Geplaatst in Berichten, Poëzie

Het zijn donkerbruine veters vader. Nee, ze zijn zwart! Maar je ziet niet goed. Heus, ze zijn donkerbruin. En je wilt toch niet doorlopen met wat je nu hebt? (Drie gebroken eindjes in drie kleuren.). Ze zijn zwart! Van koppigheid en de dingen.

Een vriendin in de Verenigde Staten had op Instagram gepost dat ze had gestemd (Biden). Ze was er trots op, alsof ze een daad had gesteld. Ze verzuchtte dat ze nog eens vier jaar van deze gekte niet aankon. Wij evenmin antwoordde ik. Begin van dit jaar dacht ik dat de jaren twintig konden beginnen, vol vernieuwing, positiviteit en esprit (een beetje tegen de tijdsgeest in). Maar misschien beginnen ze pas als Trump het veld ruimt. Dat er met Biden en Harris een herstel komt van fatsoen, mededogen, misschien wat medemenselijkheid.

Met de personal trainer ga ik volgende week naar les achttien en negentien van de dertig. Leuker nieuws (voor mij zeker) is dat ik mijn poëziereeks heb afgerond en dat ie mag verschijnen bij Gaia Chapbooks van Ton van ’t Hof. Ik ben in mijn nopjes, als een eenogige kat.

Geplaatst in Berichten

Een dag zonder ijdelheid kan blijkbaar ook. Zonder drukmakerij over buikgewicht, spierpijn of een ouwe kop. Een dag vooral om te schrijven en om vader zijn nieuwe rollator te brengen. Met een mini-blog tot besluit waarin ik Ton van ’t Hof armoedig imiteer, zonder zijn finesse of diepgang. Ton schrijft over het geleefde leven, ik heel soms over het te leven leven, zonder hoofdrol.

Geplaatst in Berichten

Vriend Ton mijmerde op zijn blog over de mens die hij nu is en de vele momenten waarop zijn leven anders had kunnen zijn. Ik ging ook peinzen, dacht na over fortuin en ongeluk en wat als ik zus of zo had gedaan, met die en die en wat als ik daar was blijven wonen. Tot een slotsom kwam ik niet.

Laatst zei een goede collega dat ze mij liet razen, toen ik kort na elkaar drie mails stuurde vol teleurstelling over de loop der dingen. Ze zei dat het betrokkenheid aantoont, wat een aanvaardbaar standpunt is. Zou ik me nergens over opwinden, dan is dat een slecht teken. Je moet me goed kennen, voordat je me doorzíet. MopperMark is een facade.

Vandaag zijn klussen gedaan die al jaren wachtten. Lampen in de slaapkamer werden geplaatst, fotolijsten opgehangen, een passpiegel gemonteerd. Geen moeilijke klussen, maar ik heb het gereedschap niet en ik zou er lang over doen. De klusmannen waren in twee uur klaar. Ik babbelde wat met de hoofdklusser over zijn werk, over commissie afdragen en hij vond het fijn dat hij door corona voor de deur kon parkeren. Vlak voor zijn vertrek vroeg hij wat voor werk ik deed, waarna ik politie zei en stukjesschrijver, wat hem een seconde van zijn stuk bracht. Ik vermoed om het politiedeel, ook al hebben bedrijfsjournalisten ook niet zo’n beste naam…

Geplaatst in Berichten

“Ik heb hem écht ontmoet”, zegt Arnold Karskens tegen de journalist van Trouw. ‘Hij zat vlak bij de poort van Kirjat Arba. […] Hij was erg geïnteresseerd in mijn werk. Ik heb hem het artikel opgestuurd en hij heeft nog gereageerd ook, heel positief, maar ik ben die brief helaas kwijtgeraakt. Doodzonde. Een brief van Jezus, wie heeft zoiets? […] Een paar jaar eerder had ik trouwens in Joegoslavië, waar de Serviërs en de Kroaten elkaar bestookten, ook de Heilige Geest al eens ontmoet.”

