriebels

Alles koek en ei met de financieel adviseur, die ooit anti-kraak woonde en muzikant (toetsenist) was en op het punt stond van landelijk doorbreken. Maar hij had de verkeerde producer en koos als econoom uiteindelijk voor de zekere kant van het bestaan. Onze aankoop (zoveel is zeker) is een al lokaal netwerk. De bouwer zit in Mijdrecht, de makelaar in Weesp, keukenleverancier in Lijnden, adviseur in Naarden en hij raadde ons een taxateur aan, ook uit de buurt.

We hebben al veel pret met de keuze voor de inrichting. Binnenkort mogen we op bezoek bij de showrooms voor de badkamer en keuken. Omdat het vermoedelijk de laatste keer is dat we verhuizen, gaan we nergens op bezuinigen; en het budget laat het toe.

Het duurt echter nog zeker anderhalf jaar voor we kunnen denken aan verhuizen, maar als een Marie Kondō gooide ik vandaag twee zakken kleding weg. Roos had ook de geest en schuurde en schilderde de terrasdeuren en bestelde nieuwe luchtroosters. Ik liet de auto wassen, kreeg advies van een truckchauffeur over de bandenspanning (sorry meneer, 2.0 achter is te weinig) en terug verfde ik over het beetje waterschade in de woonkamer, maar dat was niets in vergelijk met Roos. Die intussen nog rendang maakte. We doen er friet bij.

Kleur bekennen

Ik kwam (vast niet als eerste) op de zin: filosofie is religie voor de moderne mens, zonder de regels, waarna ik het idee om dit uit te werken verwierp omdat ik daar niet slim genoeg voor ben. Het begint met zelfkennis.

We bezochten het Van Gogh voor een tentoonstelling over Vincents olijfgaarden en sjokten door naar Etel Adnan en zagen de kunstconnectie niet. Adnan contrasteert hard met kleur, waar Van Gogh dat beduidend minder doet. Kneep ik mijn ogen toe, dan leek het ergens wel op werk van Ton van ’t Hof.

Vrijdag tekenden we ons koopcontract, met allerlei verbindende en ontbindende voorwaarden. De makelaar vroeg of ze een foto mocht maken van het zetten van de handtekening, maar zo sentimenteel zijn Roos en ik niet. Maandag ontmoeten we onze financieel adviseur.

Todesgedichten

Wil opnieuw beginnen aan ‘Naakt en bewogen’ van Gert de Jager (net uit) en las intussen zijn (net uit) ‘Yo! De doodsgedichten van 36 zenmonniken’. Beide uitgegeven bij Gaia Chapbooks. Yo is hallo in het Japans, maar dan informeel. In de eerste van zijn vijf inleidingen op het fenomeen doodsgedichten en de taal die er achter steekt en de geschiedenis daar achter die doordesemd is van Chinese cultuur, staat: op de drempel van de dood werd een monnik geacht zijn definitieve inzicht in de vorm van een gedicht onder woorden te brengen.

Denk je clichématig aan het Verre Oosten (zijn wij voor hen het Verre Westen?) dan denk je aan mystiek, verhevenheid, maar daarvoor “waarschuwt” De Jager de lezer al, dat de gedichten in een boeddhistische traditie staan die van al het aardse een illusie maakt. Wat mij in de poëzie treft, is het schijnbare ontbreken van meesterschap. In de westerse traditie wordt meesterschap onderstreept door een meesterwerk, maar daarvan lijkt hier geen sprake. De gedichten zijn ontnuchterend, kaal, soms zelfs een tikkie banaal, wat ik heerlijk vind. Ze doen modern aan. Besef dan dat deze gedichten dateren van bijvoorbeeld 1278, 1458 of 1837.

Dokyo Etan (1721)

Hier in de schaduw van de dood
komt mijn laatste woord niet vanzelf.
Dus ik hou het maar bij ‘vanzelfsprekend’
en verder helemaal niets.


Om mijn eigen banaliteit kan ik niet heen. Ik fietste gisteren een geweldige ronde (op 227 stukken sneller dan eerdere ritten) maar kwam aan het einde heel knullig ten val, omdat ik moest omkeren op een smal pad. Mijn pols is nu licht gekneusd, evenals mijn ego. Verder liet ik de eerste uurtjes van hun ontmoeting aan Roos en haar vriendinnen, zodat ik de film The Northman zag. Veel wraakgeweld, veel epos en wat mij betreft vrij authentiek. Ik zag Vikings en Valhalla en zo’n beetje elke Vikingfilm die er is, dus vind ik mijzelf een kenner.