Een beetje journalist maakt foto’s, opnames, grijpt alles aan om bijzondere ontmoetingen vast te leggen. Niet Karskens. Hij stuurt Jezus een artikel en krijgt een brief terug. Dus hij stuurde zelf per post, anders had hij het mailadres van Jezus gehad. En wie heeft zoiets? Onderwijl vult hij de heilige drie-eenheid aan, want Jezus al ontmoet, de Heilige Geest … nog even en je denkt dat hij de Vader is.

Ik dacht aan de missie van Ongehoord Nederland, dat “amusement wil bieden dat losstaat van het keurslijf van de politieke correctheid die inmiddels in ruime mate de inhoud van het huidige publieke bestel domineert.”

Laatst las ik over het nieuwe decennium, dat veel veranderingen gaat brengen; als the new roaring twenties. De grote bewegingen zijn immers dood of lopen op hun einde, zoals communisme (†) en kapitalisme en we zijn het egocentrisme en cynisme ook wel zat. Wat er voor in de plaats komt? Meer realisme, hoop ik, en dan positief gestemd. Of zoals vriend Ton van ’t Hof het op 1 januari verwoordde:

Ontroerd raken, of contact krijgen met anderen. Of het verheffen van het alledaagse tot een ware kunst. Van dat soort dingen.

Ik ga vanmiddag naar Flachau, een winter ervaren, een weerzien met schoonfamilie en weer een glaasje drinken. Van dat soort dingen.

Geplaatst in Berichten

Ik lees te weinig poëzie, voor de liefhebber die ik ben. Wel lees ik elk nieuw gedicht van Ton van ’t Hof, die de laatste tijd veel goeds produceert, naast het proza dat hij dan blog noemt. Los van dat kan meer poëzie geen kwaad. Omdat het de zinnen verzet en dat heeft elk mens nodig (en dat hoeft niet per se met poëzie). Voor werk bijvoorbeeld. Ik loop al wat jaren mee en weet hoe dingen kunnen gaan. Dan voorzie ik problemen en waarschuw daarvoor om vervolgens te zien dat het zich precies voltrekt als voorspeld. Alleen heb je er niets aan om gelijk te krijgen. Meebewegen is beter.

Roos heeft het gat in onze Japanse rondreis komend voorjaar gevuld. Naar aanleiding van een NRC-artikel over Odawara Art Foundation van Hiroshi Sugimoto (‘Een paradijs, maar dat besef je juist pas als je weg bent. Dan wordt het een vluchtplaats in je hoofd’, schrijft Hans den Hartog Jager) kwam ze uit bij het Shoji Ueda Museum of Photography, in Houki, waarvan alleen al het gebouw uiterst indrukwekkend is. We zochten nog een bestemming tussen Okayama en Osaka in en hebben die nu gevonden.

We aten weer verrukkelijk dit weekeinde. Op zaterdag tarbot met gegrilde groente en op zondag geitenvleessaté met sajoer boontjes. Alles kan een mens gelukkig maken, wist ik: poëzie, zelfkennis en lekker eten bijvoorbeeld.

Geplaatst in Berichten

De reis naar Zwolle moest kalm verlopen, een uurtje treinen en ondertussen genieten van de Oostvaardersplassen, maar in Amsterdam begon een vrouw voor mij aan een lang belgesprek over een driehoeksrelatie. Er was een zij die bedreigde, die de boel verdraaide en besodemieterde en ze moest niet zeuren want ze had toch een vent. Bijna bij Lelystad kreeg het gesprek een draai toen de vrouw zei dat zij op een ander type vrouw viel (degene met wie ze belde) en dat het nooit wat met die ene kon worden. Er was wat geflirt over donker haar en blauwe ogen en dat die andere haar zo goed begreep en dat zij best volwassen was voor haar leeftijd, slim zelfs, maar dat ze iemand nodig had die haar af en toe corrigeerde, want ze zag alles zwart-wit. Het gesprek dommelde in, tot de coupé opveerde door de uitbarsting DAT ZIJ TOCH NIET DEGENE WAS DIE EEN TRIOOTJE WILDE…

Ik ging naar Zwolle voor een weerzien met poëziekompanen Gert, Ton en Nanne, met eerst een bezoek aan De Fundatie. Jeroen Krabbé hing daar met gedroomde paradijzen (blèèègh), er waren Congo Tales (gestileerde edelkitsch, muntte Gert later) en er was een multimediale tentoonstelling over onrust, want de wereld verandert snel en dat wordt weer snel gedeeld, wat voor onrust zorgt, aldus kunstenaar Sticks. Er was een studio waar je naar een rap kon luisteren met de herhalende zin: ‘Moet ik me zorgen maken’, wat wij beaamden.

Daarna het echte doel: bier en wijn, in De Refter, waar we werden geholpen door meiden die wat onbeholpen bedienden. We probeerden dat te compenseren door cool te doen waarna een van de serveersters schmierde ‘dat wij heel speciaal voor haar waren’. Het gesprek ging over gesteldheid, die van ons en die van de poëzie, wat we vervolgden in Bella Napoli, wat een breuk was met de traditie van Chinees. We waren er rond zessen, wat vroeg is, maar de eigenaar vond dat helemaal niet gek. ‘In het weekend zitten we vaak om half vijf al vol.’ Er kwam een vrijgezellengroep binnen, zonder de in Amsterdam gebruikelijke uitdossing van de aanstaande bruid. Ook de dood kwam langs en dat ik als jongste de plicht had een gedicht te schrijven voor aan het graf van mijn vrienden. Het was Allerzielen gisteren, maar daar spraken we niet over.

Geplaatst in Berichten

En dan heb ik in drie dagen zomaar drie keer stevig gesport. Misschien om een beach body te krijgen, voor Barcelona, maar dat concept heb ik jaren geleden al verlaten. Ik moet het doen met wat ik heb: wel fit, maar door de jaren toch wat verstevigd. Heeft vast te maken met het heerlijke eten van Roos.

Van collega Sipke kreeg ik goede tips die me om Gaudi heen leiden. Ik heb weinig op met zijn architectuur, maar Roos wil na jaren van ervoor staan de Sagrada Familia eindelijk vanbinnen zien. Hoor ik die naam dan denk ik steevast aan het album Gaudi dat The Alan Parsons Project in 1987 afleverde. Mijn eerste cd ooit.

Ik zou zo introspectief willen zijn als vriend Ton, die in zijn blog elke dag verslag doet van zijn staat van zijn. Misschien zit ik niet zo in elkaar en overdenk ik te weinig en misschien wil ik gewoon niet weten waar ik in dit leven sta. En dan ben je 53 jaar oud. Maar hee, wel fit.

Taken te doen: een lijst samenstellen van musea die we komende week moeten bezoeken. Controleren of ik nog een zomerbroek heb. Er gaat veel in de kledingzak.

Geplaatst in Berichten, Poëzie

Hannekes Boom was te druk (toeristen hebben het ontdekt) zodat we uitweken naar het terras bij Pension Homeland, wat erg lekker was, zo in de zon, met een speltbiertje uit eigen brouwerij. En ach, zet er nog maar één bij en een portie bitterballen. Ik had het verdiend, vond ik, na een bescheiden fietstocht. En Roos verdient het altijd.

Thuis lag er een pakketje klaar, uit Frankrijk, met de in Amerika gedrukte bundel van Ton van ’t Hof. Later die dag blogde hij dat zijn vader die dag is overleden. Ook een man uit 1933, zoals mijn vader, die nog steeds door het leven rolt; hoewel fragiel. Ik dacht toen aan de dood en vond deze woorden van John Asbery.

Bloeiende dood

Alvast vooruit, beginnend vanuit het hoge noorden, dwaalt het af.
Zijn radijs-sterke benzinedampen zijn waarschijnlijk vergrendeld
in je neusholtes terwijl je weg was.
Je zult het moeten afleveren.
De bloemen leven ​​op de rand van de adem, losjes,
Daar neergelegd.
Het ene onderbreekt het ander,
Of dat er een symmetrie in hun bewegingen zal zijn
Waarmee ieder ook een individu is.

Maar het is hun collectieve leegheid
die een idee verraadt van iets dat niet vernietigd mag worden.
En hierin, door hoeveel feiten we ook zijn gevallen
glinstert daar toch de oude gevel,
Een luchtspiegeling, maar permanent. Eerst moeten we het idee misleiden
naar het bestaan, om het dan te ontmantelen,
De stukken op de wind verstrooien,
Zodat oude vreugde, bescheiden als taart, als wijn en vriendschap
uiteindelijk bij ons zal blijven, gesteund door de nacht
Wiens kunstgreep het zijn uiteindelijke betekenis gaf.

Het origineel

Flowering Death

Ahead, starting from the far north , it wanders.
Its radish-strong gasoline fumes have probably been
Locked into your sinuses while you were away.
You will have to deliver it.
The flowers exist on the edge of breath, loose,
Having been laid there.
One gives pause to the other,
Or there will be a symmetry about their movements
Through which each is also an individual.

It is their collective blankness, however,
That betrays a notion of a thing not to be destroyed.
In this, how many facts we have fallen through
And still the old facade glimmers there,
A mirage, but permanent. We must first trick the idea
Into being, then dismantle it,
Scattering the pieces on the wind,
So that the old joy, modest as cake, as wine and friendship
Will stay with us at the last, backed by the night
Whose ruse gave it our final meaning.

Geplaatst in Poëzie

Nieuw verschenen heet de rubriek in het poëzietijdschrift Awater. Mijn nieuwste is net verschenen, dus vermelding in die rubriek leek me passend. Het is een kleine rubriek, met de naam van de bundel, auteur, uitgeverij en verschijningsdatum. Heel veel heeft het niet omhanden. Maar eigen beheer past niet, antwoordde de bureauredacteur, want dan zou de lijst te lang worden. Feitelijk klopt de rubrieksnaam dan niet, zou dan Nieuw verschenen bij erkende uitgeverijen moeten heten, maar ik ben redacteur genoeg om te snappen dat dat niet bekt. Ook weet ik dat het commercieel niet interessant is voor de uitgeverijen die Awater wel voeden om ook eigenbeheerproducties te brengen. Maar dacht ik later, waarom niet? Waarom geen volledige lijst van alle poëzie die die maand is verschenen? Het is extra kopij en dus gemakkelijk voor de redactie. En je laat zien wat er nog meer gebeurt op poëziegebied, zodat je het volgende iets beter kunt claimen:

In poëzietijdschrift Awater – het grootste literaire tijdschrift van Nederland – vindt u nieuws, achtergronden en recensies over poëzie.

Het grootste literaire tijdschrift brengt dus niet al het nieuws over poëzie. Redacties maken keuzes, prima, maar wees opener over die keuzes. Of maak bijvoorbeeld elke maand een minirecensie over een bundel die niet bij de bekende uitgeverijen uitkomt. En dan kun je er met alle bureauredacteuren smalend om lachen, het afbranden voor mijn part, maar je geeft dan meer dichters een podium dan alleen de eigen clan. (Dit probleem stelt Ton van ’t Hof overigens al jaren aan de kaak.)

Geplaatst in Berichten

Het spook van de subsidie waarde door ons vriendengesprek. Ton is mordicus tegen elke subsidiëring van romanschrijvers of dichters en wil dat systeem direct afschaffen. Gert ziet er weinig kwaad in, want het subsidiebedrag is niet hoog en vormt vaak het enige inkomen van een dichter. En met die standpunten gingen we dan lekker in de weer. Ook ik ben geen voorstander van subsidies. Zo er kunstenaars of schrijvers gestimuleerd moeten worden voor nieuw belangrijk werk, dan liever jonge talenten en niet zoals nu de gevestigde namen. Of gebruik dat geld om de poëzie digitaal te ontsluiten, stelde Ton voor. Want je kunt nu maar een handjevol bundels online raadplegen.

We bespraken bundels die we nog niet volledig lazen, bespraken het gebrek aan roddels in de scene waartoe we niet meer behoren, dronken cognac (ik sta een maandje droog), vonden evenmin als Ron Silliman een nieuwe stroming in de poëzie, dachten aan de landen, continenten zelfs, waar we in dit leven zeker niet meer komen, over waar we na het pensioen kunnen wonen, bespraken persoonlijke dingen, de ouderdom van anderen, films te zien en aten een flauwe hap bij Nam Kee. Het zijn avonden zoals je wilt dat ze zich ontvouwen.

Geplaatst in Berichten

Weer door de griep geveld. Dat is al de derde keer in korte tijd. Ik vermoed deze keer van een collega die verkouden was en voor wie ik (achter haar pc) een paar online vragen beantwoordde. Ik moet toch eens een griepprik halen.

Het scherm van onze Mac gaf afgelopen donderdag de geest, waardoor het tot nu duurde voor ik kon bloggen. Zoals over een teamdag, met een ochtendprogramma over je eigen baan bouwen. Prima sessie, hoewel ik wat moeite heb met steeds alles terugbrengen tot Post-its, die je weer moet terugbrengen tot een paar trefwoorden. Het past zelden bij de complexiteit van ons team, of beter gezegd, de complexiteit om ons heen. De middag deden we ouderwets bordspelletjes, wat ouderwets leuk was. Er werd veel gelachen. Toen ik bij het spel 30 seconds het woord genie moest omschrijven en ik op mijzelf wees, kwam de groep unaniem op het woord clown.

Vanochtend las ik de bijlage van de NRC over vlees eten. Roos en ik doen ons best om minder vlees te eten en vinden voldoende lekkere alternatieven, maar dat we flexitariër zijn, lijkt niet genoeg. Als je lijf je lief is, volstaat alleen de nullijn. Nu hecht ik wel aan gezondheid, omdat het na mijn ziekte verstandiger is om verstandig te leven. De krant schrijft dat volgens het International Agency for Research on Cancer elke 50 gram worst de kans op kanker verhoogt met 18 procent. En iedere 100 gram rood vlees een stijging van 17 procent oplevert. En dan hebben we het alleen over vlees, nog niet over andere kankerverwekkende stoffen in ons eten en om ons heen.

Ik zei laatst tegen Roos dat ik alleen op Rhodos een week lang zonder zakdoeken deed. Misschien is een gezonder klimaat de stap vooruit, een woning aan zee, in de bossen of op het platteland. Voor vriend Ton die naar Friesland verhuisde lijkt het te werken.

Geplaatst in Berichten, Poëzie

194_Arabidopsis_thaliana,_Turritis_glabraHet hoge woord is eruit: planten worden niet graag aangeraakt. Experimenten met Arabidopsis thaliana (ook wel bekend als zandraket) wijzen uit dat zelfs de lichtste aanrakingen – ook door wind – al een enorme impact hebben op een plant. ‘Dertig minuten na de aanraking verandert zo’n tien procent van het genoom van de plant. Dat kost enorm veel energie en dat gaat ten koste van de groei van de plant. Als de plant herhaaldelijk wordt aangeraakt, kan de groei van de plant tot wel dertig procent afnemen’, aldus een onderzoeker. Maar als wind voor verandering zorgt, wat gebeurt er dan als het stormt. En wat voelen planten die we bij de steel afsnijden voor consumptie? Dan is elke kweekkas een killing field!

Ik kwam er op door Ton van ’t Hof, die in zijn reeks Spetterend Vers ruimte geeft aan het natuurvers. Ik dacht: zou John Ashbery ook dergelijke poëzie gemaakt hebben? Ik vond het gedicht Some Trees, wat in dit geval geen – bij Ashbery eigenlijk nooit – klassieke, anekdotische natuurpoëzie oplevert. Ik probeerde het als volgt te vertalen:

Sommige bomen

Deze zijn geweldig: elk
Verenigt zich met een buur, alsof praten
Een verstild optreden is
Bij toeval geregeld

Om zover als deze ochtend te ontmoeten
Van een wereld die ermee akkoord
Gaat, jij en ik
Zijn opeens wat de bomen proberen

Die ons vertellen dat we zijn:
Dat zij louter bestaan
Betekent iets; dat we binnenkort
Mogen aanraken, liefhebben, uitleggen.

Blij dat we het niet uitvonden
Deze lieflijkheid die ons omringt:
Een stilte die al vol geluiden is,
Een doek waarop een glimlach

Tevoorschijn komt, een winterochtend.
Geplaatst in een raadselachtig licht, in beweging,
Onze dagen zijn zo terughoudend
Deze accenten lijken hun eigen verdediging.

Het origineel

Some Trees

These are amazing: each
Joining a neighbor, as though speech
Were a still performance.
Arranging by chance

To meet as far this morning
From the world as agreeing
With it, you and I
Are suddenly what the trees try

To tell us we are:
That their merely being there
Means something; that soon
We may touch, love, explain.

And glad not to have invented
Such comeliness, we are surrounded:
A silence already filled with noises,
A canvas on which emerges

A chorus of smiles, a winter morning.
Placed in a puzzling light, and moving,
Our days put on such reticence
These accents seem their own defense.

Geplaatst in Poëzie

Levenslist

Het blog van Ton van ’t Hof is verplichte kost voor me geworden. Los van dat ik hem als vriend beschouw, ken ik geen andere bloggers die zo openhartig schrijven over dit complexe, maar ook vaak zo simpele bestaan, waarbij hij zich niet altijd au serieux neemtMooie eigenschap: zelfspot, of tenminste zelftwijfel.

Roos kreeg voor haar verjaardag het boek Ikigai, wat ik nog in zijn geheel wil lezen. Het zegt dat we iets kunnen leren van de Japanners op het eiland Okinawa, die gemiddeld genomen gezond oud worden, heel oud. De essentie lijkt zich toe te schrijven naar dit motto: matig jezelf, houd het leven op tachtig procent. Het boek lijkt ook te propageren dat het prima is om honderd jaar oud te worden. Een leeftijd die ik wel met voorwaarden omkleed, want mits altijd met Roos, mits beiden gezond, mits we een beetje rondkomen (hoewel geld niet zaligmakend is).

Ik las bij NRC ook over het Finse fenomeen drankhangen, wat ingeleid werd als:

In je joggingbroek op de bank de ene na de andere fles bier aan je mond zetten, met een flinke variatie knabbels in de buurt. Het is waarschijnlijk niet het soort ontspanning waar je trots op bent, maar daar kan verandering in komen. ‘Drankhangen’ wordt dit najaar populair.

Het artikel spreekt over excessen, de roes net tegen dronkenschap aanzetten en dat past ons niet. Roos en ik hebben wel een gezonde lethargie: we kunnen als geen ander de boel de boel laten. Vroeger noemden we dat zen, nu dus Ikigai. Verplichtingen dienen zich sowieso wel aan, dus waarom najagen?

Vandaag geen bodycombat gedaan. Het gezeul vrijdag met de tegels is dusdanig in het lijf geslagen dat meer inspanning te veel zou zijn. Wel gefietst naar Ouderkerk aan de Amstel en een rommelmarkt op het Museumplein bezocht.

Lijnen uitzetten

Of ik de Noord-Zuidlijn nog bezoek sec om de stations te bekijken, weet ik niet. Ik denk dat het vervoerd worden de overhand neemt, en ik heb in Noord noch Zuid iets te zoeken. De opening was live op NPO 1. Daardoor leerde ik dat er mensen zijn die afzinkcommandant kunnen zijn. Die voor de NZ-lijn gaf een lekkere ‘tering’, toen hij de halte Centraal Station – nu al de kathedraal genoemd – sinds lange tijd zag. Houd ik wel van. Vol ontzag zijn en eerlijk.

Ik lees te weinig, merk ik. Boeken, kranten en bundels raak ik niet aan of leg ik snel opzij. Het gemakkelijkste excuus is de warmte die me serieus belet in alles. Gisteren nog even gesport en daarna voor apegapen.

Vandaag ging het beter. Opnieuw gesport (bodycombat) en naar FOAM gegaan, voor de tentoonstelling Structures of Identity. Thomas Albdorf heeft in Room With A View een deel gewijd aan reisfoto’s die hij van internet haalt, bewerkt en daarna door beeldherkennings-software haalt. Dan worden sponzen plots vulkanisch gesteente. Ik moest denken aan Ton van ’t Hof, die me ooit zei dat hij een virtuele pelgrimstocht wilde maken, met gebruik van Google Maps, om zo een afstand in foto’s af te leggen van Leeuwarden naar Santiago de Compostela. Misschien komt het er eens van.

In FOAM ook Samuel Gratacap die de problemen van de vluchtelingenstromen vanuit Afrika probeert te verbeelden. Het raakt me stom genoeg niet. Wel keek ik op van een beschrijving, waarin staat dat er ergens veel mensen zijn omgekomen en helaas ook vrouwen en kinderen. Elke dood is triest, dacht ik, en de dood van mannen is even erg als die van anderen.

Geplaatst in Poëzie

Recensie Ingangspunt Ton van ’t Hof

Het zat Ton van ’t Hof in 2012 niet mee, schrijft hij in het nawoord bij Ingangspunt. Hij beleefde een persoonlijke en lichamelijke crisis, waarvan hij elke dag stipt om 17.00 uur verslag deed op zijn (oude) blog 1hundred1. Al die verslagen – aangevuld met soms zeer confronterende foto’s – had gemakkelijk een grote, loodzware bundel kunnen opleveren, maar Ton hield het met elf gedichten klein. Gedichten die volgens hem duidelijk maken dat al die ellende ook leidde tot een omslag in zijn poëzie.

Wat die omslag is, is lastig te bepalen. Want Van ’t Hof mag fysiek en geestelijk weer boven par zijn, maar of dat voor zijn poëzie ook geldt? Wie zijn werk kent, weet namelijk dat hij per bundel steeds persoonlijker wordt, dat hij de poëzie meer uit en naar zichzelf toetrekt, en Ingangspunt is daar geen uitzondering op. Sterker nog: het is Ton van ’t Hof in zijn meest uitgewrongen vorm.

Niet verbazend dus dat hij voor zijn openingscitaat uitkwam bij Oren Izenberg, die zegt dat het een dichter niet zou moeten gaan om gedichten schrijven, maar om als dichter iets te onthullen wat hem of haar als persoon onderscheidt. Hatsekidee! Kan een dichter nog duidelijker zijn in zijn opzet? Kan hij nog meer aanwijzingen geven dat hij zichzelf blootgeeft?

Ja hoor! Al in het openingsgedicht Iemand belde vijf keer aan, schrijft Van ‘t Hof dat hij bloot was (en dus niet open deed). Het gedicht is trouwens mooi in zijn eenvoud, met sterk halfrijm. Dat idee van naaktheid, van overgeleverd zijn, komt in meer gedichten terug.

Zo draagt het derde gedicht de titel, Het Es (wat volgens Wikipedia volgens Freud een reservoir is van impulsen, van energie en libido). Evenals de filosofische idee laat Van ’t Hof zich in dit gedicht leiden door zijn instinct:

ik ruilde vandaag zomaar de ene belofte in voor een andere.
Zonder vooroverleg.

De dichter geeft zich over aan wat zich aandient – tegen die achtergrond van een diepe crisis – maar vindt het moeilijk er betekenis in te zien: Het lijkt wel een parodie. Dat blijkt verder ook uit het titelgedicht op pagina 16.

[…] Je zit daar
en leest een gedicht. Over iets
wat er niets is. En ik weet dat je je afvraagt
of dat te maken heeft met opgerolde dimensies

Betekenis geven, ruimte krijgen, je plek vinden in dit leven… Deze bundel van Van ’t Hof lijkt op dat idee te drijven. Telkens neemt de dichter een positie in, om die vervolgens vanuit één kant te bekijken: met verbazing, luciditeit en humor. Maar bovenal met een grote helderheid, beseffend dat hij maar een mens is die toevallig heil vond in de poëzie – zijn uiteindelijke redding.

Die omslag die hij benoemt in zijn poëzie, is volgens mij dan ook geen omkeer, maar mogelijk gewoon de laatste keer dat Van ’t Hof zich op deze manier uitdrukt. Het staat ook met vuistdikke letters op de cover: Ton van ’t Hof. Ingangspunt. Het is de entree tot zijn crisisjaarpoëzie, waar hij gemakshalve een punt achter zet, want hierna wordt alles anders. Dus op naar nummer tien. Benieuwd hoe mooi onthecht die poëzie wordt.

Geplaatst in Poëzie

Recensie: ‘In weerwil van alle terreur en het economische argument’

Het is een snaak, die Ton van ’t Hof. Want na een vulva op de cover van ‘Een lijn is een vore’ komt hij voor In weerwil van alle terreur en het economische argument met een gebeeldhouwd copuleren, als geeft hij ons alvast mee, dat we ‘in weerwil van alles’ gewoon lekker moeten neuken. Die intimiteit doorspekt heel de bundel. In weerwil van is de tweede bundel van Van ’t Hof dit jaar (Fantastisch dat je dit kan! schreef hij al in 2010). Erik Lindner merkte eerder over Een lijn is een vore op dat in sommige passages ‘geen afstand meer is tussen persoon en dichter’. Die lijn trekt Van ’t Hof verder door, want zijn nieuwe bundel leest als een persoonlijk relaas; een verhaal van verzet tegen het uitgestippelde leven en een strijd voor alles wat echt is, voor schoonheid ook.

Dat verzet begint al in het eerste gedicht, wanneer hij stelt: zo zou ik als kunstenaar bijvoorbeeld een wat militaireske kijk hebben, waar ik enkel naar onafhankelijkheid verlang / van oplossingen.

Niet alleen dient hij criticasters van repliek, ook lijkt hij de lezer een houding mee te geven: kijk onbevooroordeeld, wees oprecht. En zie hoe vals het leven is, of erger nog, het leven dat zich afhankelijk maakt van de markt:

De wereld is getransformeerd
in een monstrueus fantasmagorisch verschijnsel
jakkerend geheel
geconstrueerd uit strikte regels
en geflatteerd evenwicht

Zoals de titel al aangeeft, heeft de dichter een broertje dood aan het huidige klimaat waarin alles en iedereen moet wijken voor het economisch effect. Daarom spoelt hij het ‘nuttigheidsdenken’ van zich af en voert hij meermaals de zelfverzekerde X op:

Precies
zegt X en de wil tot het absolute weten
egocentrisme pur sang
voert tot een wereld die zichzelf vernietigt

Met die X is meer aan de hand. Van ’t Hof maakt van hem een filosoof, kunstkenner, maar ook een charlatan die Boeddha machientjes verkoopt en die regelmatig om een biertje vraagt. X fungeert vooral als spiegel voor de dichter, die zo veel vragen heeft. Een alter ego? Dat kan. Vooral als je een citaat neemt van Xavier Roelens: ‘x is een meervoud van ik’ (uit: Er is een spookrijder gesignaleerd).

Goed. De bundel is dus een poëtisch verzet tegen het marktdenken. Van ’t Hof past er echter voor om oplossingen aan te dragen voor hoe het wel heurt. Hij ziet daarentegen graag een terugkeer naar de onbevangenheid. Van ‘t Hof wil vrijheid scheppen / van beweging en onafhankelijk zijn van de gevestigde orde.

Met de gebruikte citaten – besef ik nu – kan het beeld ontstaan dat in de bundel een wereldverbeteraar spreekt. Dat schrikbeeld van geitenwollensokkenidealisme wordt gelukkig op elk moment ontkracht door de dichter zelf. Door veel zelfspot en vooral veel humor. Net wanneer je denkt dat het te zweverig wordt, haalt de tekst je onderuit:

mijn gedichten zijn als kaviaar
zeer interessant
wha ha ha ha
ha ha ha

Met dit soort tekstwendingen toont Van ’t Hof zijn onafhankelijkheid van de traditie, toont hij zijn wens om zich uit te drukken zoals hij dat wil. Van ‘t Hof blijft dus trouw aan zichzelf, aan de postmoderne dichter die het lyrische niet schuwt. Dat levert een boeiende bundel op, of beter gezegd: a damn good read.